Partij kiezen?

Het MBO ligt onder vuur. Daarbij is de PvdA een van de partijen die het hardst meevuurt. En ik hou van het MBO én van de PvdA. Hoe moet dat nou?

Eerst de partij. Waar ik van houd is dat de PvdA een duidelijke prioriteit legt bij het onderwijs. “Geen cent minder naar het onderwijs”, zei Mariëtte Hamer onlangs op een bijeenkomst in Groningen. Daarbij stelde ze ook dat het wat haar betreft met name gaat om de ondersteuning van het (V)MBO. Een mooie keuze waarmee je meer dan de helft van de schoolbevolking tot prioriteit neemt. En in die 60% zitten ook de jongeren bij wie steeds weer de hardste klappen vallen. Dus als je wilt dat iedereen meedoet, zoals de leuze momenteel luidt, dan móet je wel voor deze sectoren kiezen.

Als je iets belangrijk vindt, dan is het logisch dat je ook goed in de gaten houdt of het allemaal wel deugt wat daar gebeurt. En dan ontpopt een deel van de PvdA zich tot grootste kritikaster van de sector. Daarbij wordt deels de vinger op de zere plek gelegd. Het geheel gaat echter mank aan het ontbreken van een analyse. De redeneringen staan bol van onbewezen oorzaak-gevolg denken en verheffen incidenten al te makkelijk tot algemeen beeld.

Op enkele onderwerpen is overigens wel degelijk iets aan de hand. Ik denk dat het klopt dat er op ROC’s dingen gebeuren die moeten verdwijnen. Ik praat zelf ook met deelnemers die klagen over onvoldoende duidelijkheid vanuit de opleiding. Ze weten onvoldoende wat er van hen verwacht wordt. Wanneer moeten ze waar zijn? Wat gaat daar gebeuren? Wat moeten zij doen om het diploma te halen? Wat bepaalt of dat wat ze doen goed genoeg is voor datzelfde diploma?

Ik sluit ook niet uit dat zich situaties voordoen waarin deelnemers te weinig hoeven te doen en te vaak “vrij” zijn. Dat leidt ertoe dat deelnemers soms gedurende enige tijd enkele dagdelen per week thuiszitten. Dat zou ik als deelnemer of als ouder niet acceptabel vinden. Je hebt immers voor een voltijdsopleiding gekozen en daar hoort bij dat je een uur of veertig per week aan het werk bent.

Een van de grootste gevaren die in onze opleidingen op de loer liggen is verveling. Een collega van mij zei het treffend: “deelnemers die zich vervelen worden vervelend”. Hebben we voldoende uitdaging in de opleidingen ingebouwd? Leggen we de lat hoog genoeg? Ik hoor te vaak dat dat niet het geval zou zijn.

Nog een? Volgens mij klagen deelnemers soms terecht over onvoldoende begeleiding. Of ze zien hun docent(en) te weinig, of de kwaliteit van de begeleiding laat te wensen over.

MAAR!!!!!! Volgens mij kun je in ieder ROC bij al deze voorbeelden tegenhangers formuleren van situaties waarin het wél goed gaat. Waarin sprake is van duidelijke programma’s die deelnemers bezig houden én uitdagen en waarbij docenten intensief en goed het leerproces in school en in praktijksituaties begeleiden.

Nou is iedere onwenselijke situatie er een te veel, maar laten we blijven zien dat er dingen fout én goed zijn!

Het “uitventen van incidenten” is volgens mij te makkelijk scoren over de rug van de “goeden”. En dat zeg ik zonder daarmee te zeggen dat we het er niet over moeten hebben. Maar, als het er dan over gaat, dan hoort daarbij dat je goed kijkt hoe dingen ontstaan en dat je incidenten niet gebruikt om op andere punten je gelijk te halen.

De discussiepunten hierboven vat ik samen als discussie over de basiskwaliteit van het onderwijs. Ik heb daarbij aangegeven dat in die discussie zaken aan de orde gesteld worden die terecht vragen om aandacht, maar ook om nuance. Deze discussie omtrent basiskwaliteit wordt volgens mij onterecht gekoppeld aan een aantal andere zaken die in de afgelopen periode op de agenda stonden. Ik denk dan met name aan kwesties als schaalvergroting, al dan niet capabele bestuurders en de autonomie van docenten.

Om het eenvoudig te zeggen lijkt de redenering: het komt goed met de kwaliteit van onderwijs als je kleine scholen hebt waarbij bestuurders gewoon doen wat docenten willen.

Op dat punt is de PvdA een van de partijen die de discussie aanvoeren en daarbij bovenstaand mantra lijken te hanteren. En daarbij spreekt zij zichzelf tegen. De PvdA is een bestuurderspartij en is daar terecht trots op. Het betekent dat de partij bereid is om het werk op te pakken en om de uitdaging aan te gaan. Eventueel ook vuile handen te maken.Dat doen we in de politiek, maar zeker ook in de (semi-)publieke sector. En waarom zouden we daar niet trots op zijn? We kennen allemaal de incidenten waarbij bestuurders de bocht uit vliegen, ook partijgenoten. Maar weer: waarom incidenten zo snel algemeen geldend verkaren?

Juist  van PvdA-bestuurders verwacht ik dat ze keuzes maken die zorgen dat iedereen mee kan doen. Dat onderwijs toegankelijk blijft voor iedereen. Dat jongeren die wind tegen hebben, een steuntje in de rug krijgen. En volgens mij zie je op veel plaatsen dat dat het geval is. De meeste bestuurders in het onderwijs doen hun werk uit betrokkenheid bij jongeren en docenten. ZIj doen hun werk zo dat gemeenschapsgeld zo goed mogelijk besteed wordt aan de juiste zaken. En als dat niet het geval is mag en moet dat aan de orde komen.

Grootschaligheid van de instellingen … is dat dan de oorzaak? Natuurlijk niet. Alhoewel grootschaligheid voor- én nadelen kent, is het op zich geen oorzaak van onvoldoende basiskwaliteit. Bovendien … een grote organisatie is niet hetzelfde als een grootschalige organisatie. De meeste grote scholen die ik ken, hebben organisatievormen gekozen waarin het mogelijk blijft om elkaar te kennen. Met kleine eenheden waarin collega’s elkaar en hun deelnemers kennen. Daarnaast ken ik kleine scholen waarin onverschilligheid heeft toegeslagen, waarin het alleen nog maar om overleven gaat, waarin zo’n beslag gelegd wordt op het (te) kleine docententeam dat het leveren van kwaliteit bijna onmogelijk gemaakt wordt.

Grote instellingen hebben voor- en nadelen. Zoals ook kleine instellingen dat hebben. Waar je ook voor kiest, het gaat erom dat je streeft naar optimale resultaten. Daar moet het dus over gaan! Wat is het rendement? Welke bijdrage levert een school aan het bestrijden van ongekwalificeerde uitval? Zijn deelnemers, medewerkers, bedrijfsleven tevreden? Is er sprake van goede vormen van beoordeling die leiden tot adequaat kwalificeren? En zo nog een aantal vragen die echt over de kwaliteit van het onderwijs gaan.

En daar treffen in mij het PvdA-lid en de schoolbestuurder elkaar.

Laten we het echte gesprek over onderwijskwaliteit voeren. Laten we niet afhankelijk zijn van inspectierapporten, maar het lef hebben om zelf de kwaliteit te bewaken en conclusies te verbinden aan onvoldoende kwaliteit van onze eigen opleidingen. Natuurlijk proberen we te verbeteren wat niet goed genoeg is. Maar als resultaten van die pogingen uitblijven moeten we ook zelf conclusies durven te trekken.

0 Responses to “Partij kiezen?”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: