Archive for the 'Losse onderwerpen' Category



Zeg alstublieft “ja”

Een heel andere webpost dan ik gewend ben. Zonder veel woorden, maar wel met de verwijzing naar een artikel. Lees het alstublieft en laat je hart spreken …  111021 Lucas LC

Hoezo normaal …?

De botsing in de Tweede Kamer met de titel “Doe eens normaal, man” blijft de media (en blijkbaar ook mij) bezighouden. Vaak gaat het dan om vragen van wellevendheid. Kan dit soort taal wel gebruikt worden? Geven we hiermee niet het verkeerde voorbeeld? Ik laat dat even voor wat het is.

Ik neem aan dat het hier niet gaat om een “slip of the tongue” maar om een doordachte interventie ten behoeve van politiek gewin. Als we iets van Geert Wilders kunnen leren dan is het hoe hij door zijn toon in het debat mensen voor zich weet te winnen. De vraag is of we ons die lessen ter harte moeten nemen.

Dat denk ik niet! De lessen die Geert ons leert zijn de lessen van populisme. Dat begrip vat ik samen in onderstaande punten:

  • Emotie is belangrijker dan inhoud.
  • Korte termijn is belangrijker dan lange termijn.
  • Groter worden is belangrijker dan beter worden.
  • Wij zijn belangrijker dan zij.
Ik zie kenmerken van populisme terug in het debat over onderwijs. Naast bovenstaande kenmerkende prioriteitstelling is populisme zeer incidentgestuurd. Beweringen worden bovendien zelden onderzocht. Dat laatste benoem ik als “werken op basis van wat je denkt te weten” i.p.v. “werken op basis van wat je echt weet”.
Wat zien we in het kader van deze redenering terug in het debat over onderwijs?
  • versimpeling van de werkelijkheid tot een overzichtelijk aantal kengetallen
  • kritiek op vernieuwing vertalen in een pleidooi voor restauratie
  • het geluid van enkelen behandelen als het resultaat van onderzoek
Als laatste element dat ik hier wil belichten, sta ik stil bij de relatie tussen media en politiek.
Onlangs las ik dat het grootste deel van de kamervragen gesteld wordt n.a.v. berichtgeving in de media. Maar die berichtgeving gaat op haar beurt natuurlijk voor het grootste deel over incidenten. Omdat deze berichtgeving tot kamervragen leidt, betekent dat extra publiciteit. Dat is wat de media willen. Dat is wat politici willen. Want uiteindelijk kennen we maar één motto:
“het maakt niet uit wat er over je gezegd wordt, als er maar iets over je gezegd wordt”

Een nota van en voor miljoenen

Iets eerder dan gepland lag afgelopen week de miljoenennota op straat. Wat een heerlijke verrassing! Zowel journalisten als politici moesten plotseling aan de bak en werden daarmee gedwongen om hun vakmanschap te tonen. Geen voorbereide verhalen, antwoorden tijdens het lezen, vragen bedenken over wat je nog niet begrijpt. Ik vond het prachtig, dus wat mij betreft mag die miljoenennota vaker op een onverwacht moment verschijnen.

De boodschap van de miljoenennota is geen fijne. Iedereen krijgt last van de crisis, die voorlopig nog niet voorbij lijkt te zijn. Het beleid doet me sterk denken aan een presentatie die ik afgelopen week zag op TED. Daarop sprak Tim Harford over de meest succesvolle manier om innovaties te realiseren: “trial and error”: http://www.ted.com/talks/tim_harford.html?awesm=on.ted.com_9ecC

De kern van zijn boodschap probeer ik samen te vatten in enkele uitspraken:

  • De wereld is te complex om daadwerkelijk te begrijpen
  • In veel situaties spelen mensen de hoofdrol die pretenderen deze complexiteit wél te begrijpen
  • De enige manier om die pretentie waar te maken is door de complexiteit te ontkennen en een simplistische voorstelling te maken van de werkelijkheid
  • Alleen vanuit dat simplisme kunnen voorstellen gedaan worden in de verwachting dat ze de problemen zeker op zullen lossen
  • Erkenning van de complexiteit betekent dat oplossingen alleen via trial and error onderzocht en uitgeprobeerd kunnen worden

Hoe heerlijk zou het zijn als Mark Rutte de koningin dinsdag laat zeggen “We weten het niet!. We doen ons uiterste best en hebben ook wel wat ideeën om uit dit dal te komen, maar of onze voorstellen gaan werken … daar durven we onze handen niet voor in het vuur te steken!”

Het kan dus toch anders!

De uitzending van Nieuwsuur over het Zweedse Handelsbanken houdt me stevig bezig. Nooit eerder bekeek ik een item twee keer via uitzendinggemist, waarvan de tweede keer met aantekenblokje erbij. Voor de volledigheid hier een link naar deze uitzending: http://nieuwsuur.nl/video/248713-portret-van-een-bijzondere-bank.html
Op verschillende manieren zien we dat we momenteel in allerlei sectoren een crisis kennen. Daar is die grote internationale, economische en financiële crisis, die zich toespitst op de situatie in en rond Griekenland. Tegelijk zien we in Arabische landen een opstand van, met name jonge, mensen die volwaardig deel willen nemen aan de moderne wereld. Maar ook binnen ons eigen land zien we natuurlijk dat het nog steeds niet goed gaat. De banken en andere financiële instellingen lijken hun gedrag van enkele jaren geleden weer even snel op te pakken als ze het lieten vallen toen het even niet meer kon. Binnen de publieke sector kunnen we de ogen niet blijven sluiten voor het feit dat belastinggeld niet direct gebruikt wordt voor datgene waar het voor bedoeld is, maar (tot ergernis van velen) voor zelfverrijking aan de top, terwijl de werkvloer soms lijdt onder steedskleinere budgetten . Het kan, een bank zonder bonus

De genoemde uitzending maakt duidelijk dat het mogelijk is om afscheid te nemen van vanzelfsprekendheden. Bankiers kunnen prima functioneren zonder bonussen. Banken kunnen prima renderen zonder de verkoop van producten die vooral bedoeld zijn om klanten op kosten te jagen. Banken kunnen overleven als ze vooral denken aan wat goed is voor de klant inplaats van aan wat geld oplevert voor de bank.

Maar de bankenwereld is mijn wereld niet, ook al bekijk ik hem met interesse. De reportage bracht mij vooral op de vraag wat we in de publieke sector kunnen leren van Handelsbanken uit Zweden. Naast de uitzending van Nieuwsuur vond ik een wat ouder artikel in VKbanen: “Het kan, een bank zonder bonus”http://www.vkbanen.nl/banen/artikel/Het-kan-een-bank-zonder-bonus/100064.html
Op basis van deze twee bronnen haal ik een aantal elementen naar voren die we zouden kunnen vertalen naar de publieke sector.
  1. Er is geen sprake van bonussen en/of van overbodige producten. Op die manier kan het belang van de klant centraal blijven staan. Het gaat om de vraag wat goed is voor de klant, niet om de vraag wat je aan een klant kunt verdienen.
  2. Werken volgens het “kerktorenprincipe” betekent dat je vanaf de kerktoren alle klanten moet kunnen zien. “Als je je klant niet kent, kun je ook geen zaken voor hem doen”.
  3. Keep it simple! Beoordeling gebeurt aan de hand van drie overzichtelijke criteria. Bji de handelsbanken is dat:
    1. Zijn de klanten tevreden?
    2. Zijn de inkomsten hoger dan de kosten?
    3. Is de boel administratief op orde?
  4. Er is sprake van verregaande decentralisatie, waarbij de macht bij de filialen ligt.
  5. Er is sprake van transparantie en “menselijkheid:
    1. Filialen hebben inzicht in elkaars kosten
    2. De prestaties worden gepubliceerd, niet om af te rekenen, maar om elkaar tot steun te zijn.”
    3. De directeur die niet verbeterd wordt eerst geholpen en dan eventueel in een andere functie geplaatst. Ontslaan doen ze niet aan!
    4. Je hoeft niet de beste te zijn, als je maar progressie boekt.
Het moet toch te doen zijn om ook een school (ziekenhuis, verzorgingshuis, woningcorporatie, ….) op basis van deze elementen te organiseren. Ik ga er eens stevig over nadenken en hoop op suggesties en natuurlijk op kanttekeningen!

Hoe groots en meeslepend wil je zijn?

Gisteren las ik dat de Heerenveense Ondernemers Vereniging tegen nieuwbouw van Thialf bij het Abe Lenstra Stadion is. In plaats daarvan kiezen de ondernemers voor renovatie van het huidige ijspaleis.

Via Twitter stelde ik de vraag welke argumenten daarvoor te geven waren, vanuit het perspectief van de ondernemersvereniging. Jammer genoeg kreeg ik ze niet te horen.

Wel reageerde een ander met de volgende twee argumenten:

  1. de exploitatie van nieuwbouw zou niet rond te krijgen zijn
  2. bewoners zijn tegen de (duurdere) nieuwbouwvariant
  3. niet alles hoeft gecentraliseerd te worden

Terecht stelde deze tweep de vraag naar mijn standpunt. Maar die vraag stellen is makkelijker dan hem beantwoorden. Ik ben een buitenstaander. Ik vind dat je vooral naar de rationele argumenten moet kijken en je niet moet blindstaren op emoties en beleving, zoals volgens mij nu veel te vaak gebeurt.

Maar helemaal zijn deze zaken natuurlijk ook niet uit elkaar te halen. Het begint er immers allemaal mee wat je, in dit geval met de gemeente Heerenveen, neer wilt zetten. Welke uitstraling wil je hebben? Wat moeten mensen beleven als ze de naam Heerenveen horen?

Daarin zit een discrepantie. Heerenveen is een dorp. 40.000 inwoners, verdeeld over een aantal dorpen, met een grote kern van 28.000 inwoners. Op dit punt vergelijkbaar met Houten, mijn vorige woonplaats.

Maar als je mensen van verder weg vraagt, maak ik me sterk dat ze Heerenveen en Houten niet als vergelijkbare dorpen zullen noemen. Het aantal inwoners van Heerenveen zal eerder geschat worde in de buurt van de 100.000 dan onder de 50.000. Bij Houten is misschien wel het omgekeerde het geval.

Deels heeft dat te maken met d eligging. Houten ligt onder de rook van Utrecht en dan ben je al snel niet meer dan een voorstad/slaapdorp/forensendorp. Heerenveen ligt in Friesland. Friesland wordt gekend aaan haar kernen, meer dan aan haar gemeenten. Meestal hebben die gemeenten een naam die buitenstaanders niet kennen, laat staan waarvan ze weten wat het inhoudt. En Heerenveen is dan toch een relatief grote kern binnen de Friese context.

Daar komt bij dat iedereen Heerenveen kent. Dat kan alleen maar liggen aan twee grootheden binnen de gemeente: SC Heerenveen en Thialf. Dat zijn zaken die mensen al snel koppelen aan een grote stad en niet aan een dorp.

En dan kom je dus uit  bij die eerder genoemde discrepantie. Heerenveen is een dorp met stadse uitstraling en ambities. De combinatie van die uitstraling met de goede ligging maakt Heerenveen ook nog eens een geschikte vestigingsplaats voor ondernemingen.

Als we een besluit over Thialf moeten nemen, is deze achtergrond van belang. Wat kan dit beeld, een combi van dorpse en stedelijke karaktertrekken, verder tot bloei brengen?

Op de wijk af

Morgen ga ik naar het buurthuis in de Wielenpolle, een wijk in Leeuwarden. Al eerder schreef ik een blof onder de titel “De wijk als leerbedrijf”. Na een paar gesprekken met mensen van de gemeente, afdeling welzijn, ga ik er nu dus echt “opaf”. Ik heb er zin in en het houdt me bezig.

Die term “eropaf” kom ik plotseling nogal vaak tegen:

  • De gemeente Leeuwarden werkt met de zogenaamde “frontlijnaanpak”. De brochure waarin ze deze presenteren heeft als titel “Eropaf“.
  • Enkele weken geleden stond een interview in de Volkskrant met de cultuursocioloog Jos van der Lans. Hij schreef een boek: “Eropaf! De nieuwe start van het sociaal werk”.
  • Naar aanleiding van dat interview/boek schreef Pieter Hilhorst vandaag een column in de Volkskrant onder de titel “Eropaf

Voor mij is de kern van deze benadering een combinatie van:

  • actief de mensen opzoeken, contact leggen en ondersteuning bieden, waarbij je behoorlijk “dichtbij probeert te komen”
  • de ondersteuning zodanig vormgeven dat alles erop gericht is om mensen in staat te stellen zonder ondersteuning zo volwaardig mogelijk te participeren in omgeving, buurt, stad.

Wat is volgens mij de positie van een ROC hierbij?

  1. In de desbetreffende wijk(en) wonen cursisten die bij ons hun opleiding volgen. Gaat het beter met de wijk dan kunnen zij daar ook van profiteren en beter deelnemen aan het onderwijs dat wij aanbieden.
  2. Als grote organisatie in een stad heb je volgens mij een maatschappelijke verplichting om een bijdrage te leveren aan het welzijn van (de mensen in) die stad.
  3. Het werken in zo’n wijk biedt een scala aan mogelijkheden om de opleiding van onze cursisten levensechter (en dus zinvoller, spannender, leuker, motiverender) te maken.

We gaan ervoor. Ik meld me weer.

Helpen digitale media bij kennisontwikkeling?

Vandaag ontving ik een vriendelijk bericht, waarin onder andere verwezen werd naar mijn “webactivity”, zoals de schrijver het noemt. Hij sprak er waardering over uit (altijd mooi) en betwijfelde of het echt zou helpen (“bedankt voor de moeite, maar het is verspilde energie”).

” Ik twijfel aan het nut van uitgebreide uitwisseling van ideeën via het web”, was de stelling die me triggert. waarom doe ik het eigenlijk allemaal? Twitter? Linkedin? Weblog? MSN?

Nou weet ik sowieso niet of het nodig is dat het allemaal nut heeft. Moet je jezelf die vraag wel bij alle activiteiten stellen?

Tegelijk merk ik dat mijn bezigheden op internet een onderdeel zijn van mijn eigen gedachtenvorming. Dat gebeurt op verschillende manieren:

  • MSN is gewoon een manier van converseren. Toch mooi dat je op die manier minder tijd en plaats afhankelijk bent.
  • Twitter is voor mij een soort dagboek, waarin ik activiteiten en gedachten vastleg.
  • Tegelijk is het een forum waarop je (wat korter dan via MSN)op eklaars gedachten en ideeën kunt reageren.
  • Het weblog is op de eerste plaats een instrument waarop ik probeer wat langer stil te staan bij datgene wat me bezighoudt. Daarvoor hoeft het niet eens gelezen te worden.
  • Maar ik hoop wel op lezers en vooral op reageerders. Dat zijn er nooit veel. Ik zie ook wel dat er miljoenen blogs zijn en dat je dus niet zomaar bij die van mij terecht komt. Maar nieuwsgierig naar reacties ben ik wel.
  • Linkedin is meer een netwerk waar ik hoop mensen te “ontmoeten” die iets met elkaar delen. Vanuit dat delen kom je met elkaar in contact en tot “iets”: afspraken, uitwisseling van ideeën, kennismaking met elkaar, etc.

Ik denk dat er via al deze media ideeën geboren (kunnen) worden. Of dat gebeurt is even voorspelbaar als de vraag of het gebeurt als mensen elkaar in de kroeg tegenkomen en met elkaar in gesprek raken.

Ik zie niet in waarom de kansen van digitale conversatie per definitie minder zijn. Dat neemt niet weg dat digitaal verkeer wat mij betreft ook de behoefte doet ontstaan aan life-contact. Mooi toch?


Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën