Jongens en meisjes, hou de discussie bij het onderwerp

In de Leeuwarder Courant schreef Jelmer Staal een ingezonden brief rond het onderwerp van gescheiden lessen voor jongens en meisjes. Deze kreeg de titel “stop de feminisering van het onderwijs”. De volledige tekst is te vinden op zijn website http://www.jelmerstaal.nl
Op die site is ook mijn reactie te vinden, maar deze is ook hieronder te lezen:

Jelmer begint met de constatering dat de achterstand van jongens reeel is. Deze begint al op de basisschool, maar groeit fors tijdens het VO. Tot zover zijn we het met elkaar eens, evenals met de constatering dat het nodig is om hier iets aan te doen. Maar met verdere redeneringen in het artikel heb ik grote moeite. Hieronder geef ik daarvan puntsgewijs mijn bezwaren weer.

Het probleem wordt volgens de brief veroorzaakt door feminisering van het onderwijs. Volgens andere berichten die ik hierover de afgelopen week las wordt het probleem veroorzaakt door een andere ontwikkeling van hersenen van mannen en vrouwen. Er wordt geen onderbouwing gegeven waarom de analyse uitgaat van deze nieuwe veronderstelling als oorzaak van het geconstateerde probleem.

De volgende stelling luidt dat feminisering geen personeelsprobleem is, maar een visieprobleem. Ook hier is sprake van een ontkenning. Er zijn talloze onderzoeken die aantonen dat het feit dat kinderen, m.n. in PO, geen mannelijke rolmodellen meer tegenkomen, wel degelijk een probleem vormt. Wie ben ik (en wie is Jelmer Staal) om de onderzoeken die dat aantonen te ontkennen?

Dan de invulling van het geconstateerde visieprobleem. Het begrip feminisering wordt gekoppeld aan vaardigheden waar in het huidige onderwijs aandacht aan besteed wordt: zelfstandig werken, reflecteren, omgaan met weinig structuur. Zijn dit dan vrouwelijke vaardigheden? Of zijn het vaardigheden die vrouwen eerder (en misschien wat beter) ontwikkelen dan mannen? Volgens mij zijn het in elk geval vaardigheden waar zowel mannen als vrouwen over zouden moeten beschikken om het te redden in studie en beroep.
Als het al zo is dat mannen meer problemen hebben met het ontwikkelen van deze vaardigheden dan zou je er volgens mij juist (op een geschikte manier) aandacht aan moeten besteden.

Het probleem waar de huidige discussie over gaat betreft overigens helemaal niet de genoemde vaardigheden, maar simpelweg de verschillen in ontwikkeling van taal- en rekenvaardigheden. De suggestie van (gedeeltelijk) aparte klassen gaat daarover.

Tenslotte …
Ter onderbouwing haalt de auteur een aantal voorbeelden uit zijn eigen onderwijspraktijk aan: “om de haverklap moet ik weer in een groepje werken, waarbij de leraar soms zelfs de theorie niet uit wil leggen: “Die staat in het boek”. Alle planning moet ik zelf bepalen en met een beetje pech moet ik achteraf bij elk onderdeel beschrijven hoe ik me voelde in een reflectieverslag.”
Hier wordt een fundamentele fout gemaakt die ik in de discussie over de huidige onderwijsvernieuwing al langer en vaker tegenkom. Om het maar even simpel te houden: competentiegericht onderwjis gaat over de vraag WAT we jongeren in het onderwijs aan willen leren. De genoemde voorbeelden gaan echter over HOE dat in de praktijk vorm krijgt.

Over die vormgeving gaat het ook bij de aangedragen oplossingen: “beter gestructureerd onderwijs, meer begeleiding, een passende hoeveelheid reflectie, meer individuele opdrachten, …”. Dat zijn volgens mij terechte aandachtspunten om een aantal van de huidige problemen in het onderwijs aan te pakken. Maar dan pak je een ander probleem aan dan het probleem waar dit allemaal mee begon: jongens en meisjes doorlopen een sterk uiteenlopende leercurve, met name op de gebieden taal en rekenen. Daarvoor bied je geen oplossing.

2 Responses to “Jongens en meisjes, hou de discussie bij het onderwerp”


  1. 1 Erik Mol 23 augustus 2011 om 11:29

    Het probleem met discussies over onderwijs, is dat iedereen ervaringsdeskundige is en wel vanuit zeer verschillende praktijken en belevingen. Dat vertroebelt de discussie en maakt het analyseren van problemen en het vinden van oplossingen zo moeilijk. Het is daarnaast m.i. ook lastig dat zeer veel mensen, die zich met de discussie bezighouden c.q. beleidsmakers in het onderwijs veelal zgn. alpha’s zijn. Er is sinds de invoering van de mammoetwet ongelooflijk veel aan het onderwijs gesleuteld, maar met veel aandacht voor taal en taalproblemen. Rekenen en rekenproblemen komen deze eeuw pas meer aan bod. Dyslexie is erkend, maar voor dyscalculie zijn geen vergelijkbare programma’s. Door de focus op taal en theorie is het onderwijs een kant op geschoven, die het voor leerlingen, die op dat terrein beter presteren, makkelijker maakt om verder te komen. Dit worden de nieuwe onderwijsgevenden en beleidsmakers. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, die maar moeilijk doorbroken kan worden. Dat in deze groep meer vrouwen, dan mannen zitten, heeft met hersenwerking, maar ook met maatschappelijke context te maken. De ontwikkeling in Nederland van de afgelopen 50 jaar is er een geweest van een agrarisch-industriële naar een diensten economie. Het belang van het vrouwelijke element in de samenleving werd daarmee groter en ook de rol van vrouwen. Dat is terug te vinden in het onderwijs.
    Het lastige is dan, dat er voor bepaalde groepen (m.n. jongens) minder emplooi is. Dat is minder eenvoudig op te lossen, dan meer jongensachtig onderwijs aanbieden.

  2. 2 Frank van Hout 24 augustus 2011 om 20:42

    Ik kwam dit artikel tegen Moet je echt lezen als je meer over dit onderwerp wilt weten: http://www.depers.nl/wetenschap/591051/Het-probleem-jongen.html


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: