Ook naar het goede kritisch blijven kijken …

Het bestaan van twee verschillende leerwegen in het MBO wordt door velen als een groot goed beschouwd. Dat de ene student kan kiezen voor voltijds onderwijs en de ander voor een baan van vier dagen in combinatie met een wekelijkse schooldag, lijkt goed aan te sluiten bij het feit dat jongeren, opleidingen, sectoren, beroepen, et cetera verschillen van elkaar. Dat rechtvaardigt verschillende vormen van leren. Dat die verschillende vormen van leren leiden tot hetzelfde diploma benadrukt het feit dat ze als gelijkwaardig beschouwd kunnen en moeten worden.

Tot zover weinig reden om een blog te schrijven … Maar die is er wel. Onder invloed van de economische crisis hebben we gezien dat de verhoudingen tussen deze twee leerwegen fors veranderd zijn. De deelname aan BBL-opleidingen (combinatie van werken en leren) is fors teruggelopen omdat jongeren niet in staat zijn om het daarvoor benodigde arbeidscontract te pakken te krijgen. Dat leidde (uiteraard) tot een toename van de deelname aan voltijds BOL-opleidingen. “Mooi toch, die communicerende vaten”, hoor ik u denken. Op het eerste gezicht wel, maar dan maken we ons er te gemakkelijk vanaf.

Zo kun je je afvragen in hoeverre twee modellen voldoende zijn om antwoord te geven op de grote diversiteit in de doelgroep. Het lijkt of er “slechts” sprake is van een groep “denkers” in de BOL en een groep “doeners” in de BBL.

Hieraan gekoppeld wordt van BOL-opleidingen geëist dat ze voldoende onderwijstijd bieden in een schoolse setting. Dat past wellicht bij de grondslag voor bekostiging, maar is het ook in belang van die jongere die zich optimaal wil voorbereiden op een beroep?

In de afgelopen jaren zagen we met regelmaat dat jongeren in een BBL-opleiding problemen kregen omdat hun arbeidscontract om diverse redenen werd beëindigd voordat zij een diploma konden halen. Kunnen we van werkgevers in de huidige tijd vol snelle veranderingen verwachten dat zij verplichtingen aangaan voor een periode van twee tot drie jaar? Zo ver vooruitkijken is in de meeste bedrijven (helaas?) een onmogelijke opgave (geworden?).

Als alternatief wordt momenteel nagedacht over een zogenaamde gecombineerde leerweg. Daarbij doe je eerst een periode BOL en daarna sluit je de opleiding af in een BBL-constructie.

Eigenlijk vraag je daarmee om de voorspelbaarheid van de toekomst nog verder te vergroten. Een werkgever zegt nu al toe om over een of twee jaar een jongere in dienst te nemen gedurende een bepaalde periode. Is dat haalbaar?

En is het wenselijk? Betekent dit niet dat de leerweg van een jongeren te veel afhangt van de economische conjunctuur in plaats van haar/zijn leerstijl en ambities? Valt dat wel te plannen? Of gaat het er juist om dat een jongeren de kans krijgt om gedurende de opleiding niet alleen het beoogde beroep, maar ook zichzelf te leren kennen. En dan keuzes te maken die daarop gebaseerd zijn?

Dat vraagt veel meer flexibiliteit als we praten over de inrichting van dat leertraject. Dat vraagt inspelen op de ontwikkelingen van de jongere in kwestie én ontwikkelingen in de omgeving, met name de arbeidsmarkt.

Nogmaals, is de huidige scheiding tussen BOL en BBL in dit licht wel wenselijk? Is de BBL niet teveel een werkweg geworden in plaats van een leerweg? Past de keuze voor werk op je zestiende verjaardag wel bij de ambitie en noodzaak om te komen tot een hoger geschoolde beroepsbevolking?

Ik zou hier willen pleiten voor een andere aanpak. Een aanpak die werkelijk zorgt voor de diversiteit in leerwegen die past bij de diversiteit in de doelgroep en in de omgeving. Dat betekent dat theorie en praktijk beiden voldoende ruimte krijgen in de leerweg. De verhouding tussen beiden kan variëren, afhankelijk van de lerende en haar/zijn leerstijl. Maar ook afhankelijk van wat de omgeving vraagt, van wat de mogelijkheden zijn in de sector om praktijkervaring op te doen.

Deze aanpak betekent ook dat er flexibiliteit ontstaat om in te spelen op onverwachte ontwikkelingen. Dat een leertraject niet stokt vanwege het faillissement van een werkgever. Dat scholen in overleg kunnen met werkgevers in de regio over een adequate invulling van het programma. Dat beiden, scholen én werkgevers, een actieve bijdrage kunnen leveren aan ontwikkeling en uitvoering van dat programma.

De meeste studenten in het MBO zijn afkomstig van een VMBO. Die afkorting betekent dat zij voorbereid zijn op verder onderwijs. Laat hen dat dan ook volgen en scheep hen niet af met een baan en een dagje les als noodzakelijk kwaad…. voor zolang het duurt.

0 Responses to “Ook naar het goede kritisch blijven kijken …”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: