Over beroepsonderwijs: modern, effectief en aantrekkelijk

Vandaag besprak ik bij de MBO-raad de stand van zaken met betrekking tot “Focus op vakmanschap”, het actieplan van de minister van Onderwijs dat moet zorgen voor de noodzakelijk geachte kwaliteitsverbetering van het middelbaar beroepsonderwijs. Elders op mijn weblog heb ik al een samenvatting van dit actieplan geplaatst. Nu ging het gesprek over het resultaat van de gesprekken tussen ministerie en de MBO-raad over de uitwerking en invoering van het actieplan.

Het resultaat zal later beoordeeld worden, maar nu al kun je constateren dat dat oordeel makkelijk twee kanten uit kan gaan. Zoals vaker na afloop van onderhandelingen is ook hier sprake van een glas dat halfvol of halfleeg is. Tja, dat kun je van een en hetzelfde glas zeggen en zegt meestal iets meer over de spreker dan over het glas. Los van het exacte resultaat zet het onderwerp in elk geval weer eens aan tot nadenken over de toekomst van het (middelbaar) beroepsonderwijs. Aan de hand van enkele maatregelen uit het actieplan, probeer ik wat beelden over die toekomst te schetsen.

Het actieplan is gebaseerd op een toekomst van het beroepsonderwijs waarin sprake is van een forse toename van kwaliteit. Dat is een ambitie waar je het volgens mij alleen maar heel erg mee eens kunt zijn. Los van je huidige oordeel over die kwaliteit, kun je moeilijk tegen een verhoging daarvan zijn.

Het belangrijkste en in mijn ogen meest bijzondere instrument om die kwaliteit te verhogen is de zogenaamde “intensivering”. Die intensivering krijgt vorm via een paar ingrepen:

  • opleidingen worden ingekort (van 4 naar 3 jaar)
  • de hoeveelheid onderwijstijd in het eerste jaar wordt uitgebreid (van 850 naar 1000 uur)
  • de hoeveelheid BPV (lees: stage) wordt verminderd ten gunste van begeleide onderwijstijd (lees: les)

In grote lijnen zijn dit niet perse slechte ingrepen. Gesprekken met docenten maken me de afgelopen tijd al duidelijk dat de verlenging van MBO-opleidingen van drie naar vier jaar vaak geleid heeft tot verdunning van de opleidingen. Ook van deelnemers hoor en lees ik te vaak dat ze zich vervelen tijdens de opleiding.

Uitbreiding van de onderwijstijd in het eerste jaar lijkt me enigszins symboolpolitiek. Veel ROC’s hebben al programma’s waarin jaarlijks aan deze voorwaarde voldaan wordt, dus het effect hiervan zal gering zijn.

Het grootste dilemma ervaar ik bij de verschuiving in de verdeling tussen BPV en begeleide onderwijstijd. Dat heeft een paar invalshoeken.

Zo is men in Den Haag blijkbaar ontevreden over het leerrendement van de BPV. Blijkbaar denkt men dat meer begeleide onderwijstijd een hoger rendement op zal leveren. Volgens mij zijn dit aannames die niet onderbouwd zijn. Zoals zo vaak zijn het hier ook weer indrukken en emoties op basis waarvan beleid gemaakt wordt, in plaats van onderzoek en analyse. Verder is het natuurlijk ook een makkelijke manier om iets dat je niet goed vindt, gewoon maar minder toe te staan.

Wat gaat nou maken of ik dat glas als half vol of half leeg zie? Ik ben er (ongeveer) uit! De vraag is voor mij of we de ruimte krijgen om die grotere hoeveelheid begeleide onderwijstijd in te vullen op een manier die past bij modern beroepsonderwijs:

  • modern, dus met gebruikmaking van alle moderne middelen die daarvoor beschikbaar zijn
  • beroepsonderwijs, dus wat mij betreft zoveel mogelijk in de context van het beroep

En daarmee kom ik ook uit bij mijn angst. Het lijkt er zo vaak op dat onderwijstijd alleen maar als goed gezien wordt wanneer die ingevuld wordt door een leraar voor het bord  met een krijtje in een klaslokaal met 25 jongeren. Als dat het gevolg is, betekent dat niet alleen een  half leeg glas. Het betekent ook dat we de verworvenheden van de afgelopen jaren verkwisten en dat het beroepsonderwijs teruggaat in de tijd. Dat past bij het sentiment dat het onderwijs momenteel omsingelt, maar het past niet bij een maatshappij die behoefte heeft aan modern en hoog opgeleide jongeren.

3 Responses to “Over beroepsonderwijs: modern, effectief en aantrekkelijk”


  1. 1 Wietze Reitsma 22 september 2011 om 21:46

    Dag Frank,

    Mooie post. Ben jij “in control”

    • 2 Frank van Hout 1 oktober 2011 om 08:07

      Hallo Wietze,
      Of ik “in control” ben? In een eerdere blogpost kon je lezen dat ik nogal twijfels heb bij de mogelijkheid en bij de wenselijkheid van dat begrip.
      Waar ik (met collega’s) wel beter in word is:
      – weten wat we willen
      – weten waar we staan
      – bedenken wat we moeten doen
      Ben ik daarmee in control?

  2. 3 Jan Beukelaar 23 september 2011 om 20:59

    Helemaal eens Frank. Volgens mij waren we in de jaren tachtig wel klaar met klassikaal. Maar nu dat achter ons ligt, gaan sommigen terug verlangen naar “vroeger”. Toen werd er “geleerd”. Alsjeblieft niet terug, maar vooruit, door te verbeteren wat nog zwak is!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: