Archive for the 'politiek' Category

“Hoe eerder, hoe beter”, nieuwe kijk op nieuwe problemen

Er gebeuren ongewone dingen in ons land als gevolg van de forse stroom vluchtelingen die binnenkomt. En ongewone gebeurtenissen vragen om ongewone antwoorden. Die zullen we ook als onderwijs moeten formuleren….

Wat is er aan de hand? Het aantal vluchtelingen dat maandelijks binnenkomt was nog nooit zo hoog. De verwachting is dat dit nog een tijd door zal gaan. Ook lijkt het erop dat het overgrote deel van de betrokken mensen een tijdelijke of permanente status zal krijgen en hier dus op zijn minst een aantal jaren zal blijven. En eigenlijk verwacht iedereen dat een fors deel zich voorgoed in Nederland zal vestigen.
Dit leidt tot heftige discussies tussen voor- en tegenstanders, maar ook tot forse uitdagingen op het gebied van huisvesting, opleiding, werktoeleiding en inburgering.

De titel van deze tekst geeft aan onder welk motto dat alles volgens mij moet gebeuren: “hoe eerder, hoe beter”.
Mijn uitgangspunt is dat mensen die hier als vluchteling terechtkomen zo snel mogelijk de kans moeten krijgen op een zinvol leven.
Onderwijs is daar een belangrijk onderdeel van. Het gaat dan niet alleen om het leren van een taal, maar ook om het leren leven in een nieuw land en om toeleiding naar werk.

Inmiddels zien we hoe de onvoorspelbare, massale bewegingen dwingen tot onconventionele oplossingen op het gebied van opvang en huisvesting. Mijn stelling is dat we daar ook naar moeten kijken als het gaat om onderwijs en toeleiding naar werk.
Waarom is het nu anders dan anders?

  • de aantallen zijn extreem hoog waardoor er op alle terreinen capaciteitsvraagstukken ontstaan
  • er worden nieuwe vormen van (nood)opvang gerealiseerd waardoor ook nieuwe, onvoorspelbare bewegingen van de betrokken mensen ontstaan
  • de samenstelling van de groep kan wel eens anders zijn dan we gewend zijn, zoals het schijnbaar grote aandeel van hogeropgeleiden

Het zoeken van die onconventionele oplossingen moet wat mij betreft antwoord geven op de volgende uitdagingen:

  • Het snel en (deels onverwacht) komen, maar wellicht ook vertrekken van vluchtelingen naar andere delen van het land
  • De noodzaak om snel tot een zinvol leven te komen, inclusief kansen op werk
  • Het feit dat een groot deel van de binnenkomende vluchtelingen forse trauma’s kan/zal hebben en dus ook op dat gebied begeleiding nodig heeft

Om aan die uitdagingen het hoofd te bieden zijn geen pasklare oplossingen voorhanden. En we hebben de tijd niet om heel lang na te denken over en onderzoek te doen naar die oplossingen. Ik wil pleiten voor het zoeken van een oplossing via “vallen en opstaan”. En dat vraagt om ruimte … regresvrije ruimte om precies te zijn, experimenteerruimte, als dat beter klinkt…

Die ruimte gaat dan over:

  • de mogelijkheid om delen van opleidingen te volgen, die later een onderdeel van een volwaardige opleiding kunnen zijn
  • de mogelijkheid om via de praktijk te leren, zonder dat er direct een volwaardige BBL-constructie bestaat
  • de mogelijkheid om pas na enige tijd onderwijs te concluderen welke opleiding passend is en in welke sector/op welk niveau dat het beste gevolgd kan worden
  • intensieve samenwerking tussen onderwijs, hulpverlening, werkgevers en arbeidstoeleiding
  • geen outputbekostiging aangezien het behalen van een diploma afhankelijk is van (te) veel externe factoren
  • geen t-2 bekostiging aangezien van onderwijsinstellingen niet gevraagd kan worden om voor deze grote groepen voorfinanciering van het onderwijs te bekostigen

Het zou mooi zijn als een of enkele regio’s uitgenodigd werden om op basis van bovenstaande gedachten plannen te ontwikkelen die op korte termijn tot uitvoering van adequaat onderwijs en begeleiding kunnen leiden

Opstaan, nadenken en doorgaan … reflectie op een (te) verwachte(n) nederlaag

Na de verkiezingsnederlaag van afgelopen week, kwam ik met een aantal mensen in gesprek over oorzaken en aanpak. Dat gesprek is nog niet afgelopen. Maar een van de mails die daarbij in mijn postvak kwam, hielp me om wat gedachten te ordenen. Hieronder de reactie die ik op die mail schreef.

Beste X,

In je mail ga je in op enkele (mogelijke) oorzaken van het verlies van de PvdA, ónze partij, bij de gemeenteraadsverkiezingen afgelopen week.
Je adresseert drie landelijke elementen. Ik benoem ze kort:
Landelijk:
– de samenwerking met de VVD
– een gebrek aan aansprekende politici
– het kabinetsbeleid van de afgelopen 1,5 jaar
Ik hou niet van navelstaren, maar de verkiezingen van afgelopen week eisen dat we nadenken en met elkaar het gesprek aangaan. Dat moeten we vooral met een kop koffie erbij doen terwijl we met elkaar aan tafel zitten. Maar even de boel voor jezelf ordenen kan ook geen kwaad. Jouw mail helpt mij om dat (enigszins) te doen.
Die ordening breng ik aan met behulp van jouw punten.

Samenwerking VVD
Dat onze partij koos voor samenwerking met de VVD was, zeker met het oog op de verkiezingsuitslag, onontkoombaar en wenselijk. Ondanks de grote verschillen moet het mogelijk zijn om met elkaar beleid te ontwikkelen dat effectief is voor het land en herkenbaar voor de achterban van beide partijen.
Het idee om elkaar wat dat betreft wat te gunnen in het regeerakkoord, spreekt mij nog steeds aan. Het is de enige manier om daadwerkelijk beweging te genereren in een compromis. Het alternatief is negatief uitruilen en dat leidt tot stilstand, wel het laatste wat we moeten willen.
Toch zijn er een paar vraagtekens te plaatsen:
– was het draagvlak voor het uiteindelijke akkoord echt groot genoeg binnen de partijen?
– was de kwaliteit van de keuzes in het akkoord wel op orde? was er voldoende draagvlak onder woordvoerders en andere inhoudsdeskundigen van beide partijen?
Gezien de vele aanpassingen en twijfels in de afgelopen 1,5 jaar, zowel intern als extern, was het waarschijnlijk beter geweest om iets meer tijd voor de formatie te nemen. Dat had in grote lijnen niet tot heel ander beleid geleid, maar wel tot een betere uitwerking en meer draagvlak.
Tenslotte is het een misser dat draagvlak bij een meerderheid van de Eerste Kamer niet als relevant gezien is. Het was te verwachten geweest dat partijen, indien zich de mogelijkheid voor zou doen, de Eerste Kamer als politiek instrument van handelen zouden gaan gebruiken in geval het beleid niet naar de zin zou zijn.

Gebrek aan aansprekende politici
Op landelijk niveau heeft onze partij een aantal kanjers. Ik doe er sommigen tekort mee, maar kijk eens naar de waardering voor Lodewijk Asscher, Jeroen Dijsselbloem en, denk eens aan de periode rondom de verkiezingen, ook Diederik Samsom.
Deze mensen zijn echter bezig om het kabinetsbeleid vorm te geven en te verkopen. Van ministers mag je niet anders verachten. De keuze om de politiek leider in de kamer te laten zitten, zou moeten borgen dat het eigen geluid voldoende hoorbaar blijft. Daar is (te) weinig van terecht gekomen. Diederik moest steeds weer het kabinet redden, steeds weer pal staan voor het compromis, in plaats van de eigen lijn. Daarmee ging het imago dat hij tijdens de verkiezingscampagne zorgvuldig en in hoog tempo opbouwde in sneltreinvaart verloren.
De oorzaak daarvoor heb ik hiervoor aangegeven. Die ligt niet in de samenwerking met de VVD op zich, maar in het gebrek aan kwaliteit van en draagvlak voor het regeerakkoord.

Kabinetsbeleid tot nu toe
Jij geeft aan dat het kabinetsbeleid door onze kiezers als negatief ervaren wordt. Ik weet het niet. Wat ik wel zie is dat het beleid heel moeizaam tot stand komt. Er zijn echt een paar successen geboekt binnen de diverse akkoorden die afgelopen jaar gesloten zijn. Tijdens ledenraden en congressen laten bewindslieden niet na om die te benoemen. De oorspronkelijke daverende ovaties zijn daarbij echter langzaam maar zeker een plichtmatig applaus geworden.
We zijn volgens mij ons verhaal kwijtgeraakt tijdens het sluiten van al die akkoorden. Omdat ze zo moeizaam tot stand komen, kan er niet meer kritisch naar gekeken worden. In theorie zet je na zo’n akkoord de volgende stappen:
– wat is mijn verhaal?
– wat komt daarvan terug in het akkoord?
– welke onderdelen van het akkoord passen niet in mijn verhaal?
– hoe ziet dan de balans eruit?
– wat vind ik er dan van?
Die afwegingen zijn ongetwijfeld gemaakt, maar daar heeft het publiek niets van gemerkt. Dat zou de taak van de kamerfractie moeten zijn, maar daar merken we (te) weinig van.

Conclusie
Jouw analyse brengt bij mij bovenstaande reactie teweeg. Als ik die teruglees kom ik tot de conclusie:
– dat we doormoeten met de huidige samenwerking, maar daarin wel de kwaliteit van voorstellen en keuzes moeten verbeteren
– dat de helderheid van ons eigen verhaal weer terug moet komen en dat we duidelijk uit moeten stralen wat daarvan overeind blijft in het beleid
– dat daarvoor een onafhankelijkere opstelling van de kamerfractie, inclusief de politiek leider, nodig is.
En tenslotte hoop ik dat de gesprekken over deze zaken door de hele partij heen op een constructieve manier gevoerd worden. Hierboven staat niet dé waarheid, maar een aantal gedachten. Hopelijk leiden die tot het goede gesprek en daarmee tot stappen voorwaarts “voor partij en vaderland”.

Een cultuuromslag vragen is geen veroordeling uitspreken

Wat een hoon oogstte de minister van OCW toen zij, samen met haar staatssecretaris, pleitte voor een cultuuromslag in het onderwijs en dan met name bij docenten. Kenmerkend voor die omslag zou zijn dat docenten meer en beter gaan samenwerken, vaker bij elkaar in de klas kijken, stevig werk maken van hun professionalisering. Het idee kwam onder andere aan bod tijdens een interview: http://www.nu.nl/politiek/3370914/bussemaker-wil-cultuur%E2%80%93verandering-leraren.html

De reacties waren, met name vanuit de doelgroep, overwegend negatief en te verdelen in twee categorieën:

  1. – Dat doen we al.
  2. – Daar hebben we geen tijd voor.

Twee categorieën die elkaar volgens mij tegenspreken. Dat is natuurlijk opmerkelijk. Maar wat me meer opvalt is het gebrek aan bewustzijn dat spreekt uit deze reacties. Een gebrek aan reflectie. Waar komt het pleidooi van de minister vandaan? Waarom zou je het wél moeten omarmen?

In plaats daarvan volgen betogen over onvoldoende tijd, te veel lessen, te grote klassen en natuurlijk Finland, waar het allemaal beter geregeld is. Een en ander komt bij elkaar in een weblog: http://wonderijs.wordpress.com/2013/03/17/over-de-beleidsvoornemens-van-jet-bussemaker-en-sander-dekker-onze-bewindslieden-van-onderwijs/

Ik zou de ideeën van OCW anders benaderen.

Het pleidooi van de minister maakt duidelijk dat wat haar betreft kwaliteit van onderwijs direct samenhangt met de kwaliteit van de professional in de klas, de docent dus. Waarom omarmen die doecenten dit gegeven niet? Waarom laten ze niet zien hierin ook hun eigen verantwoordelijkheid te willen nemen in plaats van constant te wijzen op de verantwoordelijkheid van anderen?

Er zijn natuurlijk talloze docenten die dat wel doen. Die blij zijn met de erkenning die blijkt uit het pleidooi van Bussemaker. Die dat ook dagelijks mét hun collega’s omzetten in actie. Helaas komen we die in de media nauwelijks tegen (te druk?).

Uiteraard mogen docenten iets terug verwachten. Fatsoenlijke werkomstandigheden, behoorlijke toerusting, etcetera … geen onfatsoenlijke of irreële vragen. Volgens mij ook geen vragen waar geen luisterend oor voor te vinden is. Integendeel, zo goed als veel docenten zie ik veel leidinggevenden zoeken naar manieren om goed onderwijs in de school mogelijk te maken.

Het kan best zijn dat we het druk hebben. Maar ik wil er niet aan dat er geen ruimte te maken valt voor een goed gesprek over goed onderwijs. Een gesprek tussen docenten onderling én tussen docenten en schoolleiding. En dat goede gesprek is het begin van elke vorm van kwaliteitsverbetering.

Geen woorden, maar daden

Zojuist keek ik naar Buitenhof. Lodewijk Asscher sprak daar over sociaal-democratie. “Een kwestie van doen”, zo kun je het samenvatten. Alleen maar doen is natuurlijk niet genoeg, dus het project “Van waarde” is van belang om eens goed na te denken over een aantal zaken. Maar dat denken heeft alleen maar zin als het leidt tot actie.
Een ander voorbeeld van “geen woorden, maar daden” zit volgens mij in het feit dat het voor Asscher niet zo belangrijk is of je als sociaal-democraat lid bent van de PvdA. Sociaal-democraat ben je niet vanwege je lidmaatschap, maar vanwege je gedrag. Daarbij aansluitend, vanwege gedrag waarmee je verschil maakt voor de omgeving. Gedrag dat laat zien dat je het niet accepteert als bepaalde groepen steeds weer in de hoek zitten waar de klappen vallen.
Sociaal-democraat ben je niet (alleen) tijdens partijavonden, maar (juist) daarbuiten: in je werk, in je buurt, bij de vereniging of de school van je kinderen. Daarom geniet ik ervan om in het onderwijs te werken. Dé plek waar je verschil kunt maken voor jongeren en daarmee voor de toekomst.
Juist het beroepsonderwijs is daarom zo’n spannend en interessant werkveld. De plek waar alle groepen van de samenleving samenkomen. De plek ook waar de basis wordt gelegd voor een economie waarin vraag en aabod van de arbeidsmarkt op elkaar aansluiten.
Laten we dat onderwijs niet laten groeien in de richting van “de markt”. Laten we het niet ten prooi laten vallen aan investeringsmaatschappijen, zoals nu al het geval is met kinderdagverblijven. Kinderdagverblijven waarvan de belangrijkste doelstelling is om een hoog rendement te behalen voor de investeerders, zijn volgens mij per definitie verkeerd bezig.
De economische crisis zou ons kunnen leren dat het korte termijn denken van het angelsaksiche model zijn langste tijd gehad heeft. Onderwijs loopt vaak achter ontwikkelingen op de markt aan. Laten we hopen dat het onderwijs de fout van de markt niet maakt om te lang door te gaan op de ingeslagen angelsaksische weg. Onderwijs gaat om ontwikkelng van mensen niet om renderende aandelen.

Vernieuwing in een moderne jas

Gisteren was ik op een van de bijeenkomsten die onder de noemer “linkse vernieuwing” georganiseerd zijn door een aantal PvdA-afdelingen. Dus nu moet ik daar iets van vinden …
Eén ding is me duidelijk. Als de partij weer kenmerken van een beweging wil krijgen, hebben we behoefte aan meer van dit soort initiatieven. Het is van belang om meer mensen tegen te komen die, zoals jij, nadenken over de manier waarop we het weer wat eerlijker en rechtvaardiger kunnen maken. Ik neem geïnteresseerde vrienden liever mee naar een bijeenkomst als gisteren, dan naar een ledenvergadering. Dus wat dat betreft alle lof voor de initiatiefnemers. Jullie hebben laten zien dat het kan en dat het goed is.
Tegelijk zitten er (natuurlijk) een aantal schaduwkanten aan het verhaal.
Als het de bedoeling is om op deze manier de partij weer omhoog te krijgen in de peilingen dan gaat dat een lange weg worden.
Als het de bedoeling is om op deze manier weer beter over het voetlicht te krijgen waar de PvdA voor staat, dan vrees ik het ergste.
En als het de bedoeling is om op deze manier zelf weer te ontdekken waar de PvdA voor staat (of moet staan), dan kunnen we direct stoppen.

Toen ik zelf laatst aan iemand vroeg waar de PvdA voor staat (of zou moeten staan), was het antwoord kort. “Dat staat helder omschreven in het beginselprogramma”. Toen ik dat las, begreep ik ook niet meer waarom we over die vraag zoveel werkgroepen en bijeenkomsten nodig zouden hebben.
Vandaag kwam ik het nog helder tegen in een blogpost via de volgende link: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/beschikbaar_maar_geen_kandidaat/

Ik jat er een citaat uit met dank aan Robbert Baruch, de auteur:
“In plaats van praten over mensen, moeten we praten over ideeën. In plaats van afzetten, moeten we binden. We hebben er alle aanleiding voor in onze uitgangspunten:
• Het collectief pakt aan wat het individu niet kan.
• Iedereen moet mee kunnen doen.
• De verantwoordelijkheid voor het organiseren daarvan ligt in gelijke mate bij de overheid en samenleving.
• De samenleving moet gebaseerd zijn op vertrouwen waar dat kan, op aanpakken waar dat moet.
Er is een aantal terreinen waar zekerheid voor mensen het belangrijkst is. Daar moeten overheid en samenleving zich met voorrang op richten:
• Inkomen
• Veiligheid
• Onderwijs
• Zorg
• Internationale positie”

Lijkt me niets mis mee. Ook in de bijeenkomst van gisteren zou dit weinig discussie oproepen. Wat me wel opviel was dat velen op de vragen naar stellingname kwamen met antwoorden uit het verleden. En daar zit mijn grote vraag:
Hoe maken we van de PvdA een moderne linkse partij? En dan moet je natuurlijk direct nadenken over wat dat is “een moderne linkse partij”.

Een aanzet daartoe:

  • een partij die ondubbelzinnig kiest voor haar traditionele waarden
  • een partij die onderzoek waar in de huidige samenleving deze waarden onder druk staan
  • een partij die nieuwe antwoorden formuleert zonder de traditie te verloochenen
  • een partij die die discussie en antwoorden vormgeeft op een nieuwe, aansprekende manier
  • een partij die erop gericht is om de verantwoordelijkheid te nemen die nodig is om deze antwoorden te realiseren

En wat is daar nou anders aan?
In grote lijnen niets! Daarom is het nog steeds “mijn” partij.
Maar om te wortelen in deze tijd is het van belang om ook verandering te accepteren. Naar mijn idee moeten we in onze uitgangspunten de eigen verantwoordelijkheid van mensen meer op de voorgrond zetten.
En om ons van liberale partijen te onderscheiden moeten we onontkoombaar maken dat mensen die, om wat voor reden dan ook, (tijdelijk) niet in staat zijn om die eigen verantwoordelijkheid te nemen, altijd op een sterke overheid kunnen rekenen.
De inspanning van die overheid is er dan wel op de eerste plaats op gericht om diezelfde eigen verantwoordelijkheid weer op te kunnen pakken. Het accepteren van oneindige afhankelijkheid gebeurt pas als we zeker weten dat het echt niet anders kan.

Hoezo normaal …?

De botsing in de Tweede Kamer met de titel “Doe eens normaal, man” blijft de media (en blijkbaar ook mij) bezighouden. Vaak gaat het dan om vragen van wellevendheid. Kan dit soort taal wel gebruikt worden? Geven we hiermee niet het verkeerde voorbeeld? Ik laat dat even voor wat het is.

Ik neem aan dat het hier niet gaat om een “slip of the tongue” maar om een doordachte interventie ten behoeve van politiek gewin. Als we iets van Geert Wilders kunnen leren dan is het hoe hij door zijn toon in het debat mensen voor zich weet te winnen. De vraag is of we ons die lessen ter harte moeten nemen.

Dat denk ik niet! De lessen die Geert ons leert zijn de lessen van populisme. Dat begrip vat ik samen in onderstaande punten:

  • Emotie is belangrijker dan inhoud.
  • Korte termijn is belangrijker dan lange termijn.
  • Groter worden is belangrijker dan beter worden.
  • Wij zijn belangrijker dan zij.
Ik zie kenmerken van populisme terug in het debat over onderwijs. Naast bovenstaande kenmerkende prioriteitstelling is populisme zeer incidentgestuurd. Beweringen worden bovendien zelden onderzocht. Dat laatste benoem ik als “werken op basis van wat je denkt te weten” i.p.v. “werken op basis van wat je echt weet”.
Wat zien we in het kader van deze redenering terug in het debat over onderwijs?
  • versimpeling van de werkelijkheid tot een overzichtelijk aantal kengetallen
  • kritiek op vernieuwing vertalen in een pleidooi voor restauratie
  • het geluid van enkelen behandelen als het resultaat van onderzoek
Als laatste element dat ik hier wil belichten, sta ik stil bij de relatie tussen media en politiek.
Onlangs las ik dat het grootste deel van de kamervragen gesteld wordt n.a.v. berichtgeving in de media. Maar die berichtgeving gaat op haar beurt natuurlijk voor het grootste deel over incidenten. Omdat deze berichtgeving tot kamervragen leidt, betekent dat extra publiciteit. Dat is wat de media willen. Dat is wat politici willen. Want uiteindelijk kennen we maar één motto:
“het maakt niet uit wat er over je gezegd wordt, als er maar iets over je gezegd wordt”

Een nota van en voor miljoenen

Iets eerder dan gepland lag afgelopen week de miljoenennota op straat. Wat een heerlijke verrassing! Zowel journalisten als politici moesten plotseling aan de bak en werden daarmee gedwongen om hun vakmanschap te tonen. Geen voorbereide verhalen, antwoorden tijdens het lezen, vragen bedenken over wat je nog niet begrijpt. Ik vond het prachtig, dus wat mij betreft mag die miljoenennota vaker op een onverwacht moment verschijnen.

De boodschap van de miljoenennota is geen fijne. Iedereen krijgt last van de crisis, die voorlopig nog niet voorbij lijkt te zijn. Het beleid doet me sterk denken aan een presentatie die ik afgelopen week zag op TED. Daarop sprak Tim Harford over de meest succesvolle manier om innovaties te realiseren: “trial and error”: http://www.ted.com/talks/tim_harford.html?awesm=on.ted.com_9ecC

De kern van zijn boodschap probeer ik samen te vatten in enkele uitspraken:

  • De wereld is te complex om daadwerkelijk te begrijpen
  • In veel situaties spelen mensen de hoofdrol die pretenderen deze complexiteit wél te begrijpen
  • De enige manier om die pretentie waar te maken is door de complexiteit te ontkennen en een simplistische voorstelling te maken van de werkelijkheid
  • Alleen vanuit dat simplisme kunnen voorstellen gedaan worden in de verwachting dat ze de problemen zeker op zullen lossen
  • Erkenning van de complexiteit betekent dat oplossingen alleen via trial and error onderzocht en uitgeprobeerd kunnen worden

Hoe heerlijk zou het zijn als Mark Rutte de koningin dinsdag laat zeggen “We weten het niet!. We doen ons uiterste best en hebben ook wel wat ideeën om uit dit dal te komen, maar of onze voorstellen gaan werken … daar durven we onze handen niet voor in het vuur te steken!”


Mijn laatste tweets

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Archief

Categorieën