Actieplan MBO, samenvatting en reacties

Hieronder volgt een samenvatting van het Actieplan MBO. Dit is overgenomen van het weblog van Frank Tromp (ROCVA), waarvoor dank.

De verschillende onderdelen worden gevolgd door een reactie waarvoor ikzelf, in overleg met enkele collega-bestuurders, verantwoordelijk ben.

Focus op vakmanschap

Het plan bevat de volgende doelstellingen:

– verhoging kwaliteit

– verbetering besturing en bedrijfsvoering

– vereenvoudiging van het BVE stelsel

Het is nog te vroeg om alle doelstellingen in het plan te vertalen naar concrete gevolgen voor de ROC’s. Getuige het aantal wijzigingen in het veld van het MBO, kan wel worden geconcludeerd dat alle ROC’s de gevolgen van het plan zullen gaan voelen. Niet alleen de toekenning van middelen zal sterk veranderen en nog meer afhankelijk zijn van de prestaties van het ROC. Ook de opzet van MBO-opleidingen zal veranderen.

Algemene reactie:

Het plan is gebaseerd op ambities die passen bij de ambities van de instellingen: we willen beter worden, we willen het beter doen, we moeten het eenvoudiger en beter uitvoerbaar maken. De sector moet de uitdaging aangaan om deze ambities te realiseren, ook in een tijd waarin bezuinigingen onontkoombaar lijken. De omvang van deze bezuinigingen is wellicht te dragen, de wijze van invulling roept grote vraagtekens op.

Het plan miskent de specifieke grondslag van de ROC-vorming en het Middelbaar Beroepsonderwijs. ROC’s zijn ingericht om integraal te kunnen werken op basis van de regionale context. Dat vraagt om een totaalpakket en om diversiteit. Het plan knabbelt aan het totaal en gaat uit van uniformiteit. Het knabbelt zowel aan het in 1996 beoogde ROC model (community college) als aan het beroepsonderwijs algemeen (zie ook daar waar wij ingaan op avo-isering ten gevolge van dit plan).

Het plan ademt een sfeer van wantrouwen uit jegens de ROC’s. Ze hebben er een puinhoop van gemaakt en we gebruiken deze bezuinigingsronde om weer meer grip te krijgen op deze instellingen.

Het plan is niet consistent met eerdere kabinetsreacties op bijvoorbeeld het rapport van de commissie Dijsselbloem (OCW is voor ‘wat’, de instellingen gaan over ‘hoe’) en de commissie Oudeman (bewaar rust in het veld, de instellingen zijn op de goede weg, geen reden tot forse ingrepen). In tegenstelling tot hetgeen deze commissies adviseren behelst het plan, gezien haar strekking en impact, een stelselwijziging.

Het plan discrimineert het MBO tov het HBO (bekostiging oudere deelnemers, ruimte voor invulling aan de instellingen).

De plannen van de minister kunnen worden samengevat in de volgende punten:

1. Verhoging kwaliteit

Meer onderwijstijd, intensiveren en verkorten opleidingen

De onderwijstijd voor het eerste leerjaar wordt verhoogd naar 1.000 uren waarvan 750 onder begeleiding. De overige leerjaren blijven gehandhaafd op 850 uren waarvan 600 onder begeleiding en 250 uren BPV.

Zonder in herhaling te vervallen, wijzen we hier nogmaals op het feit dat OCW zich op deze manier expliciet bezighoudt met de wijze waarop het beroepsonderwijs uitgevoerd dient te worden. Beter zou het zijn om de sector de opdracht te geven om met een plan te komen dat leidt tot intensievere en kortere opleidingen.

De ruimte voor BPV wordt hier drastisch beperkt. Dat is te zien als een stap terug. Het specifieke van beroepsonderwijs wordt ermee ontkend en de avo-isering doet zijn intrede. De verlaging van het maximum aandeel BPV frustreert de implementatie van CGO. Meer dan voorheen vindt het opdoen van inzicht, vaardigheden en beroepshouding plaats in de praktijk. Dat wordt hiermee miskent. In plaats van een generieke maatregel zou het een opdracht voor de ROC’s en het regionale bedirjfsleven meoten zijn om te komen tot een optimum ten aanzien van de omvang van de BPV, in combinatie met een inhoudelijk optimale invulling van dit deel van de opleiding.

De grote vrees is dat de minister op basis hiervan ook de discussie opstart over de vraag wat wel of niet onder begeleide onderwijstijd gaat vallen. Hoe zit het met tijd die doorgebracht wordt in interne of externe leerbedrijven, niet zijnde BPV-plaatsen? Aan welke eisen moet voldaan worden om dit als begeleide onderwijstijd te laten tellen? Of meotten die 750/600 uren doorgebracht worden in een klaslokaal met rijtjes schoolbanken? Wordt vernieuwing beperkt tot vervanging van het schoolboord door het digibord?

De opleidingsduur wordt verkort van 4 naar 3 jaar (niveau 4). De bekostiging gaat per leerjaar verschillen. Eerste jaars studenten tellen zwaarder mee in de bekostiging dan 2e jaars. 2e jaars tellen zwaarder mee dan  3e jaars studenten etc. In het plan wordt verondersteld dat de verkorting van de opleidingsduur het mogelijk moet maken om meer onderwijstijd te kunnen bieden.

Deze maatregel staat in elk geval op zeer gespannen voet met de ambitie om het onderwijs eenvoudiger en transparanter te maken. Onduidelijk is wat de effecten hiervan zijn.

Wat gebeurt er als een deelnemer na een jaar besluit om over te stappen naar een andere opleiding? Begint dan opnieuw zijn eerste jaar (van de opleiding) of gaat hij naar zijn tweede jaar (van de school)? En als hij overstapt naar een andere opleiding in een andere instelling?

Hoe zit het met een deelnemer die na zijn driejarige niveau 3 opleiding door wil naar niveau 4. Krijgt die het vierde jaar niet meer bekostigd?

Worden met deze maatregel geen verkeerde prikkels ingebouwd die leiden tot misstanden die we juist uit willen bannen?

Effectievere en efficientere opleidingen kunnen wellicht in een kortere periode uitgevoerd worden. Invoering van een dergelijke maatregel vraagt om nader onderzoek t.a.v. de vraag hoe dit het beste gerealiseerd kan worden. Het grote risico van het afkondigen van een dergelijke maatregel is dat een en ander met vallen en opstaan ingevoerd wordt. Deelnemers zullen hiervan de wrange vruchten plukken.

Betere examens

De minister wil de MBO examens verbeteren en zet het examenbeleid voort. Er komen landelijke examens voor de Nederlandse en Engelse taal en voor rekenen.

Uit de nul-metingen rekenen en taal blijkt dat landelijk ongeveer de helft van de instroom in het mbo niet het taalniveau heeft dat aan het einde van eht vmbo behaald moet zijn. Voor rekenen voldoet een nog groter deel niet aan de niveauvereisten. Er zijn dus afspraken met (of eisen aan) het vmbo nodig om de kwaliteit van de instroom omhoog te brengen.

Jammer is ook dat hiermee alle goede ontwikkelingen om taal en rekenen in de context van beroepsonderwijs te leren en te examineren verdwijnen.

Organisatorisch en financieel is niet duidelijk of het mogelijk en betaalbaar is. Het lijkt of voor het afnemen van examens volledige lokalen apart ingericht moeten worden, inclusief een forse investering qua automatisering. Vraag is of dit betaalbaar en organiseerbaar is.

Professionalisering docenten

De minister stelt het bij- en nascholen van leraren verplicht. Bovendien komt er een lerarenregister.

Het streven naar een register kan een impuls zijn voor verdere kwaliteitsverbetering. Tegelijk zijn er nog vele vragen die in dit kader om een antwoord vragen.

Regionaal aanbod opleidingen

De minister wil een einde maken aan de concurrentie tussen ROC’s en stelt een autoriteit in die overleg tussen de ROC’s mogelijk moet gaan maken. In de toekomst zal een stichting toezien op doelmatig aanbod in de regio’s. Dit betekent dat de ROC’s samen het opleidingenaanbod moeten gaan verdelen. De stichting zal tevens arbitreren bij eventuele geschillen tussen ROC’s.

Waarom wordt het niet aan de instellingen in de regio overgelaten om dit voor elkaar te krijgen. Zij moeten een en ander betaalbaar organiseren en in alle gevallen voldoen aan kwaliteitseisen. Laat bestuur en toezicht van de sector keuzes maken die ten goede komen aan deelnemers en het regionale bedrijfsleven. Laat hen aan die stakeholders verantwoording afleggen over gemaakte keuzes.

VM2

De VM2 regeling (combinatie van VMBO en MBO opleiding) wordt verlengd en per augustus 2012 omgezet in een wettelijk kader.

Omzetting in een wettelijk kader vraagt nadere evaluatie van lopende experimenten. Op basis daarvan dienen uitspraken gedaan te worden over de positie van VMBO en MBO in deze regeling.

2. Besturing en bedrijfsvoering op orde

Er komt een zogenaamde prestatiebox waarmee de prestaties op gebied van de bestrijding van voortijdig schoolverlaten en de tevredenheid van het bedrijfsleven in financiële middelen wordt omgezet. Hoe beter de prestaties, hoe meer geld de instelling ontvangt.

3. Vereenvoudiging van het BVE stelsel

30+ maatregel

De uitwerking van de 30+ maatregel is nog niet bekend is gemaakt in dit plan. Daarmee blijft onzekerheid bestaan over de financiering van onderwijs voor mensen van 30 jaar en ouder. De minister belooft dat deze maatregel in mei op de agenda van de ministerraad komt en in september in de 2e kamer zal worden behandeld. Beoogde datum van inwerkingtreding is 1 augustus 2012.

Inmiddels heeft de Tweede Kamer een brief ontvangen omtrent de compensatie die voor deze maatregel geboden wordt. Voor wat betreft de bezuiniging lijkt daarmee de kou uit de lucht, alhoewel het nog steeds zo is dat de compensatie een stuk lager is dan de omvang van de bezuiniging.

Bovendien roept de brief nog tal van vragen op:

  • Waarom alleen BBL-trajecten voor 30+? Ook hier weer in tegenstelling tot het HBO, waar voltijds trajecten voor oudere studenten gewoon bekostigd worden? Het lijkt dat met name de laaggeschoolden die op jonge leeftijd de stap naar de arbeidsmarkt gezet hebben de dupe van deze maatregel worden. Daarmee zijn het de zwakkeren die deze lasten dragen, terwijl (bijvoorbeeld in het HO) de sterke schouders alle kans krijgen om met volledige bekostiging “een leven lang leren” tot realiteit te maken.
  • Hoe valt de landelijke limiet aan het aantal deelnemers (gesteld op 47.000) te controleren, met het oog op de continue en decentrale in- en uitstroom van deze deelnemers?
  • Het ziet er naar uit dat de bekostiging per deelnemer via de compensatie lager is dan de reguliere bekostiging? Hoe valt dat te verklaren en te vertalen naar de bedrijfsvoering? Hoe kan de instelling onderscheid in het programma realiseren tussen een 29-jarige en een 30-jarige? Moeten er verschillende programma’s opgezet worden? Moeten deze deelnemers in verschillende groepen geplaatst worden?
  • De compenserende maatregel geldt per deelnemer slechts voor twee jaar. Betekent dit dat oudere deelnemers van niveau 3/4 onderwijs worden uitgesloten? Hoe verhoudt dit zich tot de ambitie om juist te investeren in kennis en een hoger kennisniveau? Voor deze doelgroep wordt afscheid genomen van het idee van een Leven Lang Leren.

De grote vrees is dat deze met gejuich onthaalde compensatie een doekje voor het bloeden zal blijken te zijn dat weer forse nieuwe vraagstukken oproept.

Einde drempelloze instroom

De drempelloze instroom in niveau 2 van het mbo wordt beëindigd. Voor toelating voor een niveau 2 opleiding hebben studenten voortaan een diploma voortgezet onderwijs nodig of een diploma niveau 1. Daarnaast wordt voor ongediplomeerde jongeren, die bijvoorbeeld na enkele jaren werken weer willen gaan leren, een toelatingsonderzoek op instellingsniveau ingevoerd. Als ze dit met positief resultaat afronden, kunnen ze instromen op niveau 2, anders op niveau 1. De beoogde inwerkingtreding is het schooljaar 2013-2014.

Dit is een van de maatregelen waarbij het MBO nadelig wordt behandeld tov het HBO. Om het niveau van het HBO omhoog te brengen worden eisen gesteld aan het voorafgaande traject. Dus moet het MBO deelnemers beter gaan voorbereiden op het HBO.

De instroom in het MBO wordt slechts gekoppeld aan een diploma, zonder dat gekeken wordt naar de vraag of daarmee inhoudelijk gezien de kwaliteit van de instroom daadwerkelijk beter wordt. Is het niet zo dat het grootste deel van de instroom wel degelijk over een VMBO-diploma beschikt? Is het niet zo dat deze diploma’s voor een deel onvoldoende de kwlaiteit representeren die nodig is voor succesvolle doorstroom? Waarom wordt daar niet naar gekeken? Is het werkelijk zo dat met de diploma-eis de kwaliteit van de instroom gewaarborgd is?

 Entree opleidingen

De MBO opleidingen op niveau 1 krijgen een nieuwe naam namelijk “entree opleidingen”. Deze opleidingen worden apart gefinancierd en er wordt een bindend studieadvies ingevoerd, waarmee scholen een leerprestatie kunnen afdwingen. De ROC’s ontvangen voor entree opleidingen een vast budget.

Betekent een apart budget ook aparte verantwoording. De MBO-raad stelt voor om dit budget uiteindelijk aan de lumpsum toe te voegen. Daarmee ontstaat vrijheid voor de instelling om het adequaat in te zetten. Verantwoording vindt dan niet plaats op de inzet van middelen, maar op de gerealiseerde prestaties.

Grote vraag is wat er gebeurt als zich meer deelnemers aanmelden voor deze opleiding, dan waar de bekostiging vanuit gaat. Het kan niet zo zijn dat vanwege het bereiken van een maximum jongeren op dit niveau geen toegang meer tot deze opleidingen hebben.

Vavo onder rijksaansturing

De bekostiging van het Vavo komt met ingang van 1 augustus 2014 vanuit het Rijk en is alleen beschikbaar voor mensen tot 30 jaar.

Grote onduidelijkheid over de wijze waarop dit precies geregeld zal worden, betekent dat een oordeel hier niet gegeven kan worden. Het uitgangspunt om dit onderwijs direct onder OC&W te brengen verdient steun.

0 Responses to “Actieplan MBO, samenvatting en reacties”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: