OCW spant paard achter de wagen: doelmatigheid en arbeidsmarkt niet gediend met nieuwe voorstellen

Jet Bussemaker voert momenteel een internetconsultatie uit rondom arbeidsmarktrelevantie en doelmatigheid van het MBO. Ik heb het voorstel zojuist nog eens goed gelezen. En, alhoewel je het met de intenties volgens mij nauwelijks oneens kunt zijn, kan ik niet anders dan concluderen dat met deze aanpak de beoogde resultaten niet bereikt kunnen worden.
Daarvoor zijn twee hoofdargumenten:
1. Het voorstel benoemt wel de onvoorspelbaarheid van arbeidsmarkt- en andere ontwikkelingen, maar houdt er feitelijk te weinig rekening mee.
2. Het voorstel laat de huidige kwalificatiestructuur ongemoeid, terwijl daar m.i. een fundamentele oorzaak van de beschreven problematiek ligt.

Daarnaast geeft het uitbrengen van dit voorstel twee verkeerde signalen af:
1. Als het zoveel aandacht krijgt zal het met die arbeidsmarktrelevantie en doelmatighied wel niet best gesteld zijn.
2. De doelstelling van opleiden voor de arbeidsmarkt wordt uitgetild boven de drievoudige kwalificatie die het MBO volgens de wet geacht wordt na te streven:
– arbeidscompetenties
– burgerschapsvorming
– levenlang (loopbaan)leren
Ik probeer bovenstaande beweringen hieronder te staven, eindigend met een pleidooi om het MBO écht anders in te richten.

In een brief aan de vaste Kamercommissie van OCW gaat de MBO-raad in op bezwaren tegen het voorstel van de minister. De MBO-raad redeneert jamemr genoeg vanuit hetzelfde vertrekpunt: de bestaande kwalificatiestructuur wordt in haar fundamenten niet aangetast. Sterker nog, de MBO-raad vindt hierin de argumentatie voor haar bezwaren tegen de ministeriële plannen. Juist die kwalificatiestructuur zou de arbeidsmarktrelevantie van opleidingen waarborgen. Daartoe hanteert zij onderstaande redenering:

“Aan alle mbo-opleidingen liggen door het bedrijfsleven (werkgevers en werknemers) opgestelde beroepscompetentieprofielen ten grondslag. Zo’n profiel wordt alleen opgesteld als er behoefte op de arbeidsmarkt aan zo’n opleiding is en brancheorganisaties een voorstel doen. Op basis van een beroepscompetentieprofiel stellen het mbo en het bedrijfsleven via de kenniscentra beroepsonderwijs en bedrijfsleven samen kwalificatiedossiers op. De minister stelt de kwalificatiedossiers vast. Criteria als de behoefte en capaciteit van de (regionale) arbeidsmarkt, de aanwezigheid van erkende leerbedrijven en stageplekken, beschikbare middelen en mensen (personeel) en organiseerbaarheid binnen de scholen worden bij de concrete vormgeving aan het opleidingsportfolio op basis van de landelijk vastgestelde kwalificatiedossiers toegepast. Als scholen overwegen een opleiding te starten of te stoppen, doen ze dat dus in goede afstemming met het omringende bedrijfsleven. Dat is in het mbo fundamenteel anders dan bijvoorbeeld in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs.”

Als deze redenering klopt, zou er van een gebrekkige aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt geen sprake kunnen zijn. Maar feitelijk heeft het tot een andere situatie geleid. Bovenstaande aanpak leidde in de afgelopen jaren tot het ontstaan van honderden kwalificatiedossiers, ofwel honderden aparte opleidingen. Dit versterkt het beeld van een eendimensionale relatie tussen opleiding en beroep: het streefbeeld bestaat uit een 1-op-1 relatie tussen beiden, waarbij het ideaal is dat je exact dat beroep uit gaat voeren waarvoor je opgeleid bent.

Maar, zowel mens als arbeidsmarkt zitten daarvoor te complex in elkaar. Beiden zijn bovendien te veranderlijk. En dat vraagt om een hele andere aanpak. Steeds vaker hoor ik pleidooien voor een bredere onderbouw in het MBO, gevolgd door specialisatie in de laatste periode van de opleiding. Dat betekent afscheid nemen van al die honderden opleidingen. Dat betekent dat het MBO op twee of drie niveaus opleidingen aanbiedt in acht á tien domeinen. Daarmee kom ik op een totaal van zestien tot dertig brede beroepsopleidingen. Deze kunnen voor langere tijd ingevuld worden, omdat ze zich vooral richten op algemenere arbeids- en burgerschapscompetenties. Deze veranderen veel minder snel dan de beroepsvaardigheden, die direct samenhangen met de praktijk in het bedrijf. Het aanleren daarvan, kan prima gebeuren in stages en op leerwerkplekken. Omdat die praktijk zo snel verandert, zal dat vaker moeten gebeuren. Daarmee is het aanleren van beroepsvaardigheden, tijdens de MBO-opleiding, feitelijk niet meer dan een eerste stap op het lange pad van een leven lang leren. Dat stopt niet bij het behalen van een diploma. Dat vraagt om regelmatige opfrissing en updates. Niet van kwalificatiedossiers of -profielen, maar van werknemers!

Overigens, mijn voorstel van bredere opleidingen, lost meteen dat andere probleem op … die kleine opleidingen verdwijnen als zelfstandige opleiding en worden onderdeel van een (grotere) bredere opleiding. Ook goed voor de employability van MBO-gediplomeerden.

4 Responses to “OCW spant paard achter de wagen: doelmatigheid en arbeidsmarkt niet gediend met nieuwe voorstellen”


  1. 1 Hannes Minkema (@hminkema) 30 juli 2013 om 08:15

    Een verstandig en overtuigend pleidooi voor een beperkter aantal, algemenere en ‘duurzamere’ opleidingen in het mbo. Dat kan ook bijdragen aan de afstemming tussen opleidingsinstituten en de kwaliteit van de – gedeelde – examinering. Het idee van ‘u vraagt, wij draaien’ (bedrijfsleven wil opleiding X, school maakt die) met een 1-op-1-relatie tussen beroepen en opleidingen is inderdaad tamelijk naïef.

    Wel bekruipt mij een zorg. Want de verbreding wordt nu aangewend als middel om versnippering tegen te gaan. Maar is het wel zo dat die immer voortgaande verbreding op zichzelf rendeert? Waarin dan? Het vmbo heeft al een aanmerkelijk breder curriculum gekregen dan de lbo- dan wel vbo-opleidingen die er aan vooraf gingen. Dat geldt ook, of misschien juist, voor de beroepsgerichtere vmbo-stromen BB en KB. Hoe verhoudt het oude LTS-curriculum zich tot de huidige BB-opleiding Techniek? Hoe de oude LEAO- en Tuinbouwschool-curricula zich tot de huidige BB-opleidingen Economie en Landbouw? Zien we daadwerkelijk voordelen van die verbreding? Krijgt het MBO nu leerlingen binnen met duidelijk meer algemene basiskennis dan voorheen, en daarbij ook voldoende sectorspecifieke kennis & vaardigheden om in het MBO snel uit de voeten te kunnen met het beroepsperspectief en de stages?

    Het zou jammer zijn als een op zichzelf gewenste verbreding van MBO-curricula, waarvoor je hier goede argumenten levert, er toe zou leiden dat het MBO de kennis gaat aanbrengen/inhalen/ophalen die in het VMBO structureel te weinig of op een te laag niveau verworven wordt. En dat de beroepskennis en -vaardigheden daarbij het kind van de rekening worden.

    Er wordt nu her en der geklaagd over de ‘veralgemenisering’ van het VMBO; het gemeenschappelijke deel met de verplichte vakken Nederlands, Engels, Wiskunde, Maatschappijleer, Lichamelijke opvoeding en een cultuurvak. Die vakken worden gezien als ‘theorie’ die maar afleidt van de (ook door de leerling) gewenste beroepsgerichte kleuring. Kan zo’n klacht ondervangen worden bij jouw voorstel om ook de MBO-opleidingen te veralgemeniseren? Hoe?

    • 2 Frank van Hout 30 juli 2013 om 10:33

      Beste Hannes,

      Bedankt voor je reactie. Wat je duidelijk maakt is dat een ingrijpende hervorming van het MBO niet kan zonder ook te kijken naar hetgeen eraan voorafgaat. Dat betekent dat je eigenijk de hele beroepskolom onder de loep moet nemen.
      Cruciaal daarbij:
      – adequaat niveau van kennis en vaardigheden
      – inhoudelijke aansluiting gebaseerd op ontwikkeling “van breed naar smal”
      – aansluiting bij leerstijl van desbetreffende doelgroepen (m.n. praktische ervaring als basis voor het leren)

      groet,
      frank

  2. 3 Eus van Hove 31 juli 2013 om 12:25

    We moeten niet alleen kijken naar hetgeen zich heeft afgespeeld in de beroepskolom, maar ook naar het MBO zelf. Daar hebben de generieke vakken onder het mom van competentiegericht onderwijs de laatste tien jaar fors ingeleverd. Docenten in de beroepsgerichte vakken zouden Nederlands, Engels en Wiskunde er wel even bij doen. ROC’s veranderden in zoek-het-zelf-maar-uit-scholen, totdat MBO leerlingen in 2007 begonnen te protesteren: “Wij willen les, wij willen een rooster”.
    Sindsdien krijgen de vakken Nederlands, Engels en Wiskunde weer een plekje in het rooster. Maar op docenten die deze vakken geven hoeven we niet jaloers te zijn. Honderden leerlingen per week uit verschillende beroepsopleidingen zien zij voorbij komen in hun lessen. Probeer onder die werkomstandigheden maar eens kwaliteit te leveren. Leerlingen vinden daarom de ‘veralgemenisering’ van het MBO saai.

    Een ander probleem, zoals jij ook aangeeft, is het kwalificatiedossier. Eindtermen waarmee vakkennis wordt gewaarborgd in het MBO ontbreken in de kwalificatiedossiers.
    Tekenend in dit verband vind ik dat de PABO’s naast rekenen en taaltoetsen, nu ook kennis op het gebied van natuurkunde, scheikunde en biologie willen gaan toetsen bij hun MBO instroom.

    Met de ‘arbeidsmarktrelevantie’ en de ‘doelmatigheid’ van het MBO komt het volgens mij goed als docenten tijd en ruimte krijgen om kwaliteit te leveren en vakkennis wordt gewaarborgd met eindtermen in de kwalificatiedossiers.


  1. 1 MBO on tour … ambitie genoeg, nu een agenda | Frank van Hout's Blog Trackback op 23 oktober 2013 om 09:33

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: