Kritische houding is welkom, maar wel onderbouwd

In een bijdrage aan Socialisme & Democratie, nummer 4 van 2015, reageert Sjoerd Karsten op de bijdrage die Jan van Zijl leverde aan het voorafgaande nummer (inderdaad, nummer 3 van 2015).

Van Zijl ging in zijn bijdrage in op de huidige positie van het MBO. Hij pleitte onder andere voor een onderscheid tussen de huidige niveaus 1 en 2 en de niveaus 3 en 4. De laatste twee zouden het “echte” MBO zijn. De niveaus 1 en 2 bieden slechts ten dele beroepsonderwijs en het niveau valt, nog steeds volgens van Zijl, niet als “middelbaar” te kwalificeren.

Een tweede voorstel betreft het samenvoegen van VMBO-t en HAVO. Feitelijk een beperkte vorm van een middenschool, waarmee voor een forse groep jongeren de definitieve keuze voor een leerroute uitgesteld wordt. Zij kunnen op latere leeftijd kiezen voor de route havo à hbo, of instroom in het mbo.

Natuurlijk kun je kanttekeningen maken bij de keuzes van van Zijl. Zo vraag ik me nog steeds af of het uitstel van keuzes voor een beperkte groep een zinvol compromis is. Waarom geen krachtig pleidooi voor uitstel voor allen?

Ook de vraag naar het belang van het scherpere onderscheid tussen de verschillende niveaus, gekoppeld aan nieuwe benaming, mag zeker gesteld worden. Daar hoort overigens ook bij dat pleidooien voor andere benamingen al langer en door meerdere opinieleiders gehouden worden.

Met veel belangstelling begon ik dan ook aan het artikel dat Sjoerd Karsten schreef in reactie op het stuk van Jan van Zijl. Wij kennen elkaar, wij delen met elkaar dat we het MBO van groot belang vinden en we delen met elkaar een oog voor de jongeren voor wie een succesvolle schoolloopbaan geen vanzelfsprekendheid is.

De titel zorgt in elk geval voor de nodige spanning: “Sectororganisaties vegen vooral hun eigen straatje schoon”. Het betoog van Karsten betreft niet alleen de MBO-raad. Ook de Vereniging Hogescholen en de VO-raad krijgen een veeg uit de pan.

In mijn reactie kijk ik vooral naar het artikel vanuit het MBO-perspectief. Dat is immers de sector waar ik werk. Het is ook de sector waar de PvdA zich met name sterk voor moet maken. De kernwaarden van de partij, verheffing, binding, goed werk en bestaanszekerheid komen in het werken en leren binnen deze sector sterk naar voren.

Karsten adresseert een aantal zaken die wat mij betreft terecht geagendeerd worden. Het zou de PvdA sieren als zij deze punten ook in de eigen discussie en profilering nader in zou kleuren. Ik citeer (ongeveer):

  • “dat vooral jongeren uit kansrijke milieus profiteren van meer individuele keuzeruimte”
  • het zou misschien geen gek idee zijn om “een landelijke ombudsman in het leven te roepen. Die zou zorg kunnen dragen voor het belang van kansarme leerlingen en de deugdelijkheid van hun onderwijs.”
  • “… het is wel de hoogste tijd om een discussie te voeren over de besturing van het onderwijs.”

Stuk voor stuk relevante opmerkingen die verdere verkenning verdienen. Tegelijk hoop ik dat de eerste bewering niet leidt tot het verminderen van individuele keuzeruimte. Laten we vooral kijken op welke manier we ook de minder kansrijke jongeren zo ver kunnen krijgen dat zij kunnen profiteren van die ruimte.

En laten we de discussie over de besturing van het onderwijs voeren zonder een veroordeling van het huidige besturingsmodel en de bestuurders die daarin actief zijn als uitgangspunt te nemen.

Daarmee kom ik op mijn kritiek op het stuk. Karsten doet een aantal beweringen, volgens mij zonder deugdelijke onderbouwing, waarmee hij bestuurders en de sectororganisatie wat al te makkelijk in het beklaagdenbankje zet. Ook hier weer enkele citaten:

  • “professionele besturen letten veel meer op hun marktaandeel onder hoger opgeleide ouders”
  • “Het idee om iets te betekenen voor alle leerlingen dreigt (…) steeds meer in de verdrukking te raken. (…) … dat zij het liefst de ‘beste’ leerlingen willen binnenhalen en de verantwoordelijkheid voor de ‘zwakke’ leerlingen weg schuiven.”
  • “Zo probeert men met ‘matching’ en bindende studieadviezen de traditionele instroom nog eens door een selectiemolen te halen.”
  • “…dat het onderwijsbestuur vervalt in particularisme (eigen belang eerst).”

Waar komt het vandaan? Hoe kan het dat iemand met de wetenschappelijke achtergrond van Karsten deze beweringen zo makkelijk maakt, zonder stevige onderbouwing?

En waarom werkt hij niet verder aan datgene wat hij (en van Zijl) en ik met elkaar zullen delen:

  • toegankelijkheid voor allen tot deugdelijk beroepsonderwijs
  • investeren in de kwaliteit van degenen die jongeren in dat beroepsonderwijs opleiden
  • wegwerken van de barrières die tussen de verschillende schooltypen en –sectoren bestaan, zodat door- en opstroom aan alle kanten gefaciliteerd worden

Laten we dat gesprek met elkaar aangaan, op basis van gedeelde ambities en niet op basis van (voor)oordelen.

0 Responses to “Kritische houding is welkom, maar wel onderbouwd”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: