Kiezen voor beter

Vandaag had ik een paar gesprekken over onderwijs in relatie tot de omgeving. Die omgeving was verschillend: een sportbond, een werkconcept, enkele collegascholen. En weer is de conclusie: door samenwerking kan ons onderwijs beter worden, motiverender, spannender, betekenisvoller voor alle betrokkenen.

Maar dan moeten we wel durven te kiezen! Als we blijven doen wat we deden blijven veranderingen beperkt tot de marges. Het onderzoek van het SCP dat deze week bekend werd, maakt dat ook duidelijk. De conclusie daarvan was dat het vele extra geld dat in onderwijs gestoken werd niet tot daadwerkelijk betere resultaten geleid heeft. Als voorbeeld daarbij werd de verkleining van klassen genoemd. Maar het was al lang duidelijk dat de marginale verkleining als geïsoleerde maatregel nooit zou werken. Daar horen maatregelen omheen, zoals beter toegeruste docenten. Maar bovenal moet je dan écht kiezen voor verkleining. Halvering bijvoorbeeld! De laatste tijd worden er steeds weer vergelijkingen gemaakt met het onderwijssysteem in Finland. Dat soort vergelijkingen gaat altijd mank omat er spake is van een hele andere geschiedenis en een heel andere cultuur. Maar echt profijt van die vergelijking hebben we pas als we radicale keuzes durven maken. Docenten moeten dan niet een uurtje meer of minder gaan werken, maar echt een andere weekinvulling krijgen.

Voor het beroepsonderwijs zie ik een aantal keuzes als manieren om tot fundamentele verbetering te komen. Die verbetering moet zich wat mij betreft richten op een beperkt aantal zaken:
– Studenten die met motivatie en passie aan de slag zijn.
– Een school die voortdurend meerwaarde levert voor haar omgeving en stakeholders
– Onderwijs dat ontwikkeld én uitgevoerd wordt in volledige samenwerking tussen school en omgeving (overheid, bedrijven, instellingen, zelfstandige professionals, …)

Als we dat willen realiseren moeten we definitief afscheid nemen van de hokjesgeest die ons onderwijs gemaakt heeft tot wat het is. De wereld van arbeidsdeling, zoals die door mensen als Ford en Taylor bedacht werd, laten we steeds meer achter ons. Maar in de wereld van school zien we die nog helemaal terug in onze opleidingen, onze gebouwen en ons personeelsbeleid.
In de “echte” wereld werken mensen maar zeer beperkt samen met mensen die hetzelfde beroep uitoefenen. De kwaliteit van een receptioniste wordt vooral bepaald door de kwaliteit die zij levert in het samenwerken met gasten en de mensen voor wie die gasten zich melden bij de receptie. Daar bevinden in het algemeen weinig receptionistes onder! Maar in je opleiding werk je vooral samen met receptionistes in spé.
En ook degenen die verantwoordelijk zijn voor die opleiding werken voortdurend samen met “vakbroeders”. Dat eiland houdt zich op die manier keurig in stand!
Dat moet toch anders kunnen.

4 Responses to “Kiezen voor beter”


  1. 1 HemsZwier (@HemsZwier) 12 januari 2012 om 18:08

    Mooi blog! Kan mij helemaal vinden in de lijn…onderwijs moet terug in het hart van de samenleving en daar mee versmelten…integratie met de omgeving, het omarmen van de kracht van diversiteit en talentontwikkeling…….om maar een paar uitdagingen te noemen 😉

  2. 2 Erica Aalsma (@EricaAalsma) 12 januari 2012 om 18:29

    weg met de hokjesgeest en het beroepsonderwijs midden in de samenleving: mooi blog over fundamentele verbeteringen!

  3. 3 ashti schuit 13 januari 2012 om 07:59

    Ik kan mij helemaal vinden in ‘Kiezen voor beter’. Om die reden doe ik voor mijn Master Leren & Innoveren onderzoek naar co-creatie in het beroepsonderwijs. Er zijn inspirerende voorbeelden te vinden van beroepsonderwijs dat samen met het werkveld een opleiding ontwikkelt. Er lijkt een duidelijke beweging in die richting gaande te zijn.

  4. 4 hminkema 14 januari 2012 om 10:50

    Met de strekking van je betoog ben ik het eens Frank, onder de voorwaarde dat de opleiding hoofdverantwoordelijk is en blijft voor de opleiding, zodat leerlingen/studenten niet tussen wal en schip geraken van al die samenwerkingspartners.

    Ik werk ruim 20 jaar bij een postdoctorale beroepsopleiding. We werken samen met bedrijven die uitgebreide en intensieve stages verschaffen. Stages worden door iedere betrokkene ontzettend belangrijk gevonden, het belangrijkste deel van de opleiding. Toch zijn er valkuilen:

    – sommige bedrijven zijn onvoldoende bekwaam in het mede-opleiden;

    – sommige bedrijven hechten meer waarde aan het werk dat de stagiair verricht dan aan diens opleiding c.q. diplomering (dat is vaak zo bij betaalde stages, die niettemin opleidingstrajecten zijn);

    – sommige bedrijven ontvangen wel geld om de begeleiding te realiseren, maar besteden daar toch domweg te weinig uren aan;

    – bij sommige bedrijven wordt de stagiair heen en weer geslingerd tussen eisen en attitudes van het bedrijf, en die van het opleidingsinstituut;

    – een goed contact en samen-verantwoordelijke houding van instituuts- en stageopleider is essentieel; dat contact moet vroeg tot stand komen; ook hierbij moet het initiatief en ‘de liefde’ van beide kanten komen.

    Let wel: in de meeste gevallen gaat het prima. Bovenstaande zijn de belangrijkste valkuilen in de gevallen dat het ‘samen opleiden’ niet goed gaat.

    Je veronderstelt dat scholen en opleiders zich wel op elkaar betrekken, maar niet of althans minder op de ‘maatschappelijke’ samenwerkingspartners. Ik denk dat allebei nodig is. En soms zou ik willen dat stageverschaffende bedrijven zich ook eens wat meer op elkaar betrekken en leren van elkaar hoe je een goede stage verschaft en een goede begeleiding inricht. Het ‘zich wentelen in het eigen gelijk’ is een reëel gevaar voor alle betrokken partijen. Zowel de ‘maatschappelijke partners’ als de ‘peers’ kunnen daarbij nuttige benchmarks leveren.

    Studenten voelen zich zeker ook meer gemotiveerd naarmate (hoofdverantwoordelijke) opleiding en (praktijkverantwoordelijk) bedrijf beter samenwerken en meer waarden en doelen delen.

    Tot slot: je schrijft dat vergelijkingen met landen als Finland “altijd mank gaan omdat er sprake is van een hele andere geschiedenis en een heel andere cultuur”. Dat vind ik overdreven. Finland is een westers land, met een westers economisch model, een oriëntatie op westerse waarden en cultuur, en een schools aanbod dat qua aard en inhoud sterk op het onze lijkt. Als we al niet van Finland mogen leren, van welk land dan wel?


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: