Toegevoegde waarde, makkelijker gezegd dan bepaald

Vandaag nam ik deel aan een conferentie van het minsterie van OCW en de MBOraad. Het ging over een plan om te komen tot kwaliteitsafspraken inclusief een soort van bonus/malus bij het wel/niet realiseren van dze afspraken. Ik weet nog niet wat ik van het principe vind. Er valt iets voor te zeggen, maar of ons onderwijs hier nou echt beter van gaat worden … ik wacht het even af.
Waar ik het in dit korte blog even over wil hebben is het begrip “toegevoegde waarde”. Dat zou namelijk een van de thema’s zijn waarop deze kwaliteitsafspraken gemaakt worden.
Toegevoegde waarde wordt door het ministerie ingevuld als de relatie tussen het instroomniveau (met welk diploma komen studenten het MBO in) en het uitstroomniveau (op welk niveau worden zij in het MBO gediplomeerd). Er zijn rekenmoddelen gemaakt waaruit naar voren komt of een school het in dit opzicht beter of slechter doet dan het gemiddelde van Nederland.
Het begrip toegevoegde waarde wordt hiermee teruggebracht tot een diplomeringsvraagstuk Is dat terecht? Ik denk het (natuurlijk) niet. En daarvoor geef ik twee (verzonnen) voorbeelden:

voorbeeld 1:
Een jongen komt uit een milieu van “doe maar gewoon”. Hij heeft grote mogelijkheden en veel talenten, maar zijn ouders kiezen voor het vmbo. “Lekker met je handen werken”, “Kop niet boven het maaiveld”, “Dat zijn we zo gewend”, bedenk de redenen maar voor deze keuze.
Via de beroepsgerichte leerweg haalt hij een diploma en gaat naar het MBO. Conform de daarbij passende normen komt hij terecht op niveau 2. Met zijn talenten wekt het geen verbazing dat hij relatief gemakkelijk “opstroomt” van 2 naar 3 naar 4 en met een nvieau 4 diploma aan het werk gaat. Ja, misschien zou hij zelfs succesvol door kunnen naar het HBO.

voorbeeld 2:
Nog zo’n jongen, maar dan met een hele andere achtergrond. Een gemiddelde leerling die door zijn ouders sterk gepusht wordt en met veel hangen en wurgen een HAVO-diploma haalt. Op het HBO gaat het mis en na een jaar gaat hij naar MBO, niveau 4. Vanwege die mislukking en de reacties daarop verschijnt hij zeer gedemotiveerd op school. Dankzij goede docenten en de nodige extra begeleiding komt de motivatie terug en haalt hij een niveau 4 diploma.

In welke situatie is nou het sprake van de grootste toegevoegde waarde? Volgens het model van het ministerie zou dat in het eerste voorbeeld get geval zijn. Maar in voorbeeld 2 heeft de school zich veel meer in moeten spannen om de desbetreffende jongen naar het diploma te leiden.
Ik weet het, het valt niet mee. Maar toch … ik zou er nog even over nadenken.

1 Response to “Toegevoegde waarde, makkelijker gezegd dan bepaald”


  1. 1 Tropisch Hardhout 16 oktober 2013 om 12:44

    Ik denk dat de motivatie van de leerling zelf het zwaarste zal tellen in zijn slagingskansen.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: