Archive for the 'Losse onderwerpen' Category



Uitstel en afstel als reactie op crisis

Een paar lokale berichten van deze week:

  • een aantal plekken in het centrum wordt niet opgeknapt, waardoor de kern uit het plan om het centrum van Heerenveen levendig en leefbaar te maken wegvalt
  • woningen voor zorgbehoevenden bij een zopas gerealiseerd multi-functioneel centrum worden niet gebouwd omdat de betrokken woningbouwvereniging zich terugtrekt
  • de keuze voor verbouw of nieuwbouw van Thialf is een jaar uitgesteld

Het is logisch dat je niet alles kunt als er een crisis bestaat. Gemeenten moeten het met minder doen en dat betekent ook dat ze minder moeten doen.

Maar maken we hier wel goede keuzes? Zijn we niet te voorzichtig? Om door de crisis te komen is meer nodig dan beheersing. Volgens mij heb je ook lef nodig. Lef om te kiezen voor doorontwikkelen. Lef om gebruik te maken van het feit dat zaken nu goedkoper en sneller te realiseren zijn dan in de situatie van een overspannen opdrachtenmarkt waarin we de afgelopen jaren gezeten hebben.

Het is mijn expertise niet, maar het lijkt me allemaal onlogisch en onverstandig. In ieder geval wordt het er allemaal niet mooier op in ons dorp (en dat blijft het dus).

Herstelalfabet

In beschouwingen over de economische crisis worden diverse scenario’s vaak aangeduid met een letter uit het alfabet. Een korte uitleg:
– V-vormig: het herstel gaat even snel als het inzakken
– W-vormig: na enig herstel een nieuwe terugval en daarna pas krachtig herstel
– U-vormig: een meerjarige kwakkelperiode en daarna pas herstel
– L-vormig: een langjarige recessie
Misschien bestaan er nog meer, maar hier kan ik wel even mee vooruit.
De vraag waar ik hier bij stil wil staan is of we hiermee ook de situatie van onze school kunnen duiden. We hebben een aantal jaren achter de rug waarin het, als we naar een aantal koude cijfers kijken, niet voor de wind ging. Het aantal cursisten nam af en daarmee de opbrengsten. Tegelijk stonden we in de belangstelling vanwege kritiek op onderwijskwaliteit en rendement.
Inmiddels lijkt het herstel ingezet. Cursistenaantallen groeien, met name vanwege een stijgend rendement en een vermindering van het voortijdig schoolverlaten. Dat leidt vervolgens tot een groei van de opbrengsten, maar hopelijk ook tot een verdere verbetering van ons imago bij externe stakeholders.
Belangrijk is dat je kiest voor een beleid dat past bij de wijze waarop het herstel zich ontwikkelt. Dat is moeilijk te voorspellen. Dat vraagt dus om een voortdurend in beeld hebben van relevante ontwikkelingen zodat je daarop in kunt blijven spelen.Verbetering van de activiteiten in het kader van planning en control en frequente, heldere managementrapportages moeten ons daar de komende tijd toe in staat stellen. Alleen dan kunnen we inspelen op mee- en tegenvallers.
Voor het herstel zoals zich dat nu lijkt af te tekenen kan ik moeilijk een letter vinden. Het zit tussen de V en de L in, waarbij ik een korte terugval niet uit wil sluiten. En dat alles na een forse terugval in de jaren 2006-2008.
We zullen hoe dan ook tijd nodig hebben om er uit te komen. Die tijd moeten we onszelf en elkaar gunnen. We moeten ervoor zorgen dat onze omgeving ons die tijd gunt. En we moeten ons niet in slaap laten sussen: verslappen betekent terugvallen en daarvoor ontbreekt het aan reserves.
En in die tijd moeten we balanceren tussen ruimte voor verdere kwaliteitsverbetering en strengheid voor verbetering van onze financiële positie.

Elite: afstand houden of verbinding maken?

Natuurlijk klopt de titel niet. Het is nooit een kwestie van of-of. Maar het is wel een kwestie die in mijn hoofd achterblijft na lezing van een interview met Paul Frissen in de Volkskrant van 7 november.

Enkele citaten van deze hoogleraar Bestuurskunde:

“Er is helemaal geen kloof (tussen politieke elite en burger). De politiek zit tot in de haarvaten van de samenleving.”

“De politieke elite kan geen afspiegeling zijn van het volk, omdat elk individu anders is en ‘de’ volkswil niet bestaat, …”

Het artikel spreekt me aan. Frissen geeft woorden aan gevoelens en vage ideeën die in mijn hoofd zitten. Ik koppel het aan een paar zaken:

  • Het laten kiezen van alle bestuurders is een slechte zaak, omdat het leidt tot puur kwantitatief denken: welke combinatie van minderheden kan een meerderheid vormen? Zonder inhoudelijk debat, zonder dat belangen van alle minderheden bewaakt worden en meegenomen worden in besluitvorming.
  •  Beleidsontwikkeling kan niet puur “bottom up” plaatsvinden. Besturen betekent niet alleen luisteren en doen wat je gehoord hebt. Besturen betekent ook impopulaire maatregelen nemen als daarmee de verzamelde belangen van alle betrokkenen in beeld gehouden worden en als daarmee de duurzaamheid van de organisatie het beste gediend is.

Frissen koppelt zijn pleidooi aan een opsomming van kwaliteiten die in bestuurders herkenbaar moeten zijn. Nog een citaat:  “bescheidenheid, terughoudendheid, zelfbeheersing, zelfbeperking, voortreffelijkheid, deugdzaamheid, tolerantie, elegantie, hoffelijkheid, verdraagzaamheid, prudentia”. Tja, dat is nogal wat. En toch zou ik er nog één aan toe willen voegen: lef en moed om kritiek te ontvangen.

Daarover in dezelfde krant een artikel over vervanging van management bij bedrijven als Shell op het moment dat er nieuwe topbestuurders komen. Een echte top-bestuurder zorgt volgens mij dat er twee soorten mensen om hem heen zitten:

  • mensen die de geschiedenis van de organisatie niet alleen kennen, maar ook belichamen
  • mensen die vanuit hun eigen deskundigheid bazen tegenspreken

Ik betwijfel of dit selectiecriteria waren bij Shell….

Bevoegd en/of bekwaam

Volkskrant van zaterdag: ingezonden brief van docent klassieke talen. Korte inhoud: “Ik heb tevreden collega’s, leidinggevenden, leerlingen en ouders; ik doe mijn werk met plezier; ik ben zelden ziek. Maar ik heb geen formele bevoegdheid. Dat kwam er niet van, alhoewel ik diverse cursussen en trainingen wél gevolgd heb. En nu word ik digitaal aan de schandpaal genageld omdat scholen moeten publiceren welke docenten onbevoegd lesgeven.”

De brief raakte mij. Onze regeldrift raakt deze man. Een enthousiaste leraar die zich onrechtvaardig behandeld voelt. Mijns inziens terecht. Haagse regeldrift en de belangenbehartiging van vakbonden leiden ertoe dat we onszelf wijsmaken dat een diploma hét bewijs van bekwaamheid is. Terwijl we toch allemaal roepen dat je het vak pas echt onder de knie krijgt in de praktijk. Daar ben ik het hartgrondig mee eens.

Sterker nog, ik heb me regelmatig afgevraagd wat ik eigenlijk aan de lerarenopleiding gehad heb in de praktijk. De vakken die ik daar kreeg stonden mijlenver af van de praktijk waar ik in terechtkwam. Enige boekenwijsheid heb ik meegekregen, maar daar waar vakken een verbinding probeerden te leggen met mijn toekomst voor de klas zijn ze volgens mij fors tekortgeschoten.

Niet het diploma was het bewijs dat ik het kon. Dat was Ahmed, een jongen die bij het verlaten van de school tegen me zei dat ik hem door een moeilijke tijd geholpen had door hem te begeleiden en les te geven.

Lege stoelen

Onder deze titel schreef ik zojuist een korte blog op ons intranet. Aanleiding was de bijeenkomst van afgelopen middag onder de titel “CvB in gesprek met medewerkers”. We organiseerden die voor de derde keer. En de titel geeft weer wat we zagen. Kortom: geen opkomst.

Op intranet vraag ik naar reacties. Ik zoek oorzaken. Wat missen we? Is het iets praktisch? Is het een bepaald sentiment dat we niet herkennen? Ik weet het niet en wil het weten.

En hoe zit het als ik het thema verbreed? Bestuurders die in contact willen komen met “de werkvloer”, zitten mensen daar op te wachten? Spelen we in op een daadwerkelijk bestaande behoefte? Soms denk ik dat mesnen gewoon zoveel mogelijk ongestoord hun werk willen doen. Dat ze van ons verwachten dat we ze daartoe in staat stellen. En zo’n bijeenkomst is dan eigenlijk gewoon een storend element. Eigenlijk zouden wij ons beter met ons echte werk bezig kunnen houden. Hebben we niks beters te doen?

Maar weet je … ik baal van bestuurders die alleen maar besturen op afstand. Ik vind de organisatie ingaan een kernelement van ons werk. Ik ben nieuwsgierig naar de mensen, naar alle mensen. En ik wil niet alleen door directeuren geïnformeerd worden over wat er gebeurt binnen de school.  Daar haal ik energie uit en ik denk dat het gewoon een min of meer vanzelfsprekend onderdeel van het werk is. Niet iets extra’s. Niet iets bijzonders. Gewoon iets dat erbij hoort en ook nog leuk is.

Is dat nou zo bijzonder? Zie ik iets ove rhet hoofd?

Een mooie ontmoeting die tot nadenken stemt

Het zijn hectische dagen. Veel tijd gaat zitten in zaken als organisatie, financiën, huisvesting. Da’s de kern van mijn werk, maar we zijn erg druk met het bestirjden, voorkomen en verkleinen van problemen. Veel ad hoc werk ook.

Wat moet dat moet, dus van mij geen klachten daarover. Maar afgelopen week was er in ieder geval één gesprek dat over hele andere dingen ging. En dat gesprek gaf echt een goed gevoel.

Wat was er dan aan de hand? Ik sprak een vrouw die haar tijd verdeelt tussen Nederland en Kenia. In beide landen werkt ze in haar eigen bedrijven. In Kenia koppelt ze dat aan initiatieven om de leefomstandigheden in de desbetreffende regio te verbeteren. Woningen bouwen, onderwijs- en zorgvoorzieningen, energie- en waterlevering, verzorging en welzijn, ICT, toerisme en hotel … kortom alles kwam langs.

En eigenlijk had ze een eenvoudig punt: ik heb jullie stageplaatsen te bieden voor al die terreinen. En dat vroeg ze dus op een manier die zorgde voor een lading enthousiasme. Vanochtend bleek het te lukken om dat enthousiasme op een aantal mensen over  te brengen. Voelde lekker toen dat lukte. Betkent ook weer kansen op een inspirerend project in het buitenland. Nieuwe kansen op leren voor onze eigen docenten en cursisten, maar ook van ebtekenis zijn voor mensen in Kenia.

Het doet me denken voer de vraag wat enthousiasme veroorzaakt. Als ik kijk naar dit voorbeeld:

  • contact met betrokken en enthousiast persoon
  • kansen zien om betekenis te hebben voor anderen
  • kansen zien om iets te ontwerpen wat de school tot een aantrekkelijke plaats om te zijn maakt
  • een combinatie van zakelijkheid en idealisme
  • kansen zien op nieuwe ontmoetingen buiten het gangbare circuit

Dat zet mij dus in beweging. Hoe is dat voor anderen????

de LAT-relatie van overheid en onderwijs

Ik lees zojuist in NRC dat de banden tussen overheid en onderwijs de afgelopen jaren stukken losser geworden zijn. Er staat min of meer dat het er, voor wat betreft het onderwijs, weinig toe doet welke partijen aan de macht zijn. Ze hebben toch nauwelijks iets over het onderwijs te vertellen. Daar is een bestuurslaag voor in de plaats gekomen.
Is dat waar?
Volgens mij is de invloed van overheid en politiek groter dan hier beweerd wordt. Waaruit blijkt die invloed?
– hoeveel geld wordt beschikbaar gesteld
– (hoe) wordt een deel van dat geld geoormerkt
– de inspectie als waakhond voor de kwaliteit van onderwijs, wordt rechtstreeks door het ministerie aangestuurd
Wat is wenselijk?
Afgelopen donderdag pleitte ik tijdens een bijeenkomst met vooral veel MBO-bestuurders en sleutelfiguren uit politiek en bedrijfsleven voor meer resultaatafspraken binnen het onderwijs.
Vergelijk het met de afgesloten convenanten om het voortijdig schoolverlaten te verminderen. Als je de resultaten behaalt dan staat daar geld tegenover. Niet iedereen blijkt het te halen, want er blijft geld over. Dat vraagt om analyse, maar het principe achter dergelijke afspraken vind ik interessant.
In Schotland hebben scholen zelf veel invloed op de tereinen waarop ze resultaten willen verbeteren. Daarover praten ze met hun stakeholders (ouders, deelnemers, personeeel, bedrijven in de regio). Afhankelijk van de vraag en noodzaak in de omgeving worden verbeterafspraken gemaakt. Daar worden financiën aan gekoppeld. Succes levert op, mislukking kost geld.
Wat mij betreft een interessante manier waar eens goed naar gekeken kan worden. Het heeft een aantal voordelen:
– de gewenste resultaten worden meer afgestemd op behoefte in de omgeving. Daarmee ontstaat een stuk regionalisering die past bij de verschillende situaties die we in Nederland hebben. Afspraken in de vier grote steden zullen al snel anders zijn dan op het Zeeuwse platteland.
– het werk van de inspectie wordt eenvoudiger en voor de betrokken scholen een stuk transparanter. Eigenlijk kunnen ze het zelf af: laat zien dat je voor elkaar gekregen hebt wat afgesproken is.
– als scholen zelf tekenen voor de beoogde resultaten zullen ze zich er ook meer verantwoordelijk voor voelen. En als de genoemde stakeholders erbij betrokken worden zal dat gevoel van verantwoordelijkheid in de gemeenschap waar de school onderdeel van is, alleen maar sterker worden.


Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën