Hoe kleiner, hoe fijner? Ofwel: de zoektocht naar meer (kans op) kwaliteit

In Den Haag denken mensen vaak na over de oplossing van problemen in ons land. Zo ook bij het ministerie van Onderwijs. Daar kijken ze hoe het ervoor staat met ons onderwijs en op welke manier via wetgeving problemen opgelost, of tenminste verkleind, kunnen worden.
Zo zat ik vanmiddag in een gesprek over de (vermeende?) noodzaak om het MBO “kleinschalig en herkenbaar” te organiseren. Daarmee zouden studenten (en docenten) zich meer thuis gaan voelen op MBO-scholen en dat zou dan weer leiden tot beter onderwijs met minder uitval.

De basis voor het gesprek is door het ministerie gelegd in de brief aan de Tweede Kamer van 2 juni 2014 “Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo”.

Een citaat uit deze brief:
“Uit onderzoek, ook in andere onderwijssectoren, blijkt dat het studiesucces van een student toeneemt wanneer hij/zij zich thuis voelt op een school en deel uitmaakt van een (kleine) groep.”
Zie daar een belangrijk uitgangspunt waar het ministerie haar denken op baseert. Ik herken er wel iets in, dus laten we maar aannemen dat deze bewering hout snijdt, alhoewel die prestaties toch ook wel beïnvloed zullen worden door de kwaliteit van het onderwijs, de docenten, de leeromgeving.

Waar ik moeite mee heb is de eenvoudige relatie die gelegd wordt tussen de omvang van een school en de mate waarin studenten zich thuis voelen. Iedereen is het er wel over eens dat het van belang is voor dat “thuis voelen: dat studenten de anderen kennen en door anderen gekend worden.
Maar bestaat er een direct verband tussen het gevoel van gekend worden en de omvang van de school. Moet iedereen de student dan kennen? Moeten alle studenten elkaar kennen?
Kennen en gekend worden is van belang, maar naar mijn mening geldt dat voor de kring die direct om de student heen bestaat: medestudenten en het verantwoordelijke team van docenten. Deze kring kan niet oneindig groot zijn. Op onze school streven we naar ongeveer 250 studenten en een daarbij passend team van 10-12 mensen.
De verbinding met de omvang van de school wordt bepaald door het aantal van deze kringen. Het maximum dat daaraan verbonden is durf ik niet te stellen. Wel denk ik dat dat maximum meer bepaald wordt door de organiseerbaarheid van de school dan door de (ervaren) kwaliteit.

Een (of “de”) oplossing waar OCW over nadenkt om die kleinschaligheid en herkenbaarheid te organiseren is de “gemeenschap van MBO-colleges”: “Tijdens de MBO Tour zag ik dat er op veel plaatsen geprobeerd wordt om het onderwijs kleinschalig te organiseren binnen een roc. (…) Ik vind deze ontwikkeling een goede zaak en zal daarom een nieuw bestuurlijk model introduceren: de gemeenschap van mbo-colleges, waarbinnen het onderwijs wordt georganiseerd in aparte colleges. De colleges kunnen zijn gericht op een bepaalde branche of sector.”

Een paar opmerkingen over deze oplossingsrichting, die ik overigens op geen enkele manier zou willen verbieden. Hoe meer keuze, hoe meer kansen….

  • Worden hier de begrippen kleinschalig en klein wel goed onderscheiden? Terecht spreekt de minister haar bewondering uit voor ontwikkelingen binnen ros’s die moeten leiden tot kleinschaliger georganiseerd onderwijs. Maar waarom zouden deze mbo-colleges dat bevorderen? Zijn dat niet “gewoon” kleinere scholen? En wat is dan “klein”. Als je 20.000 studenten verdeeld over vijf of zes colleges heb je nog steeds scholen van enkele duizenden studenten. Bepaald geen garantie voor een thuisgevoel, zo lijkt me.,
  • Waarom wordt gekozen voor een verzameling van opleidingen “gericht op een bepaalde branche”. Dat lijkt goed voor de herkenbaarheid, maar in de wereld om ons heen zien we grenzen tussen branches steeds meer vervagen. Het vergroten van de afstand tussen sectoren in onze scholen is dan een tegengestelde beweging, waarvan het maar de vraag is of deze de herkenbaarheid vergroot, bekeken vanuit het perspectief 2015 en niet 1995. Moeten we in onze scholen niet meer ruimte maken voor netwerken van onderwijsteams die multisectoraal samenwerken met de omgeving (die dat vaak al lang doet)?

Het wordt weer tijd voor een overeenkomst tussen de mogelijke plannen van OCW en mijn gedachten … Voor beter onderwijs is onderwijskundig leiderschap cruciaal. Het ministerie belegt dat leiderschap bij de “collegedirecteur”. Deze is tevens het boegbeeld van het college en aanspreekpunt voor bedrijven, overheid en ouders. Hierover is in de genoemde kamerbrief het volgende te vinden: “Met dit bestuurlijk model beoog ik ook het onderwijskundig leiderschap binnen het nieuw te vormen mbo-college een stimulans te geven. Dat doe ik door de introductie van de collegedirecteur.“
Het is van groot belang dat het management zich richt op de kwaliteit van het onderwijs, een ondersteunende organisatie en een intensieve dialoog met het bedrijfsleven. In veel ROC’s is dat belegd bij directeuren, al dan niet in combinatie met opleidingsmanagers (of welke naam dan ook). Maar waarom moet de functie van collegedirecteur zoveel nadruk krijgen? Voor welke deur die nu nog gesloten blijft heeft deze nieuwe functionaris de sleutel in handen. Hoe verhoudt deze rol zich tot de ontwikkeling van teams die, conform het professionele statuut, steeds meer verantwoordelijkheid krijgen en nemen voor de inrichting van het onderwijs en de kwaliteit waarmee dat uitgevoerd wordt? Zou dat niet moeten leiden tot:

  • onderwijskundig leiderschap dat dichtbij, of zelfs ín, het team vorm krijgt
  • een organisatie die zich toespitst op de ondersteuning van teams en het gesprek voert met teams over de randvoorwaarden om onderwijskwaliteit te leveren
  • rechtstreekse input in de teams vanuit bedrijven en samenwerking met bedrijven bij de realisatie van modern beroepsonderwijs

Laten we leidinggevenden, met welke titel dan ook, de focus laten leggen op het realiseren van deze ambities. Dan komt het met dat thuisgevoel ook wel goed (of tenminste beter).

0 Responses to “Hoe kleiner, hoe fijner? Ofwel: de zoektocht naar meer (kans op) kwaliteit”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s




Mijn laatste tweets

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Archief

Categorieën


%d bloggers liken dit: