Hoe houden we het langer vol

Naast een goed boek (“Iedereen CEO” van Menno Lanting) las ik deze week een heldere notitie over het pensioenakkoord dat bereikt is in de Stichting van de Arbeid. Het was geschreven door de club van overheidswerkgevers, dus misschien niet uit geheel onverdachte hoek, maar bevatte veel data die een aantal conclusies onontkoombaar maken.
In elk geval werd duidelijk dat het huidige pensioenstelstel onhoudbaar is als we niet een aantal zaken drastisch anders aanpakken. Een van de aanpassingen betreft, daar hebben we in de pers ook al veel over gehoord, het omhoog brengen van de pensioenleeftijd. Eigenlijk vraag ik me af waarom we daar zo voorzichtig mee zijn. Het is, evenals de aanpak van de hypotheekrenteaftrek, een van de maatregelen die echt zoden aan de dijk zetten als het gaat om de hervorming van de huidige financiële markt. En waarom zouden we er dan niet een schepje extra bovenop doen? Waarom niet doorgaan tot 68, 69, 70 jaar? In elk geval voor die mensen die dat kunnen. Dan houden we gemiddeld nog 10-15 jaar over om van ons pensioen te genieten. Dat is nog steeds langer dan de verwachting was toen de AOW werd ingevoerd.

Ik ben geen expert als het gaat om wet- en regelgeving op dit gebied. Evenmin op het terrein van financiën die rondom dit onderwerp relevant zijn.
Maar als werkgever moet ik mijn verantwoordelijkheid nemen als we daadwerkelijk in een situatie komen waarin mensen langer door moeten werken. Dat is overigens niet alleen van belang in verband met ’s lands financiën, maar ook domweg omdat we anders te weinig mensen hebben om het werk te doen dat gedaan moet worden.

Langer doorwerken vraagt bezinning op de vraag hoe we het werk gedurende langere tijd voor mensen aantrekkelijk houden. De tijd dat mensen wat eerder kunnen gaan denken over stoppen met werken verandert immers in het tegenovergestelde. Niet eerder stoppen, maar langer doorgaan lijkt het devies te worden.

Om dit te laten slagen moeten we de kwaliteit van medewerkers weer centraal zetten. We moeten in het kader van loopbaanontwikkeling en -begeleiding in beeld krijgen en houden welke kwaliteit van de medewerker van toegevoegde waarde is voor de organisatie. Dat is geen statisch beeld. Zo zullen we speciale aandacht aan de oudere werknemer moeten besteden.

Binnen het beroepsonderwijs gaat het er daarbij om:

  • dat we bevorderen dat mensen in verbinding blijven met het beroepsveld waarvoor ze opleiden
  • dat we mensen in de gelegenheid stellen om op het gebied didactiek nieuwe inzichten te verwerven en nieuwe aanpakken toe te passen
  • dat we de ervaring van oudere werknemers de waardering geven die deze verdient, als bron van (historische) kennis en als model voor de jongere docent

Daarmee kun je niet beginnen als mensen een bepaalde leeftijdsgrens passeren. Het moet een vanzelfsprekendheid zijn in het totale personeelsbeleid om dit soort zaken de aandacht te geven die ze verdienen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: