“Waar voor je geld” of “Kat in de zak”? … over marktwerking in het onderwijs

In de tweede helft van het vorige decennium werd besloten om het verzorgen van inburgeringscursussen over te dragen van de gedwongen winkelnering bij bekostigd volwassenenonderwijs naar de vrije markt.
Ondanks de desastreuze gevolgen die dat had, lijken er geen lessen geleerd te zijn nu de minister ook educatie-activiteiten rondom Nederlands (al dan niet als tweede taal) en rekenen vrij wil geven aan de markt. Dit voornemen maakte zij 16 mei jl. bekend in een brief aan de Tweede Kamer.

Wat is de huidige situatie?
Gemeenten krijgen jaarlijks middelen t.b.v. de educatie van hun inwoners. Het gaat daarbij om onderwerpen als basisvaardigheden, taal, rekenen en Nederlands als tweede taal.
Gemeenten zijn verplicht om deze middelen te besteden bij een ROC, maar zij zijn vrij in de keuze van een ROC voor zover deze activiteiten in het aanbod van dat ROC zitten. De praktijk is dat gemeenten, voor zover mij bekend, nagenoeg altijd besteden bij het ROC in de regio. Het voordeel van deze (zij het beperkte) gedwongen winkelnering is dat er een historie van samenwerking kon ontstaan. Er is sprake van wederzijdse afhankelijkheid, die partijen dwingt om met elkaar een partnerschap te ontwikkelen dat leidt tot optimale kwaliteit.

En nu?
In haar brief kondigt de minister aan deze vorm van verplichte winkelnering los te laten. Passend bij de trend van decentralisatie houden gemeenten wel het budget, maar zij zijn vanaf 1-1-2015 vrij om te bepalen waar besteding plaatsvindt.
Klinkt logisch. Zo heb je een maximale kans op “waar voor je geld”. Maar de geschiedenis leert ons andere lessen. In plaats van “waar voor je geld” koop je op deze manier waarschijnlijk een “kat in de zak”.

Wat is het probleem?
Marktwerking is niet altijd een verstandige strategie. Zeker in de publieke sector is het zaak er voorzichtig mee om te gaan. Waarom geldt dat ook hier?
Divers onderzoek heeft uitgewezen dat de kwaliteit van het onderwijs niet toenam ten gevolge van marktwerking. Dat is te verklaren. Bij de aanbesteding van educatie-activiteiten ging het al snel niet meer om de kwaliteit, maar om de kosten. Gemeenten wilden, al dan niet gedwongen door openbare aanbestedingstrajecten, “voor een dubbeltje op de eerste rang zitten”.
Daar kwam bij dat de druk op het gemeentelijk apparaat fors toenam ten gevolge van de aanbesteding van onderwijs. Veel gemeenten kregen het niet voor elkaar, waardoor het aantal deelnemers fors achterbleef bij de verwachtingen.
Verder is er bij marktwerking in het onderwijs geen sprake van een “level playing field”. Door hun gebondenheid aan bekostigingsvoorwaarden en CAO-afspraken, zijn ROC’s niet in staat tot een gelijke concurrentie met andere aanbieders. Opgebouwde expertise ging daardoor verloren en de rechtspositie van docenten kwam onder druk te staan.

Conclusie
De minister lijkt hier niet te willen leren van het verleden. Zij toont daarmee aan geen ezel te zijn … die stoot zich immers geen twee keer aan dezelfde steen.

0 Responses to ““Waar voor je geld” of “Kat in de zak”? … over marktwerking in het onderwijs”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: