Vaardigheden 2020

In de publieke discussie over onderwijs lijkt de restauratie steeds harder toe te slaan. We moeten koste wat kost het ouderwetse degelijke onderwijs herstellen. Dus weer ouderwets taal en rekenen; ouderwetse klassikale instructie; ouderwetse scholen met ouderwetse namen.

Eerlijk is eerlijk, deze hang naar ouderwetse vormen is deels veroorzaakt door het falen van vernieuwing. We ontkomen niet aan de conclusie dat goedbedoelde veranderingen in de afgelopen periode vaak niet beklijfden, vaak onvolledig uitgevoerd werden, vaak niet goed georganiseerd werden, etcetera.

Dat neemt niet weg dat onderwijs rekening moet (blijven) houden met wat de toekomst vraagt aan vaardigheden. Het lijkt alsof we, uit frustratie door de mislukkingen, nu onze ogen sluiten voor dat vraagstuk. Extra lastig wordt het omdat we ook moeten erkennen dat de toekomst steeds moeilijker te voorspellen lijkt. 

Dat neemt niet weg dat wat mij betreft de ambitie moet blijven bestaan om ons onderwijs in te richten met het oog op de toekomst. Onderstaand artikel kan daarbij helpen. Het geeft een interessant beeld van wat de jongeren van nu nodig hebben als zij straks de stap maken van onderwijs naar werk.

 Afbeelding

Welke vaardigheden hebben we nodig om ook in 2020 ons werk goed te kunnen doen? Het Institute for the Future (IFTF) van de University of Phoenix deed onderzoek naar die vraag en baseerde zich daartoe op zes ontwikkelingen die de toekomst mede gaan bepalen.

  1. We worden steeds ouder en zullen langer werken. Om het werk interessant te houden zullen we ons moeten blijven ontwikkelen, zodat we in ons werk steeds nieuwe uitdagingen kunnen vinden.
  2. Computers worden steeds intelligenter en kunnen steeds meer taken van ons overnemen. Als mensen zullen we ons moeten focussen op de dingen waar we voorlopig beter in blijven dan computers.
  3. Computertechnologie wordt steeds meer ingebouwd in alles om ons heen. Onze omgeving wordt daarmee programmeerbaar. Dat geldt ook voor de omgeving van ons werk en de omgevingen die we met ons werk creëren.
  4. Technologie biedt ons nieuwe mogelijkheden om te communiceren. Tekst heeft onze cultuur en communicatie lange tijd gedomineerd. Beeld en geluid zullen een prominentere plek veroveren.
  5. Traditionele organisatievormen maken plaats voor samenwerken via nieuwe technologieën. We zien dat al in begrippen als ‘co-creatie’ en ‘crowd sourcing’.
  6. In steeds meer sectoren en activiteiten wordt de wereld het werkterrein. Diversiteit en snelle veranderingen bepalend het speelveld.  

Vanuit bovenstaande ontwikkelingen formuleert het IFTF de volgende tien vaardigheden die belangrijk worden voor de professional in 2020:

  1. Kritisch kunnen denken en zinvolle betekenis kunnen geven aan grote hoeveelheden informatie.
  2. Sociale intelligentie: betekenisvolle verbindingen maken met anderen.
  3. Innovatief kunnen denken, aansluitend bij wat een specifieke situatie vraagt (adaptiviteit).
  4. Gevoel voor cultuur en cultuurverschillen en hierop kunnen inspelen.
  5. Kunnen bedenken hoe je computertechnologie in kunt zetten om je te ondersteunen bij het interpreteren van grote hoeveelheden data.
  6. Nieuwe media in kunnen zetten voor je communicatie en inhoud die via nieuwe media tot je komt kunnen begrijpen en waarderen.
  7. Multidisciplinair kunnen denken en (samen)werken.
  8. Kunnen denken als een ontwerper om de dingen om je heen meer naar je hand te zetten, gebruikmakend van alle mogelijkheden die technologie daarvoor biedt.
  9. Metacognitie, met name in het licht van om kunnen gaan met de grote hoeveelheden informatie en ‘prikkels’ die op ons afkomen.
  10. Tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen samenwerken in virtuele settings.
Het volledige rapport is beschikbaar als pdf via deze link.
 

12 Responses to “Vaardigheden 2020”


  1. 1 Ben Wilbrink 4 januari 2012 om 11:10

    Frank,

    Uit je samenvatting concludeer ik dat dit Amerikaanse rapport als twee druppels water lijkt op het recent door Ververs Foundation betaalde en door SLO uitgebrachte rapport ‘De toekomst telt’, ook al is dat specifiek op rekenen en wiskunde gericht.
    De projectgroep die namens deze Foundation de verantwoordelijkheid voor deze toekomstverkenning neemt bestaat uit Tjeerd plomp (vz), Koeno Gravemeijer, Paul Drijvers en Ger Koole. Ik geef deze ‘toekomstverkenning’ een kritische bespreking op het forum van BON
    http://beteronderwijsnederland.nl/node/8125

    De reden om er kritisch over te zijn: deze toekomstverkenning is een aanfluiting, en legt tevens een integriteitsprobleem bloot van enorm veel groter omvang dan het onschuldige bedrog dat Diederik Stapel pleegde. Niet dat er sprake is van fraude, maar het blijkt wel glashard dat in Nederland de Freudenthal-groep geen flauwe notie heeft van wat het is om op wetenschappelijk verantwoorde wijze te werken, en desondanks het reken- en wiskundeonderwijs in ons land volledig in zijn ‘realistische’ greep heeft gekregen.

    Sta me toe om kort te reageren op je opening “Dus weer ouderwets taal en rekenen; ouderwetse klassikale instructie; ouderwetse scholen met ouderwetse namen.”

    Ik zie niet in wat er mis is met een naam als ‘Newton’ of ‘Lorentz’, maar dit terzijde.
    Frontale les is nog steeds een buitengewoon doeltreffende en doelmatige vorm van instructie (mits niet de enige vorm).
    ‘Ouderwets rekenen’: als je gewoon behoorlijk kunnen rekenen bedoelt, wat is daar mis mee? Als je op het actuele overheidsbeleid doelt: er komen rekentoetsen, aangehangen aan de eindexamens in VO en MBO; maar kijk nog eens goed naar de inhoud daarvan: dat is realistisch, handig, schattend, met de rekenmachine rekenen. Een rekentoets op niveau 3F (Meijerink, Wet op de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen) voor VWO: hoe gek kan Nederland het maken? Is dit restauratie? Dit is een nachtmerrie. Volg de WiskundE-brief http://www.wiskundebrief.nl op dit onderwerp.

    • 2 Frank van Hout 5 januari 2012 om 20:48

      Beste Ben,

      Natuurlijk vind ik ook dat we goed taal- en rekenonderwijs moeten bieden. Natuurlijk weet ik dat ook klassikale instructie een effectieve manier van onderwijzen kan zijn. Maar dat alles neemt niet weg dat we met een open blik naar buiten moeten kijken. Dan zie je dat er andere dingen gevraagd worden. Dat kun je, zoals in mijn blog, aan een onderzoek ophangen. Als je dat onderzoek niet vertrouwt, zou ik je aanraden om gewoon eens te praten met werkgevers, medewerkers personeelszaken. Ik praat met name vanuit de context van beroepsondewrijs en hun geluiden zijn waardevol voor me. Zij geven helder aan dat in de komende jaren andere vaardigheden gevraagd worden dan hetgeen we nu voor opleiden.

      groet,
      frank

      • 3 Ben Wilbrink 5 januari 2012 om 21:30

        Beste Frank,

        Had dat meteen gezegd (over taal en rekenen, instructie) 🙂

        Je vindt kennelijk, net als de meeste toekomstkijkers (er zijn heel wat rapporten over 21e-eeuwse vaardigheden verschenen), dat werkgevers de experts zijn die kunnen zeggen wat er onderwezen moet worden?

        Zijn dat niet dezelfde werkgevers die zo graag die ‘competenties’ of zelfs alleen maar competenties in het onderwijs wilden?

        Met vriendelijke groet,

        Ben

  2. 4 Eus van Hove (@eusvanhove) 4 januari 2012 om 11:20

    Volgens mij wordt het falen van de vernieuwing veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden in het onderwijs.
    Die zijn nog steeds 19e eeuws te noemen: 6 à 7 lessen per dag gevangen met 30 leerlingen in lokalen van 8 bij 8 meter met alleen een schoolbord.

    Onder deze omstandigheden is onderwijsvernieuwing onmogelijk.

    In Finland hebben ze dit al langer begrepen en werken docenten volgens het principe Teach less, learn more.
    Finland heeft het beste onderwijs van Europa!

    http://iturl.nl/snPRF

    • 5 Frank van Hout 5 januari 2012 om 20:44

      Beste Eus,
      Er valt best wel wat aan te merken op arbeidsomstandigheden. En van Finland kunnen we een hoop leren/.
      Maar ik vind dat we niet alleen naar die omstandigheden mogen kijken. We kunnen niet met onze armen over elkaar blijven zitten tot alles anders is.
      Als we als onderwijs professionaliteit uit willen stralen, zullen we ook het lef moeten hebben om te werken aan (verdere) kwaliteitsverbetering. EN de mate waarin we kwaliteit leveren moeten we relateren aan de verwadhtingen die de buitenwereld van het onderwijs heeft (en mág hebben).

      groet,
      frank

      • 6 Eus van Hove (@eusvanhove) 7 januari 2012 om 10:31

        Beste Frank,

        Kwaliteit op met name ROC’s is een papierwinkel rond zogenaamde proeve van bekwaamheden en assessments. Hiervoor kom ik m’n stoel niet uit.
        Kwaliteit is voor mij de ontwikkeling van uitdagende en inspirerende opdrachten, voldoende aandacht voor leerlingen en feedback op het leerproces. Helaas staat komt de innovatie hiervan moeizaam van de grond.
        Vandaar mijn verwijzing naar de Finse onderwijskundige Sahlberg: “Teaching 6 houres daily is a tough job and leaves many teachers too tired to engage in anything professional when teaching is done”. Uit: Finnish Lessons, blz 63.

        Onder 19e eeuwse arbeidsomstandigheden is onderwijsvernieuwing onmogelijk.

        Groet, Eus

      • 7 Frank van Hout 7 januari 2012 om 21:40

        Beste Eus,
        Op de eerste plaats wil ik de baan van docenten niet lichter voordoen dan die is. Ik maak dagelijks mee waar zij mee te maken hebben en kan alleen maar waardering tonen voor hen die dat met volle overgave doen. En dat zijn de meesten!
        Tegelijk moeten we niet overdrijven. Je spreekt over zes uur les per dag. Bij een volle week zou dat om 30 (klok?)uren gaan. Inderdaad, dat is onbegonnen werk. Maar volgens mij ook geen gangbare nrealiteit.
        25 (les)uren per week is volgens mij wel het maximum. Wel is het een probleem dat docenten meer en meer “klussen” krijgen naast die lesuren. Dat zij dus meer en meer meoten doen dat niet hoort bij hun primaire taak: lesgeven en dat lesgeven voortdurend verbeteren.
        In een eerder blog pleitte ik voor passie in plaats van papier. Minder papier en meer passie geven de ruimte om, naast de drukke lesweek, aandacht te besteden aan verbetering en modernisering van het onderwijs.

  3. 8 Frank van Hout 5 januari 2012 om 21:42

    @Ben,

    Ja Ben, ik werk in het MBO en vind het dus erg belangrijk om te weten wat (later) in het werk gevraagd zal worden van onze deelnemers. Hun diploma moet immers een waarborg voor succesvol werkneemrschap zijn. Toch nites mis mee, lijkt me?
    In dat kader vond en vind ik ook de ontwikkeling van competenties van groot belang. Niet als een didactisch model, maar wel als beoogd resultaat. En dan houd ik het bij een eenvoudige verrklaring: je bent compentent als je weet hoe je je moet gedragen. Darvoor zijn kennis, vaardigheden en houding nodig. Ik begrijp nog steeds niet waarom je daar tegen kunt zijn.
    VColgens mij zijn de heftigste discussies ontstaan op basis van allerlei vervormingen en uitwassen.

    groet,
    frank

    • 9 Ben Wilbrink 5 januari 2012 om 22:54

      Beste Frank,

      Naast kennis en vaardigheden zijn ook houdingen van belang, zeker.
      Maar competentiegericht onderwijs is vooral een uitwas gebleken, waarbij de persoonlijkheidskenmerken de kennis en vaardigheden aan het verdringen zijn.

      Wat werkgevers antwoorden is afhankelijk van de vragen die ze krijgen. Natuurlijk vinden ze allerlei communicatieve vaardigheden belangrijk. Vraag er meteen bij wat ze ervoor zouden willen betalen, of welke inhoudelijke vakken ze zouden willen schrappen om ruimte te maken voor die extra competenties.

      Uit mijn eigen onderzoeken naar de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt blijkt dat werkgevers het belang van competenties (andere dan vakkennis) overschatten. De reden is eenvoudig: zij spreken kandidaten die allemaal de nodige diploma’s of ervaring hebben, en maken dan hun keuze op basis van minder belangrijke of onbelangrijke persoonlijke kenmerken (competenties). Het zou een nationale ramp opleveren wanneer politici en anderen concluderen dat ‘dus’ het onderwijs aandacht aan die competenties moet besteden, en dat het met de vakkennis wel wat minder kan. Op die ramp steven we nu af. Vraag Doekle.

      Met vriendelijke groet,

      Ben

  4. 10 Eus van Hove (@eusvanhove) 8 januari 2012 om 11:03

    Beste Frank,

    Fijn dat jij erkent dat een lesweek van 30 klokuren onbegonnen werk is. Ik sta met beide benen in de modder van het primaire proces en ervaar dagelijks de arbeidsomstandigheden. De CAO BVE is de laatste jaren behoorlijk uitgekleed. Docenten kunnen voor 1200 uur worden ingezet voor directe onderwijstaken (artikel F6). Veel ROC’s gebruiken deze ruimte om hun uitgebreide stafdiensten en externe adviseurs te financieren. In ‘stopwatchonderwijs’ betekent dit dat docenten 30 klokuren per week lesgeven.

    Finland heeft het beste onderwijs van Europa. Jij vindt ook dat wij veel kunnen leren van de Finse lessen:
    – Finnish teachers teach about 600 hours annually, i.e. 800 lessons of 45 minutes each (Uit: Finnish lessons, blz 63).
    – By the end of 1970s, all teacher-education programs became a part of academic higher education and, therefore, were only offered by universities (Uit: Finnish Lessons, blz 78).

    Maar wij doen precies het tegenovergestelde!!! In Nederland geven docenten steeds meer lessen aan steeds vollere klassen en hoogopgeleide bevoegde docenten worden vervangen door laagopgeleide onbevoegde docenten (Trouw, 5 januari 2012 http://iturl.nl/snKbk).

    Onder deze omstandigheden is onderwijsvernieuwing onmogelijk.

    Groet, Eus

    • 11 hminkema 9 januari 2012 om 12:49

      Ik geef Eus gelijk. We moeten kritisch durven kijken naar de richting waarin ons onderwijs zich beweegt. En die richting is niet de juiste. Opnieuw meer lessen per leraar, opnieuw een nodeloos lang schooljaar, opnieuw de klassen vergroten, opnieuw de lat voor het leraarschap lager leggen. En nu ook nog eens elders mislukt beleid – prestatieloon, het ultieme speeltje voor werkgevers die willen dat werknemers naar hun pijpen dansen – invoeren, met alle desastreuze gevolgen van dien.

      Het gaat er niet om wat er fysiek mogelijk is in een week. Ik bedoel: zet mij een pistool op m’n slaap en ik kan van maandagochtend 8.00 tot vrijdagmiddag 17.00 uur lesgeven. Houd mijn vrouw en kinderen onder schot en ik kom ook in het weekend nog terug. Fysiek is veel mogelijk. Maar je moet niet vragen hoe ik dan lesgeef, en ook niet met welk resultaat.

      1200 uur voor directe lestaken is volkomen idioot, een bedenksel van een bureaucraat die zelf niet voor de klas hoeft. Je vraagt ook niet aan een piloot om 1200 uur per jaar te vliegen, noch aan een chirurg om 1200 uur per jaar te snijden, noch aan een Kamerlid om 1200 uur te debatteren, noch aan Frank van Hout om 1200 uur per jaar te vergaderen. Lesgeven is misschien nog wat intensiever dan vergaderen. Maar dat houd jij ook maar een beperkt aantal uren per week vol, Frank.

      Er is een reden waarom Finland het aantal klokuren les beperkt tot 3 of 4 per dag (dat zijn 4 of 5 lessen). Omdat een leraar *als-ie het goed wil doen en niet noodgedwongen naar de automatische piloot wil grijpen en naar half werk* de rest van de tijd nodig heeft voor het voorbereiden van interessante lessen, van goed lesmateriaal van eigen snit, voor begeleiding van leerlingen met leermoeilijkheden of extra interesse, en voor het geven van feedback op leerlingresultaten en het nakijken van toetsen.

      Omdat we weten dat die dingen er toe doen, als ze met verstand worden uitgevoerd. We weten dat het kan, en dat het vrucht draagt. Ik hoop dat je “Finnish lessons” onder de kerstboom hebt ontvangen, Frank.

      Laten we zorgen dat leraren – primaire dragers van de onderwijskwaliteit – weer trots kunnen worden op het werk dat ze leveren. Niet dat ze, zoals nu, voor hun 40e louter zwoegen en na hun 40e louter overleven, en meer en meer dansen naar andermans pijpen. Wanneer nemen we het lerarentekort en de continue verlaging van de beroepseisen nu eens serieus als signaal dat we iets verkeerd doen in de sector? In plaats van als tijdelijk probleem, als ‘gat’ dat we met vulmateriaal moeten dempen en er dan een plaat overheen leggen? Laten we zorgen dat onze leerlingen de leraren en de lessen die ze verdienen.

      Dat vraagt om een vrij rigoureuze heroriëntatie op onze prioriteiten in het onderwijs, niet in de laatste plaats financieel. Mijn wens voor 2012 is dat we daar de moed toe verzamelen.

      • 12 Ben Wilbrink 9 januari 2012 om 14:03

        Sahlberg heeft een powerpoint presentatie op zijn website staan, met een aantal staafdiagrammen van PISA- en OECD-resultaten.

        http://www.pasisahlberg.com/downloads/Seizing%20Success%202011.pdf

        De figuur ‘Finnish pupils study less’ is inderdaad onthullend:

        Van 7 tot 14 jaar ca 5500 lesuren, Nederland is topscorer met ca 7900

        Ook in de analyses van Jan van Ravens (La Niña) is deze Nederlandse gekte gesignaleerd. (dit rapport van Jan van Ravens is een tijdje publiek beschikbaar geweest, maar nu weer geheim. Mail mij)


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: