klein is fijn … echt waar?

Is er een verband tussen schaalgrootte en kwaliteit? Als reactie op tekortschietende kwaliteit in het MBO horen we steeds weer dat de ROC’s te groot zijn. Als bewijsvoering komt men dan met de vakscholen die kleiner zijn en een betere kwaliteit zouden leveren. En de redenering gaat in alle eenvoud door: daarom zou het goed zijn als de oude MTS, MEAO, etc. terug zouden komen.

Natuurlijk doe ik de meningen die genuanceerder opereren in deze discussie hiermee tekort, maar toch … steeds weer kom ik elementen uit het bovenstaande tegen. En volgens mij klopt niet een van die elementen. In het kort een paar beweringen om bovenstaande zaken te ontkrachten:

  • Veel kleine basisscholen staan op de inspectielijst met (zeer) zwak onderwijs
  • De vakscholen hanteren een pittig toelatingsbeleid en bieden alleen opleidingen op hoge niveaus aan. Daarmee houden zij bepaalde problematiek buiten de deur. ROC’s moeten en/of willen deze problematiek bewust binnenhalen en aanpakken.
  • De “oude” MTS e.d. kenden, in vergelijking met het huidige MBO, vooral een andere didactiek die hen onderscheidt van modern beroepsonderwijs. Wie met bedrijven spreekt hoort in het algemeen dat het nodig was om het roer om te gooien zodat er sprake kon blijven van een goede aansluiting tussen MBO en bedrijfsleven.

Iedere zwakke opleiding is er één teveel. Het gaat dus niet aan om met discussies als bovenstaande het gesprek over het beroepsonderwijs af te doen. Waar het aan ontbreekt is het gesprek over wat nou echt bepalend is voor kwaliteit. Wat bevordert de kwaliteit in een school? Een voorzet:

  • leerlingen of studenten kennen elkaar en hun docenten en andere begeleiders
  • docenten en begeleiders kennen elkaar en hun leerlingen of studenten
  • deze mensen hebben een goede plek waar ze elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar kunnen werken
  • opleidingen zitten logisch in elkaar en zijn inhoudelijk verbonden met het perspectief dat leerlingen/studenten geboden wordt
  • docenten en begeleiders zijn capabel, zowel vakinhoudelijk, didactisch als pedagogisch
  • docenten en begeleiders zijn up-to-date: ze weten wat de ontwikkelingen zijn in het bedrijfsleven en vervolgonderwijs, zodat ze hun leerlingen/studenten daarop voor kunnen bereiden

DIt alles vraagt om kleinschalig en transparant organiseren. Maar dat kan misschien wel het beste in een grote organisatie. Wat zijn de voordelen daarvan:

  • mogelijkheden voor specialisatie, waardoor betere aansluiting bij diversiteit aan leer- en begeleidingsbehoeften
  • meer mogelijkheden voor breed aanbod, maatwerk en doelgroepenbeleid
  • efficiënter organiseren van overhead maakt meer ruimte vrij voor inzet in primair proces
  • meer mogelijkheden om alternatieven te bieden als jongeren ontdekken dat opleiding niet past bij hun capaciteiten en/of ambities

Kortom: groot kan net zo fijn zijn, als je er maar een goed plekkie kan vinden

0 Responses to “klein is fijn … echt waar?”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: