Het kán slimmer

Mijn vorige blogpost leverde nogal wat lezers en ook aardig wat reacties op. Zeer tegengestelde reacties. In elk geval lijkt me dat een aanwijzing dat het over onderwerpen ging waar velen zich druk over maken. En uiteraard zetten al die reacties mij weer aan het denken.

Daar komt bij dat het onderwerp “productiviteit in het onderwijs” deze week ook via een andere weg nogal in het nieuws was. Ferry de Haan schreef een stuk in de Volkskrant en was te horen op de radio. Ook hij ging in op de noodzaak om de productiviteit van docenten te verhogen.

Wat me opviel aan de invalshoek van de Haan waren twee dingen:

  • Hij ging in zijn bijdrage vooral in op het omlaag brengen van het aandeel van “niet-productieven” in het onderwijs.
  • Hij koppelde productiviteitsverhoging nagenoeg één op één aan vergroting van de klassen.

In mijn ogen wordt het vraagstuk daarmee te zeer versimpeld. Dus probeer ik het hier nog een keer.

Wat is er aan de hand?

Wat je er ook van vindt, het is een gegeven dat het onderwijs meer moet doen met minder geld. De gemiddelde bijdrage per leerling/student loopt terug, zeker als we daarin de inflatie meerekenen. Daar komt bij dat we het in z’n algemeenheid als samenleving de komende tijd met minder moeten doen. Dan ben je als publieke sector mijns inziens verplicht om goed te kijken of je wel zeer zorgvuldig omgaat met het geld dat je uit de schatkist krijgt.

Wat kun je dan als onderwijs doen?

Ik ontken op geen enkele manier dat mensen in het onderwijs hard werken. Het verhogen van de productiviteit kan dus niet gerealiseerd worden door maar even te zeggen dat iedereen er een schepje bovenop moet doen. Maar we kunnen denk ik winst boeken door een combinatie van het volgende:

Goed kijken of datgene wat in de overhead gebeurt noodzakelijk of wenselijk is.

  • Noodzakelijk omdat het zorgt dat voldaan wordt aan wet- en regelgeving
  • Wenselijk omdat het een bijdrage levert aan kwaliteitsverbetering

De aanpak in het onderwijs, zowel het primaire proces als de ondersteuning via overhead, zo efficiënt mogelijk aanpakken

  • Welke taken van de docent kunnen ook door anderen uitgevoerd worden (denk aan administratie, surveilleren, ..)?
  • Hoe kunnen we via standaardiseren en centraliseren ondersteunende zaken sneller organiseren en uitvoeren?
  • Hoe kunnen we flexibel omgaan met de verhouding tussen docent en leerlingen/studenten, zodat je ruimte creëert om daar waar nodig intensieve aandacht te bieden.

Tenslotte sta ik even stil bij de vraag wat de  inzet van IT kan betekenen voor de productiviteit van het onderwijs. Ik denk niet dat dat direct tot veel minder personele inzet zal leiden. Bovendien denk ik dat we nog een lange weg te gaan hebben voordat we op dit element echte stappen gaan zetten. Dat vraagt zowel inhoudelijk, als organisatorisch als qua cultuur nog een forse omslag.

12 Responses to “Het kán slimmer”


  1. 1 RW 9 oktober 2011 om 13:41

    Onderwijs medewerkers die DIRECT cursisten bedienen. Aantal?
    Onderwijs medewerkers die NIET cursisten bedienen. Aantal?
    Gezonde verdeling?

  2. 2 Eus van Hove (@eusvanhove) 9 oktober 2011 om 17:37

    De verhouding lesgevend en niet-lesgevend personeel is de laatste jaren, zeker op ROC’s, volledig ontwricht.
    Veel winst is te behalen door een verschuiving in middelen naar lesgevend personeel, zodat docenten tijd en ruimte hebben om onderwijs te innoveren.

    De productiviteit zal toenemen als ‘slimme’ elektronische lessen gelden als onderwijstijd (http://iturl.nl/snOax).

  3. 3 Frank van Hout 9 oktober 2011 om 20:21

    Met Hems deel ik de verbazing over de heftigheid waarmee op mijn twee laatste blogposts is gereageerd. Een van de kenmerken daarbij is dat overhead gezien lijkt te worden als geldverspilling.
    Steeds weer wijzen mensen op de verhouding tussen docenten en overig personeel, waarbij de boodschap is dat met name in die tweede groep ingegrepen moet worden als antwoord op vermindering van de middelen binnen de school.
    Ik wil daar twee dingen op zeggen:
    1. Hebben lezers wel door over welke mensen het hier gaat? De grootste groep bij ons op school bestaat uit conciërges, administratieve medewerkers en andere mensen waarvan je toch niet kunt beweren dat we zonder hen kunnen. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan een veilig klimaat en een goed georganiseerde gang van zaken.
    2. Wij hebben in de afgelopen jaren flink moeten bezuinigen op ons personeel. Daarbij hebben we de budgetten voor het primaire proces altijd ontzien, behalve dan dat ze meebewegen met het aantal studenten. Het is de vraag of je dat altijd vol kunt blijven houden. Het is ook de vraag of je jezelf, los van bezuinigingen, niet de vraag moet stellen of het ook slimmer kan.
    Ik denk van wel …

    • 4 Eus van Hove (@eusvanhove) 9 oktober 2011 om 21:46

      @ Frank
      Voor het ROC tijdperk (lumpsum) was de overhead nauwelijks 20%; mede door de FUWA-BVE is de ‘schil’ of ‘kleilaag’ uitgegroeid tot soms meer dan 50%!
      Zonder concierges en administratie kunnen we inderdaad niet. Maar zijn er echt zoveel “andere mensen” nodig?

      Projectmanagers, accountmanagers, ICT managers, programmamanagers, zorgcoördinatoren, projectleiders, projectcoördinatoren, stagecoördinatoren, loopbaanadviseurs, PRadviseurs, communicatie adviseurs, opleidingsadviseurs, ICT adviseurs, HRM adviseurs, financial controllers, afdelingsdirecteuren, sectordirecteuren, onderdirecteuren, onderwijskundigen, beleidsmedewerkers, kwaliteitsmedewerkers, senior beleidsmedewerkers, communicatiedeskundigen, etcetera, etcetera, . . . . . . .

      Zie ook: http://beteronderwijsnederland.net/files/JW_Bruins_Bon_bekostiging_12_maart_2011_website2.pdf

  4. 5 Olav 10 oktober 2011 om 09:56

    @Eus. Kan je de percentages die je noemt onderbouwen? Een steekproef (jaarverslagen) leerde mij dat ROC’s werken o.b.v een gemiddelde verhouding OP:MBP van 70:30 (soms met ‘uitschieters’ naar 65:35). Echter, 50:50 ben ik nergens tegengekomen.
    Ferry de Haan legt m.i. de vinger weldegelijk op de zere plek. De afgelopen decennia maakten docenten steeds minder contacturen, thans 850 uur bij een normbetrekking van 1659 (mbo). In de jaartaak van een docent zit dus meer dan 50% overhead en dat is n.b. in de CAO zo bepaald.
    Het past natuurlijk helemaal bij deze tijd om te wijzen naar boven, maar veel van het reguliere ‘overhead-werk’ zoals factureren, computers kopen, website beheer, salarisadministratie etc., (uit eigen ervaring, schat ik zo’n 80%), wordt gedaan door collega’s in lagere schalen dan docenten. Rucksichtlos snijden in de overhead kan een school duur komen te staan, als docenten daardoor zelf postzegels moeten plakken (en dus nog minder voor de klas staan).
    Kort en goed, besparen op de overhead kan altijd, maar de meeste winst is te halen uit een veel betere benutting van het aantal potentieel beschikbare contacturen. Het vrije jaartaakmodel wordt weinig toegepast. ‘Gelijke monniken, gelijke kappen’ is het adagium. Weinig docenten staan hierdoor daadwerkelijk meer dan de helft van de beschikbare tijd voor de klas.
    Daar komt nog wat bij. Onderzoek door de Aob onder bijna 5000 docenten eerder dit jaar, toonde aan dat 1 op de 6 (!) docenten onderpresteert en dat schooldirecties doen daar te weinig aan (gedoogcultuur).
    De oplossing? Creëer en cultiveer een cultuur waarin:
    1. vakmanschap (doceren) centraal staat en waarin docenten graag een paar uur extra les geven,
    2. leidinggevenden hun verantwoordelijkheid nemen, onderpresteerders aanspreken en adequaat optreden,
    3. alle medewerkers zich bewust zijn van de kosten van het onderwijs.

    Zie ook: http://www.kilianwawoe.nl/pdf/bonussen_en_onderpresteerders_in_het_onderwijs_K.Wawoe.pdf

  5. 7 Olav 11 oktober 2011 om 10:43

    @Eus. Dat de verhouding OP:MBP (direct:indirect) in jaarverslagen (expres) verkeerd wordt weergegeven lijkt me onmogelijk (tenzij een accountant hier mee akkoord gaat).

    Als je bedoelt dat er docenten rondlopen die formeel (formatieplannen) les geven, maar in de praktijk andere dingen doen, dan rijzen bij mij de volgende vragen: (1) waarom doen deze docenten niet waar ze voor betaald worden (lesgeven)? (2) Welke taken zijn er dan (blijkbaar) belangrijker en, (3) waarom passen die niet in de reguliere overhead. (4) Zijn bestuurders hiervan uberhaupt op de hoogte? (in een organisatie met 1000+ medewerkers lijkt me dat vrijwel onmogelijk) en (5) waarom accepteren collega’s en managers deze situatie?

    Kom ik toch weer op mijn punt dat de bulk aan overhead bij de docent zit en niet op een centrale staf. Nogmaals, ik zeg niet dat je op dat laatste niet kunt besparen, maar de grootste winst is te halen door het potentieel beschikbare contacturen beter te benutten. Als elke docent gemiddeld 1.000 per jaar zou besteden aan lesgeven, dan zou de productiviteit aanzienlijk hoger liggen.

  6. 8 Eus van Hove (@eusvanhove) 11 oktober 2011 om 13:18

    Jaarverslag is een papieren werkelijkheid.
    Een docent met 30 lessen per week doet dit op de automatische piloot en heeft geen tijd voor innovatie. Nog meer lessen zal de kwaliteit verder doen dalen.

    Daarom ben ik net als Frank van Hout gecharmeerd van het Finse onderwijsmodel. Daar geeft een docent 600 uur per jaar les en heeft tijd om het onderwijs te innoveren. ‘Teach less, learn more’.
    Finland heeft het beste onderwijs van Europa!

    Kijk naar Pesi Sahlberg een Finse ‘School improvement activist’: http://iturl.nl/snGEh
    of nog beter, bestel de documentaire ‘The Finland Phenomenon’: http://iturl.nl/snAEa

  7. 9 Olav 12 oktober 2011 om 11:50

    @Eus, je haalt oorzaak en gevolg door elkaar. Goed onderwijs in Finland, is geen gevolg van weinig lesgeven, maar komt doordat leraren daar ‘rete-goed’ zijn. Alleen de hoogst opgeleide, best presterende professionals komen in Finland voor de klas. (Quote Sahlberg:
    ‘Those who graduate at the top of their class are the only ones who can consider a career in education. It is the most competitive field, more so than medicine and law. The average acceptance rate into schools of education is a mere 10%.’). Dat is nogeens andere koek!

    Dus weinig (frontaal) les is een gevolg van goed onderwijs (lees: leraren). Finse kenniswerkers nemen hun werk dermate serieus dat de tijd die niet aan lesgeven wordt besteed, ten gunste van het verbeteren van het onderwijs wordt ingezet (w.o. Leven Lang Leren). Finland heeft daardoor geen onderwijsinspectie nodig. Je moest eens weten hoeveel overhead dat scheelt! In Nederland ligt het anders.

    Vooropgesteld, ik geloof dat het gros van de leraren hier morgens met de beste bedoelingen aan het werk gaat. Maar de (harde) realiteit is dat hier niet ‘het neusje van de zalm’ (in pedagogisch/didactische zin) voor de klas staat. Daar zijn veel oorzaken voor, die we leraren zelden kunnen verwijten. Echter, als gevolg hiervan gaat niet-onderwijstijd verloren aan bezigheden die niet bijdragen aan het verbeteren van onderwijs. Dat is in decennia zo gegroeid en dat lossen we niet op met nog minder contacturen. We kunnen genoeg leren van Finland, maar het is een kapitale misvatting om er simpelweg vanuit te gaan dat nog minder lestijd hier zal leiden tot beter onderwijs (=meer productiviteit). Wat dan wel?

    (1) Meer lesgeven (‘practise makes perfect’) en (2) doelgericht werken aan professionalisering. De politiek moet het onderwijs hiertoe faciliteren (structureel meer tijd en geld voor een leven lang leren, veel meer dan die lachwekkende 60 uur per jaar). Schoolleiders moeten een cultuur creëren waarin het docentschap centraal staat (en aanzien heeft). Uiteindelijk ontstaat er meer ruimte voor (bijvoorbeeld) innovatie, maar dat vereist (net als in Finland overigens) een lange adem.

    Tenslotte, zie ook Weggeman (‘docenten kunnen hun vrijheid kopen door goed te zijn’). Kortom, docenten hebben het zelf in de hand, wat mij terugbrengt bij mijn eerste punt.

  8. 10 Hannes Minkema 18 oktober 2011 om 14:30

    Olav, heb je wel eens overwogen om een jaar voor de klas te staan en 26 wekelijkse lessen te geven aan pakweg 250 leerlingen in tien klassen? Ik denk dat je na zo’n jaar ‘sadder but wiser’ wordt en niet meer op het malle idee komt dat het onderwijs beter wordt als je de leraar maar 30 lessen laat geven in plaats van 26 en zo op de ‘overhead’ te besparen.

    Het werven van intelligente, hoogopgeleide, ambitieuze mensen voor het onderwijs – zoals in Finland inderdaad gebeurt – kun je dan wel helemaal op je buik schrijven. Ambitieuze mensen willen kwaliteit kunnen bieden, zowel in het lesgeven als in de begeleiding. Een baan waarin je alleen maar achter jezelf aan blijft lopen door de hoge werkdruk is voor hen geen aantrekkelijke optie.

  9. 11 Jef van den Hurk 18 oktober 2011 om 19:18

    Frank, pas heel recent op je blog terecht gekomen. Dat zouden meer bestuurders moeten doen!

    Je schrijft in bovenstaand bericht: “Tenslotte sta ik even stil bij de vraag wat de inzet van IT kan betekenen voor de productiviteit van het onderwijs. Ik denk niet dat dat direct tot veel minder personele inzet zal leiden. Bovendien denk ik dat we nog een lange weg te gaan hebben voordat we op dit element echte stappen gaan zetten. Dat vraagt zowel inhoudelijk, als organisatorisch als qua cultuur nog een forse omslag.”

    Ik denk dat je hiermee een soort self fulfilling prophecy verkondigt. Zo komt het voorlopig niet van de grond! Terwijl er nu een grote noodzaak is om er mee te starten om er straks profijt van te kunnen hebben.
    Waarom de zaak niet omdraaien? We willen meer ruimte voor docenten om te professionaliseren en ontwikkelwerk te doen, we willen ons voorbereiden op de vergrijzing die voor een behoorlijke leegloop zal gaan zorgen, we willen effectiever en efficiënter werken (het kan echt slimmer!). Waarom niet als doel dat 10% van de huidige contacttijd van een student door middel van ICT ingevuld gaat worden om ruimte te maken voor die doelen?

    Dat kun je niet zomaar als bestuurder van bovenaf opleggen. Leg de vraag voor aan de mensen in je organisatie? Stel je voor, dat we 10% ruimte zouden kunnen maken, waar zou je dat aan besteden? Of andersom: stel dat er 10% gesnoeid wordt in het budget? Hoe houden we de kwaliteit van het onderwijs in stand?
    Zet ICT-tools als Yammer en Twitter in om mensen ideeën te laten generen. Dan zou er wel eens heel snel wat moois kunnen ontstaan!
    Mooie voorbeelden zijn te vinden in een recente publicatie over hoe gemeentes dat aan (zouden kunnen) pakken: http://tinyurl.com/5rpwlt4

  10. 12 Olav 20 oktober 2011 om 12:01

    @ Hannes. Vanwaar je vraag en waarom is het volgens jouw niet mogelijk om 30 uur les te geven per week? Ik heb wel een vermoeden waar je opmerking vandaan komt, maar zonder argumenten kan ik je niet volgen. Wat werkt volgens jou dan wel, wat is dan de oplossing?

    Gevoelsmatig vermoed ik dat je opmerking ingegeven is vanuit de ‘malle’ one-size-fits-all(/nobody?) aanpak die in ons onderwijsbestel in feite nog altijd aan de orde van de dag is. Hoe complex of talentvol de doelgroep: het onderwijs zit ingeklemd in een sequentie waarvan de vakantieregeling van het personeel de basis is (n.b. landelijk vastgesteld zodat er sprake is van een ‘handige’ spreiding).

    Jaarlijks kooko in ons land een topkok voor duizenden gasten per jaar, behandelt een arts honderden patienten en verdedigt een advocaat honderden clienten. Waarom kan een leraar dan in een jaar niet 250 leerlingen van goed onderwijs voorzien? Waarom is die werkdruk (blijkbaar) zo hoog?

    Als je het mij vraagt kan het slimmer.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: