Goed bestuur voor onderwijs van morgen

Afgelopen week verzorgde ik de aftrap van een gesprek tussen MBO-bestuurders en Jet Bussemaker, minister van OC&W. Het ging over professionalisering in het licht van good governance. Hieronder de kern van mijn verhaal.
In de kern gaat het bij het realiseren van good governance om twee vragen:

  1. Hoe worden wij betere bestuurders?
  2. Hoe bevorderen we een adequate invulling van de profssionele ruimte?

Om te beginnen met de conclusie: We hebben een kloppend systeem, maar moeten zorgen dat het (beter) gaat werken!

Wat zijn de elementen van dat kloppende systeem?

Op bestuurlijk niveau kennen we een code good governance. Deze kan nog verder aangescherpt worden, maar essentieel is dat MBO-instellingen, hun bestuurders en toezichthouders, deze code onderschrijven, naleven en gebruiken in hun verantwoording. Om dit alles te bewaken is het een goede zaak dat de leden van de MBO-raad besloten hebben om toe te werken naar een situatie waarin naleving van de code good governance gezien wordt als een lidmaatschapseis van de vereniging.

En verder kennen we voor het verkeer tussen bestuurders en werknemers een driedeling die kan helpen bij het goed reguleren van de communicatie tussen deze geledingen:

  1. Een CAO regelt de arbeidsvoorwaarden. Deze komt tot stand in overleg tussen bonden, namens werknemers, en MBO-raad, namens werkgevers.
  2. De Wet op de Ondernemingsraden regelt de dialoog tussen bestuurders en werknemers over het beleid van de instelling.
  3. Het professioneel statuut regelt de zeggenschap van (docenten)teams over de pedagogisch-didactische invulling van het onderwijs.

Binnen de instellingen is het aan bestuur, management en medewerkers om te zorgen dat dit systeem goed werkt. Hoe staat het daarmee?

Bestuurders in het MBO hebben zich enkele jaren geleden verenigd in de Vereniging voor Kwaliteitsbevordering van Bestuurders in het BeroepsOnderwijs (VKBBO). In deze vereniging houden bestuurders zich intercollegiaal bezig met vragen als

  • (hoe) voldoen we aan de code goed bestuur?
  • (hoe) houden we elkaar daarbij scherp?
  • (hoe) zorgen we dat we steeds beter worden?

Het basisuitgangspunt daarbij is dat bestuurders in deze (semi-)publieke sector zich moeten onderscheiden door transparant gedrag en verantwoording. De leden van de VKBBO onderschrijven de code voor goed bestuur. De vereniging is momenteel aan het kijken op welke manier professionalisering een stevigere plek op de agenda kan krijgen. Daarbij wordt ook het gepsrek gevoerd over de wenselijkheid van een register voor bestuurders, parallel aan het docentenregister dat momenteel in ontwikkeling is.

De vereniging houdt zich niet of nauwelijks bezig met de wenselijkheid van formele structuuraanpassingen in de sector. Als we het hebben over verbetering van de governance gaat het (volgens mij) ook niet om die structuur. Het gaat wél om een stevige cultuurverandering. Die is gaande, maar vraagt tijd en energie. Wellicht meer dan sommigen wenselijk en mogelijk achten.

Docenten hebben via het professioneel statuut, binnen wettelijke grenzen en beleidskaders van de instelling, zeggenschap gekregen over de pedagogisch-didactische vormgeving van het onderwijs. Dat professioneel statuut is iets om trots op te zijn als sector. Het MBO is daarmee ook verder gegaan dan andere sectoren als het gaat om het toekennen van ruimte aan de professionals in de instellingen.
Tegelijk moeten we erkennen dat de implementatie van het professioneel statuut een pittig traject is. In de afgelopen maanden vonden door het land heen zeven bijeenkomsten plaats, waarin daarover het gesprek gevoerd werd met medewerkers, management en bestuurders. Deze bijeenkomsten waren het resultaat van een bijzondere samenwerking tussen vakbonden en MBOraad.
Tijdens de bijeenkomsten bleek hoe lastig het is om het professioneel statuut handen en voeten te geven. Het vraagt immers veel van de professionaliteit van álle betrokkenen.
Naast het nemen van maatregelen om deze ontwikkelng te structureren en faciliteren betreft het ook hier met name de ontwikkeling van een andere cultuur. Centraal element van die cultuur is het “professionele gesprek”.
Een aardig inkijkje in dat fenomeen biedt het volgende filmpje dat werd gemaakt in opdracht van de Hogeschool Utrecht: http://youtu.be/64jNETH4otI
Een paar zaken zijn van essentieel belang voor de daadwerkelijke ontwikkeling van het professionele gesprek:

  • docenten ontwikkelen zich van een autonoom individu naar een bewuste professional, die zichzelf op de eerste plaats ziet als lid van een team
  • we brengen balans aan tussen het geven van vertrouwen en zeggenschap aan professionals aan de ene kant en het vragen van verantwoording aan de andere kant
  • leidinggevenden zijn bereid en in staat om de ontwikkeling van professionals en teams te ondersteunen op een manier die past bij deze uitgangspunten.

Ik trek een paar voorzichtige conclusies:

  • er gebeurt veel
  • dat is goed en nodig
  • we moeten tempo maken
  • maar hebben tijd nodig
  • naast wet- en regelgeving
  • gaat het vooral om houding en gedrag
  • dit vraagt om veranderingen op alle niveaus van de instellingen en de sector
  • dat gaat niet van vandaag op morgen

Maar de belangrijkste conclusie: het is nodig en meer dan de moeite waard!

1 Response to “Goed bestuur voor onderwijs van morgen”


  1. 1 Margreeth van der Kooij 21 april 2013 om 16:16

    Geweldig dat er zoveel gebeurt. Mooi overzichtelijk de feiten op een rijtje Frank. Wat mij verbaast is dat er nergens iets staat over de Kerntaak van het bestuur. Nergens iets over de leerlingen. En daartoe is de organisatie toch opgericht? Mijns inziens is het bestuur er om op hoofdlijnen leiding te geven aan de organisatie om datgene voor de doelgroep te realiseren dat zij haar doelgroep beloofd. De wettelijke opdracht en de manier waarop de organisatie zich wil profileren. Je zou kunnen zeggen de Bedoeling van de organisatie. Het tweede deel van die opdracht is dat het bestuur moet controleren of die ‘bedoeling’ wordt waargemaakt. De manier waarop dat allemaal gebeurt kan verschillen. Ik hou van Policy Governance (John Carver), maar het kan ook anders.
    Ik hoop dat in het hele debat over besturen nagedacht wordt over de rol van het bestuur: zijn ze ‘owner one step down’ of manager ‘one step up’? In het eerste geval treden ze op namens de -morele- eigenaren van de organisatie. In het tweede geval komt er snel een doel/middelen verwarring en is het bestuur geneigd veel te veel op de stoel van het management te gaan zitten.
    Succes met de gesprekken!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: