Geen recht op stage, maar op praktijk

20131211-212845.jpg

Vanmiddag nam ik deel aan een bijeenkomst rondom het fenomeen “stagerecht”. Aanleiding was het initiatief van de Tweede Kamerfractie van de PvdA naar aanleiding van negatieve berichten omtrent stages in het MBO. Studenten zouden een recht op stage moeten hebben als zij een MBO-opleiding volgen. Het initiatief riep veel en uiteenlopende reacties op. Mooi dat daarom dit gesprek georganiseerd werd. Op die manier krijgt de dialoog tussen politiek en werkveld een echte kans. Ik geef hier kort mijn bijdrage aan de bijeenkomst weer. Deels een herhaling van eerdere opvattingen uit mijn blogs, deels ook weer een verdere verfijning (hoop ik).
Op de eerste plaats moeten we ons daarbij realiseren dat we met het MBO een goede onderwijssector hebben in Nederland. Recent onderzoek van de OECD, waarin internationale vergelijkingen gemaakt worden, bevestigt dit.
Maar er is wel iets aan de hand. Naast acute problemen maakt de huidige economische crisis ook een aantal weeffouten in het systeem zichtbaar. Deze komen naar voren in een tijd van laagconjunctuur. Maar we mogen niet vergeten dat ze bestaan als die conjunctuur weer aantrekt. Zo zien we op het ogenblik:
– dat BBL-plaatsen wegvallen omdat werkgevers geen/nauwelijks/minder banen meer aanbieden
– dat het op sommige plaatsen steeds moeilijker wordt om BPV-plaatsen te vinden voor MBO-studenten (met name in bepaalde sectoren, voor bepaalde niveaus, in bepaalde regio’s)
– dat in deze spannende tijden gedeelde verantwoordelijkheden dreigen te vervallen tot verdeelde verantwoordelijkheden, waarbij oorspronkelijke partners (scholen, bedrijven, overheid) naar elkaar gaan zitten kijken met de verwachting dat de ander oplossingen realiseert.
Deze problemen wijzen op structurele weeffouten en systeemafhankelijkheid van de economische conjunctuur. Voor de lange termijn vraagt dit om een herontwerp van (delen van) het systeem. Tegelijk moeten we op korte termijn praktische oplossingen vinden voor de prolemen die we nu ondervinden. Doen we dat laatste niet dan is de huidige generatie de dupe. Doen we dat eerste niet, dan zullen latere generaties dat zijn.
Oplossingen vinden we niet door het uitdelen van rechten. Het recht van de een vraagt een plicht van de ander. Maar zo eenvoudig is het niet. Een gebrek aan stageplaatsen wordt veroorzaakt door diverse aspecten. Belangrijke daarbij zijn het keuzegedrag van studenten en het aanbod van bedrijven. Wie kan deze zaken sturen? Wie kan de verantwoordelijkheid (lees: plicht) op zich nemen om te zorgen dat dit goedkomt? Dat valt niet zo eenvoudig bij één partij neer te leggen.
Ik pleit voor een andere benadering. Die gaat niet uit van het begrip stage, maar van het begrip praktijk.
Praktijk is een essentieel onderdeel van een MBO-opleiding. Juist deze groepen leren vanuit praktijkervaring. Juist deze groepen moeten kennis opdoen die hen helpt in die praktijk en waarbij de verbinding tussen theorie en praktijk goed te maken valt.
Stage is een mogelijke vormgeving van die praktijk, maar er zijn er meer. De, in mijn ogen kunstmatige, verdeling van een onderwijsprogramma in Begeleide Onderwijstijd en BPV (stage) veroorzaakt onnodige bureaucratie en spanningen. De cruciale vraag is of een onderwijsprogramma activiteiten biedt die leiden tot goed gekwalificeerde studenten die met open armen ontvangen worden op arbeidsmarkt of vervolgopleiding.
Daarvoor zijn veel meer praktijkervaringen dan de traditionele BPV geschikt. Zeker voor het ontwikkelen van brede, algemene competenties, waar steeds meer vraag naar lijkt te komen, kan die praktijk ook prima gevonden worden in vrijwilligerswerk of in een maatjessysteem met ZZP-ers. Daarmee creëer je praktijkplekken die niet vallen onder de huidige, gecertificeerde BPV-plekken, bijvoorbeeld omdat ze niet bij een erkend leerbedrijf horen. Maar staat of valt daarmee het systeem? Of gaat het om wat ik eerder zei:
– wordt er geleerd?
– wordt er goed begeleid?
– worden de goede dingen geleerd?
Laten betrokkenen uit onderwijs en bedrijven, wellicht gefaciliteerd door de overheid, met elkaar in de regio creatieve antwoorden bedenken over deze kwesties. En geef ruimte aan dat wat bedacht wordt. Zowel studenten als bedrijven zullen ervan profiteren.

3 Responses to “Geen recht op stage, maar op praktijk”


  1. 1 Eus van Hove 11 december 2013 om 22:05

    Helemaal mee eens. Het MBO wordt gehinderd door de bureaucratische Kenniscentra.

  2. 2 Erica Aalsma 12 december 2013 om 08:02

    Dag Frank, ik ben het met je eens dat beroepsonderwijs minder conjunctuurgevoelig moet worden. Ik denk dat als je het stelsel anders gaat bekijken en je ‘het beste van de BOL en het beste van de BBL’ verenigt, je beter in staat bent om goed beroepsonderwijs te leveren, ook in economisch slechtere tijden. Gisteren hebben wij van het HPBO een 8 gekregen voor ons innovatiearrangement ‘hybride leeromgevingen’. In een hybride leeromgeving verweef je ‘schoolse’ leerprocessen met de leerprocessen die in de beroepspraktijk plaatsvinden. Het HPBO concludeerde dat leren in een hybride leeromgeving het beroepsonderwijs rijker maakt en dat het concept overdraagbaar is (dat zien we al langzaamaan gebeuren trouwens). Ik denk dat dit een van de antwoorden is op jouw vragen.


  1. 1 onderwijsethiek.nl » Blog Archive » MBO: tekort aan stageplaatsen (IV) Trackback op 15 december 2013 om 16:02

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: