MBO on tour … ambitie genoeg, nu een agenda

Jet Bussemaker is op tournee! In de eerste paar maanden van dit schooljaar bezoekt zij een fors aantal MBO-instellingen om daar met betrokkenen te spreken over de stand van zaken in de sector. Laat ik beginnen met een groot compliment. Heerlijk dat een bewindspersoon op deze manier laat merken hart te hebben voor dat deel van ons onderwijs dat opleidingen verzorgt voor zo’n 60% van onze jeugd. Nog beter is dat zij over kwaliteit en problemen in dat onderwijs het gesprek aangaat met alle betrokkenen, studenten, docenten, bestuurders en overige stakeholders.

Om de gesprekken enigszins te stroomlijnen heeft het ministerie van OCW een discussienotitie uitgebracht. De notitie geeft een beeld van enkele cruciale kwesties waarover de minister graag met de sector in gesprek gaat. Het zijn geen volkomen nieuwe kwesties, maar dat maakt ze niet minder actueel. Hier een link naar deze notitie: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/publicaties/2013/10/15/discussienotitie-voor-de-mbo-tour-een-toekomstbestendig-mbo.html
Over de meeste schreef ik al eerder. Hieronder zal ik dan ook af en toe verwijzen naar eerdere blogposts van mezelf. Maar uiteraard probeer ik ook weer een stapje te zetten in mijn eigen denken, zowel voor wat betreft de analyse van de problematiek als voor wat betreft (mogelijke) oplossing(srichting)en.
Als afronding vraag ik aandacht voor enkele kwesties die, volgens mij ten onrechte, in de discussienotitie buiten beschouwing gelaten worden.
vooraf
Door de hele notitie heen spelen enkele zaken die ik vooraf wil belichten:
  • Gelukkig wordt steeds weer gewezen op het belang van ICT.  Ontwikkelingen op dit gebied zijn een belangrijk hulpmiddel voor modern onderwijs. Maar vooral hebben deze ontwikkelingen een grote impact op de beroepen waar het MBO voor opleidt. En die impact zal vertaald moeten worden in de inhoud van onze opleidingsprogramma’s.
  • Misschien nog belangrijker vind ik de erkenning van het ministerie dat de wereld sneller verandert dan wij bij kunnen houden. En dat dat leidt tot een steeds grotere mate van onvoorspelbaarheid waar we naar toe gaan. Dat betekent dus dat we niet precies in kaart kunnen brengen waar we voor opleiden. Wat zijn voor de jongeren van nu de cruciale kennis, vaardigheden, competenties in de wereld van morgen? Wie het weet mag het zeggen! Maar wie het denkt te weten moet voorzichtig zijn.
  • Tenslotte speelt een belangrijke rol dat het beleid zich richt op een betere concurrentiepositie van het MBO t.o.v. het (H)AVO. De route naar het HBO zou via het MBO (minstens) even aantrekkelijk en succesvol moeten zijn als via een HAVO-diploma. Dat is ook de onderbouwing van de grote aandacht die besteed zou moeten worden aan algemene vakken als taal, rekenen en dergelijke. De vraag is wat mij betreft of we die concurrentie wel aan moeten gaan op die gebieden die nu als zwak betiteld worden. Het valt te overwegen om juist de sterke kanten van een MBO-opleiding meer naar voren te brengen (leren in de praktijk, vaardigheden ontwikkelen, etc.).

drie thema’s

In de notitie worden drie thema’s verder uitgewerkt:
  1. Aansluiting van het MBO op de arbeidsmarkt
  2. Aandacht voor studenten in een kwetsbare positie
  3. Samenwerken of concurreren, de verhouding tussen de MBO-instellingen onderling

Ik ga hieronder in op deze thema’s.

aansluiting van het MBO op de arbeidsmarkt
Bij dit thema komt de onvoorspelbaarheid van de toekomst het meest pregnant naar voren. Om hier een antwoord op te formuleren wordt voorzichtig gepleit voor het ontwikkelen van brede opleidingen in het MBO. Brede opleidingen versterken de inzetbaarheid en flexibiliteit van de MBO-er. Ik schreef daar eerder het volgende over:
“Steeds vaker hoor ik pleidooien voor een bredere onderbouw in het MBO, gevolgd door specialisatie in de laatste periode van de opleiding. Dat betekent afscheid nemen van al die honderden opleidingen. Dat betekent dat het MBO op twee of drie niveaus opleidingen aanbiedt in acht á tien domeinen. Daarmee kom ik op een totaal van zestien tot dertig brede beroepsopleidingen. Deze kunnen voor langere tijd ingevuld worden, omdat ze zich vooral richten op algemenere arbeids- en burgerschapscompetenties. Deze veranderen veel minder snel dan de beroepsvaardigheden, die direct samenhangen met de praktijk in het bedrijf. Het aanleren daarvan, kan prima gebeuren in stages en op leerwerkplekken.” (zie: https://frankvanh.wordpress.com/2013/07/30/ocw-spant-paard-achter-de-wagen-doelmatigheid-en-arbeidsmarkt-niet-gediend-met-nieuwe-voorstellen/ )
Momenteel worden de kwalificatieprofielen in het MBO opnieuw ontworpen. Het is de bedoeling dat halverwege 2014 nieuwe, toekomstbestendige kwalificatieprofielen vastgesteld worden. Daar kunnen we dan weer even mee vooruit.
Ik heb er een hard hoofd in. De ontwikkeling van deze profielen gaat onvoldoende uit van de hiervoor genoemde onvoorspelbaarheid. Alhoewel de opdracht is om te komen tot een vermindering van het aantal opleidingen, vrees ik dat deze reductie, als het al slaagt, van een zeer beperkte omvang zal zijn.
Op deze korte termijn verwacht ik geen wonderen, maar het is zaak dat er zo snel mogelijk een slim groepje aan de slag gaat om te komen tot een veel radicalere aanpassing van het palet aan opleidingen die het MBO biedt. De kern van dat palet bestaat wat mij betreft uit een zeer beperkt aantal profielen in diverse domeinen en op diverse niveaus. Als die romp staat, kan dat natuurlijk aangevuld worden met bijzondere opleidingen die een bijzondere positie vergen. Maar wel in die volgorde en niet andersom (zoals nu soms gedacht lijkt te worden als het gaat om kleine. specialistische opleidingen).
aandacht voor studenten in een kwetsbare positie
Bij dit thema gaat de notitie vooral in op de ontwikkeling van entreeopleidingen, een belangrijk onderdeel van het actieplan “Focus op vakmanschap”. De aandacht voor deze doelgroep is een goede zaak. Het is een belangrijk kenmerk van het MBO dat studenten in de volle breedte bediend worden met adequaat onderwijs en begeleiding.
Entreeopleidingen bieden de mogelijkheid om voor deze doelgroep te komen tot een betere uitstroom richting arbeidsmarkt of een betere doorstroom naar een niveau 2 opleiding (en dus een startkwalificatie).
Maar ik plaats vraagtekens bij het effect van de entreeopleidingen voor die doelgroep die hiermee niet direct adequaat bediend wordt. Ook daarover schreef ik eerder:
“Ondanks een aantal goede bedoelingen zal de introductie van de entreeopleidingen desastreuze gevolgen hebben voor bepaalde groepen jongeren.” (zie: https://frankvanh.wordpress.com/2012/02/27/entreeopleiding-doet-deuren-niet-alleen-open-maar-ook-dicht/ )
En hier speelt nog iets. Ik betwijfel of voor studenten in een kwetsbare positie alleen een herontwerp van de opleidingsmogelijkheden voldoende is om hen verder te helpen. Die kwetsbare positie gaat immers om meer dan alleen het leren en de schoolloopbaan.
Om de kans op een succesvolle schoolloopbaan zo groot mogelijk te maken, is het nodig om onderwijs en begeleiding aan te laten sluiten bij de (speciale) behoefte van de desbetreffende studenten. En dan gaat het niet alleen om de groep die in een entreeopleiding terechtkomt. Dat zijn de jongeren die geen VMBO-diploma konden halen, om wat voor reden dan ook. Alleen die groep valt qua problematiek al uiteen in de nodige subgroepen.
Maar ook in de overige MBO-opleidingen zitten de nodige jongeren die zonder extra aandacht hun opleiding niet succesvol doorlopen. Op onze school werken mensen van diverse begeleidingsinstellingen samen met onze docenten om die aandacht zo goed mogelijk te bieden. Ieder doet dat vanuit de eigen expertise en met respect voor de expertise van de ander.
samenwerken of concurreren
Onder dit thema komt een aantal zaken terecht. Belangrijkste onderdeel vormt de stelling “dat mbo-scholen samen moeten zorgen voor een doelmatig opleidingsaanbod in de regio”. Om dat te bevorderen wordt verwezen naar het wetsvoorstel dat daartoe in voorbereiding is.
In dat voorstel krijgt de minister (in uiterste instantie) de mogelijkheid om in te grijpen als er sprake is van een van de volgende situaties:
  • (te) veel afgestudeerden lukt het niet om een baan te vinden na het behalen van een diploma. Dat zou een symptoom zijn van te veel opleidingen die onvoldoende aansluiten op de vraag van de arbeidsmarkt.
  • ten gevolge van te veel kleine, versnipperde opleidingen komt de instelling in financiële problemen
Het is wat mij betreft de vraag of hiermee daadwerkelijk doelmatigheid bereikt wordt. Samenwerking in elk geval niet perse. Zolang de twee bovenstaande zaken maar op orde zijn, kunnen instellingen zo veel concurreren als ze willen. In die zin blijven we hinken op twee gedachten. Bij het ontstaan van ROC’s werd sterk de nadruk gelegd op keuzevrijheid en ruimte voor concurrentie als instrumenten om de kwaliteit van de opleidingen te bevorderen. Daarvoor was het aan te bevelen als jongeren de keuze hadden uit meerdere instellingen. Onlangs werd met deze motieven een voorgenomen fusie tussen twee ROC’s nog verboden.
Tegelijk zien we dat in sommige regio’s al geruime tijd sprake is van “slechts” één aanbieder. En is het daar nou zoveel slechter? Inderdaad, een retorische vraag.
Overigens zou het onderwerp samenwerking wat mij betreft veel breder opgepakt moeten worden. Om te komen tot doelmatig werken, maar vooral om optimale leerwegen te realiseren, is een veel breder netwerk van samenwerkende instellingen van belang.
Ik denk dan aan samenwerking tussen mbo-instellingen, maar ook met vmbo en hbo in de regio, met jeugdzorg, (school)maatschappelijk werk en andere welzijnsinstellingen en natuurlijk aan intensieve en structurele samenwerking met bedrijven.
Het valt te betwijfelen of het in zo’n situatie wenselijk is om twee vergelijkbare ROC’s als speler te hebben in een regio. De meerwaarde daarvan is volgens mij nog niet of in elk geval onvoldoende aangetoond.
tenslotte
Zoals gezegd heeft het ministerie met deze discussienotitie een aantal kernthema’s te pakken als het gaat om de toekomst van het MBO. Het aansnijden van de thema’s zou in de komende periode uit moeten monden in een agenda waarlangs ze ook aangepakt en opgelost worden. Ik hoop daar enkele gedachten voor aangedragen te hebben in deze tekst en de verwijzingen naar eerdere gedachtespinsels.
Twee onderwerpen wil ik nog toevoegen:
  1. De noodzaak en haalbaarheid van de eisen die gesteld worden aan taal- en rekenniveaus. Zie ook — link —
  2. De houdbaarheid van het gescheiden systeem van BOL- en BBL-opleidingen. In het huidige economische tijdsgewricht zien we dat BBL-opleidingen het zwaar te verduren hebben. De BOL is voor sommige doelgroepen slechts in theorie een alternatief. Voor de korte termijn gaf ik al eens enkele gedachten prijs (zie: https://frankvanh.wordpress.com/2013/07/15/jeugdwerkloosheid-een-poging-tot-alternatief-denken/ ). Daarmee komen we deze crisis wellicht door. Maar laten we daarna niet op de volgende crisis wachten en zo snel mogelijk gaan werken aan een systeem dat minder conjunctuurgevoelig is zonder de voordelen van BBL-trajecten te verliezen.
En als allerlaatste …
Laten we eens na gaan denken over een aantrekkelijk systeem van beroepsonderwijs zoals we dat over een jaar of tien zouden willen hebben. We hebben een stip op de horizon nodig om gezamenlijk naar toe te werken. Nu zitten we gevangen in het huidige systeem en zoeken te veel naar snelle oplossingen voor problemen van vandaag. Maar we weten dat die problemen van vandaag gevolgd worden door problemen van … morgen.

8 Responses to “MBO on tour … ambitie genoeg, nu een agenda”


  1. 1 Karin Winters 23 oktober 2013 om 09:41

    @Frank, goede blogpost!!
    Een vraag, ik heb de notitie niet gelezen maar je spreekt over het belang van ICT in het onderwijs en de vertaling daarvan naar de onderwijsprogramma’s.
    Staat er in de notitie ook iets over de ICT bekwaamheid van de docenten en de urgentie om dat door beleid en sturing serieus te nemen?
    Ik merk nog steeds dat “practice what you preach” niet geldt waar het gaat om het gebruik van ICT (als middel en vanzelfsprekend niet als doel). Zolang er geen beleid vanuit bijvoorbeeld HRM of beleid is rondom de ICT bekwaamheid van alle medewerkers binnen een ROC, wordt dat nog een stevige puzzel.

  2. 2 Eus van Hove (@eusvanhove) 23 oktober 2013 om 10:33

    De kwaliteit van het MBO wordt in hoofdzaak bepaald door docenten. De minister heeft het in haar discussienota dan ook over investeren in de professionalisering van docenten en docenten die de vormgeving van het onderwijs bepalen.
    De praktijk op de ROC’s is helaas anders: docenten geven veel lessen aan volle klassen.
    De CAO inzet van de MBOraad belooft niet veel goeds: géén maximale urennorm voor lesgeven. In het VO is de maximale urennorm voor lesgeven 750 uur/jaar.
    Werkgevers in het MBO denken nog steeds dat met docenten die meer lessen geven het onderwijs beter wordt.
    http://iturl.nl/snPhMM

    • 3 Frank van Hout 23 oktober 2013 om 12:07

      @Eus In de notitie van OCW kom ik het volgende citaat tegen: Hoe kan het professioneel statuut voor onderwijspersoneel ervoor zorgen dat de positie van docenten om hun stempel te drukken op de vormgeving van het onderwijs wordt vergroot. Op welke wijze kan het professioneel statuut een bijdrage leveren aan de “menselijke maat”
      Wat mij betreft spreekt hier een duidelijke intentie uit om docenten ruimte te geven. Dat doe je niet met een vaste urennorm maar met een goed toegerust team dat met elkaar tot een verstandige werkverdeling komt.

  3. 4 Eus van Hove (@eusvanhove) 23 oktober 2013 om 18:32

    @Frank Focus op Vakmanschap, Nationaal Onderwijsakkoord de route naar geweldig onderwijs en MBO on Tour staan vol goede bedoelingen. Maar in de uitvoering gaat het mis. Enerzijds legt de overheid een minimale urennorm op voor leerlingen; anderzijds willen werkgevers in het MBO géén maximale urennorm voor docenten.

    Waar zit de ‘professionele ruimte’ bij docenten die 30 lessen (en meer) per week voor de klas staan?

  4. 5 Susan de Boer 25 oktober 2013 om 07:32

    @Frank: interessant verhaal! Ik wil even ingaan op het samenwerken tussen roc’s onderling en tussen roc’s en vmbo’s. Ik kom als onderwijsjournalist wel eens over de vloer bij deze scholen en het valt me op dat ze allemaal willen samenwerken. Met elkaar en met de toeleverende c.q. afnemende scholen. Waarom gebeurt dat dan niet? Wie moet het initiatief nemen?
    Tweede puntje: uniformering van examens. Dat is een goed idee, maar binnen mbo’s is daar weerstand tegen. Ik vermoed een verband tussen de weerstand tegen uniformering en het niet van de grond komen van samenwerking.

  5. 6 Cees Morsch 2 november 2013 om 17:24

    Goed verhaal Frank!!

    Graag wissel ik eens van gedachten met je over een manier om het onderwijs daadwerkelijk af te stemmen op het bedrijfsleven en de eisen die daar gesteld worden. De uitgangspunten die CASE Builders daarbij hanteert en de daarvoor ontwikkelde methodiek hebben op verschillende plaatsen hun waarde al bewezen. Daarbij ben ik ervan overtuigd dat de onderwijsinhoud in MBO en HBO alleen kan en moet worden afgestemd op wat het bedrijfsleven en de maatschappij vraagt. Daarop anticiperen levert de winnaars op…

    Wat ik in mijn vele contacten met het onderwijs mis is de echte blik naar buiten. Het lef om de “buitenwereld” binnen te laten en niet alleen te focussen op wat soms letterlijk “de wet ons voorschrijft”. Het lef om te veranderen met open oog wat er in de maatschappij gebeurd…

    Met jou zijn we op weg!

    Cees

  6. 8 wesselwrites 14 november 2013 om 22:35

    Leuk! Ik volg zelf een mbo studie; journalistiek, in drachten. En herken me wel in veel punten in dit verhaal! Zeker het gedeelte waarin je pleit dat het onderwijs en met name het Mbo beter moet worden afgesteld op het bedrijfsleven. Dat merk ik zelf ook, uit mijn stages bij de krant. U heeft een volger erbij.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: