Archive for the 'PvdA/politiek' Category



Paars revisited

Voor mij staat als een paal boven water dat we behoefte hebben aan echte hervormingen, zowel op sociaal als op economisch gebied.

We zijn een land van coalities. Coalities bestaan bij de gratie van compromissen. Het rare is dat die compromissen altijd zo uitpakken dat hervormingen niet doorgaan als er een partij is die het niet ziet zitten. Zo leveren de betrokken partijen tijdens de onderhandelingen steeds meer van hun standpunten in.
Daarbij hebben de conservatieve partijen het uiteindelijk altijd voor het zeggen. Het uitblijven van hervormingen leidt immers tot behoud van het huidige, zo ongeveer de definitie van het begrip conservatief.

Laten we dat eens omkeren. Laat partijen eens over hun weerzin heenstappen en de ander de ruimte geven om een hervorming daadwerkelijk uit te werken en in te voeren. Uiteraard geldt dit over en weer, waardoor een akkoord plotseling bol staat van hervormingen, ook al is niet iedere partner razend enthousiast over iedere afzondelrijke maatregel.
Op die manier ontstaat een coalitieakkoord dat gekenmerkt wordt door hervormingen in plaats van uitstel.

Nu moeten partijen uitleggen waarom ze iets NIET in een akkoord hebben gekregen. Geef elkaar iets meer ruimte en ga uitleggen waarom je de ander de ruimte hebt gegeven om een hervorming WEL in het akkoord te krijgen. En geef daarbij aan welke hervorming je uit je eigen programma ook een plaats in het akkoord hebt gegeven.

Wat betekent dit voor de inhoud van het beoogde akkoord? Ik geef een voorzet op het gebied van de landelijke politiek.
De enige kans op hervormingen in NL, als het gaat om een aanpak via de politiek, ligt m.i. verscholen in een revival van Paars (plus).
Dat vraagt van de grootste betrokken partijen dat ze over hun schaduw gaan kijken.

– De VVD moet bereid zijn om compromissen te sluiten in het belang van een sociaal beleid dat zwakkeren ontziet. Dat kan ook betekenen dat de sterkeren eens wat meer moeten (in)leveren.
– De PvdA moet bereid zijn om in dat sociale beleid mensen aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid (Je mag iets vragen en verwachten, maar daar lever je ook een prestatie voor)

– De PvdA moet bereid zijn om in het beleid oog te hebben voor ondernemend Nederland.
– De VVD moet meedenken over een manier om daarbij de belangen van werknemers voldoende te waarborgen.

Op basis hiervan moeten in elk geval pensioenleeftijd, ontslagrecht en hypotheekrente op een moderne leest geschoeid worden. Daarmee vallen de enorme bezuinigingen, die de komende tijd onontkoombaar zijn, op een stevige en sociale manier te realiseren.

Alleen als partijen elkaar ruimte en vertrouwen geven, hebben we kans op zo’n hervormingsagenda. En alleen paars+ kan dat realiseren.

Kleine scholen: zegen of vloek

Tweede kamerleden van de PvdA stelden gisteren vragen aan de minister van onderwijs. Aanleiding vormden noodsignalen die vanuit het onderwijs klinken omtrent de gevolgen van de krimp in bepaalde gebieden van Nederland. Die krimp zou een bedreiging vormen voor het bestaan en de kwaliteit van scholen in die krimpgebieden.

Wat betekent het om een kleine school te worden? In elk geval is het duidelijk dat té klein evengoed problemen oplevert als té groot. Tegelijk maken mensen in de desbetreffende dorpen duidelijk dat zij zeer hechten aan de aanwezigheid van deze kleine dorpsscholen. Het wordt door velen gezien als een voorwaarde voor en/of teken van leefbaarheid in die dorpen. Verdwijnt de school dan verdwijnt de ziel uit het dorp,dan gaat de gemeenschap(szin) verloren.

Mét de vragenstellers die me tot dit blog brachten, ben ik van mening dat er twee zaken om aandacht vragen:

  • Kunnen deze zeer kleine scholen de kwaliteit van het onderwijs voldoende waarborgen?
  • Hoe kunnen we zorgen dat deze scholen over voldoende middelen (blijven) beschikken om kwaliteit te (blijven) leveren?

Daarover een paar gedachten.

Uiteindelijk moet een kind evenveel kans hebben op kwaliteitsonderwijs ongeacht de vraag op welke school het zit. Alhoewel ik niet 100% gecharmeerd ben van de gangbare meetmethoden in het onderzoek naar onderwijskwaliteit, kun je stellen dat alle scholen,ongeacht hun grootte, aan dezze normen dienen te voldoen. Dus goede CITO-scores, voldoende inspectiebeoordelingen, etcetera.

In elk geval zou het goed zijn om daarbij meer aandacht te besteden aan de toegevoegde waarde van een school. Dat betekent:

  • dat je rekening houdt met de situatie waarin kinderen de school binnenkomen
  • dat je rekening houdt met de context waarin kinderen hun schoolloopbaan doorlopen
  • dat je rekening houdt met de mogelijkheden die een school heeft om de ontwikkeling van kinderen positief te beïnvloeden (bijvoorbeeld het feit dat sommige scholen over meer extra faciliteiten beschikken, moet zorgen dat zij ook een grotere toegevoegde waarde realiseren)

Alhoewel je dus rekening moet houden met de context waarin het onderwijs verzorgd wordt, bijvoorbeeld die van een kleine school, kán het toch niet zo zijn dat we accepteren dat aan kinderen op die scholen minder kwaliteit geleverd wordt!

We zullen dus moeten zorgen dat deze scholen in staat geacht kunnen worden om goede kwaliteit te leveren. Wat we nu zien gebeuren is dat op kleine scholen een relatief groot deel van de beschikbare tijd besteed moet worden aan zaken die niet direct de kinderen ten goede komen. Kleine scholen beschikken niet over iemand op de administratie, over een conciërge, over een ICT-deskundige, en ga zo maar door. Toch moeten op die scholen allerlei taken uitgevoerd worden die bij deze functies passen. En dat gebeurt nu dus door de directeur, die dan dus niet de docenten kan ondersteunen bij het leveren van kwaliteit, of door docenten, die die tijd dus niet kunnen besteden aan de kinderen en het onderwijs.

Kleine scholen kunnen nu vaak blijven bestaan, omdat ze onderdeel vormen van een groter bestuur. Het worden dan nevenvestigingen, waardoor ze met minder leerlingen voor bekostiging in aanmerking blijven komen. Het probleem is dat ze dan een soort van “vaste voet” in de bekostiging mislopen. En juist die vaste voet kan besteed worden aan taken zoals ik eerder noemde. De oplossing lijkt simpel: maak uitspraken omtrent investeren in onderwijs waar! Geef ook de kleine scholen een budget voor ondersteunende taken. Daarmee geven we het onderwijzend personeel de tijd terug om daadwerkelijk aan kinderen en onderwijs te besteden. Bovendien geven we daarmee anderen de kans om in aanmerking te komen voor nu niet bestaande banen. Anderen, die wellicht nu ondanks alle moeite niet aan de bak komen in een functie die bij hen past. De vraag die dan blijft is in hoeverre kleine scholen koste wat kost in stand gehouden moeten worden. Daarvoor zou je enkele criteria moeten ontwikkelen. Een aanzet:

  • scholen die een groeiperspectief hebben op basis van de gebieds- en bevolkingsontwikkeling in hun omgeving
  • scholen die als enige in een straal van …. km staan
  • scholen die aantonen goede kwaliteit te kunnen bieden, ondanks hun (zeer) geringe omvang

Gedachten over sociaal-democratie

Het grote verhaal ontbreekt bij de debatten. Het gaat over de korte termijn en de invloed op stemgedrag lijkt zeer beperkt.
Welk geluid zou vertrouwen in de sociaal-democratie doen groeien?
Dan vraag je je eerst af wat mensen weerhoudt van sociaal-democratisch stemmen. Daar hoort ook bij dat je luistert naar redenen die mensen aangeven om op andere partijen te stemmen.

Een paar van dergelijke geluiden:

  • VVD waardeert ondernemend gedrag het meest.
  • PvdA maakt ondernemen weinig aantrekkelijk.
  • PvdA daagt mensen onvoldoende uit om in beweging te komen.
  • PvdA brengt te veel overheidsbemoeienis met zich mee

Wat zou de kern van sociaal-democratie moeten zijn:

  • een sociaal vangnet waarvan de mazen zo klein zijn dat niemand er doorheen valt
  • een sociaal vangnet dat zo elastisch is dat het tegelijk als trampoline dient om ieder die dat kan weer te helpen bij het innemen van een onafhankelijke positie
  • een cultuur waarin iedereen meetelt, maar waarin ook alle talenten gewaardeerd worden
  • naast het bestrijden van achterstanden veel aandacht besteden aan het voorkomen van achterstanden, maar ook aan het ontwikkelen van hoogbegaafdheid, ondernemerschap, creativiteit, innovatie
  • een overheid die doet wat ze moet doen, niet meer en niet minder
  • een cultuur die gebaseeerd is op transparantie en vertrouwen

Wat we vast moeten houden is solidariteit als onderliggende waarde. In de sociaal-democratie telt iedereen mee en iedereen is ervoor verantwoordelijk om dat te realiseren. Daar past een progressief belastingstelsel bij. Daar passen regelingen bij waarbij naar draagkracht een bijdrage gevraagd wordt.

Ons land heeft ondernemerschap nodig. Ondernemerschap mag niet het domein van liberale en conservatieve partijen zijn. Het is nodig dat we kijken wat de sociaal-democratie te bieden heeft om ondernemerschap te stimuleren.

De sociaal-democratie accepteert niet dat mensen buiten de boot vallen. Als dat dreigt te gebeuren is er sprake van een vangnet. Het vangnet heeft een activerende werking zodat iedereen naar vermogen in staat gesteld wordt om er weer onafhankelijk van te worden.

Hoe voorkom je een gesprek?

Gisteravond was het eerste lijsttrekkersdebat voor de TK verkiezingen van 2010 op TV. Het spookt nog wat na door mijn hoofd. Voor een deel omdat ik me zorgen maak over Job Cohen. Wat mij betreft de beste premierskandidaat, maar zeker niet de beste debater.

Maar belangrijker is dat we van deze debatten een hele toer aan het maken zijn, terwijl ze volgens mij niet gaan om vragen als “wie is beste premier?”, “wie heeft beste programma?”, of andere inhoudelijke vragen.

De tv-debatten zijn een show geworden, waarin het gaat om een zo hoog mogelijke amusementswaarde. Daar dragen de deelnemers maar wat graag hun steentje aan bij door niet op inhoud de discussie te voeren (laat staan het gesprek aan te gaan). In plaats daarvan gaat het alleen nog maar om de performance, verbaal en non-verbaal.

De deelnemers lijken constant op zoek naar een kans om een oneliner neer te zetten. Liefst eentje waarmee de tegenstander in de hoek gezet wordt. Ook altijd prijs: een sneer die het publiek laat lachen.  Kortom, het gaat om snel scoren met korte termijn effecten.

De vraag wie het beste programma heeft, komt niet aan bod. Daarmee laten we de kans lopen om via deze debatten de inhoud van de verkiezingen de huiskamer in te laten komen.

En dan blijf ik met twijfel zitten. Het lijkt alsof Cohen dat gesprek op inhoud wel graag wil voeren. Het scoren voor de bühne gaat hem in ieder geval niet goed af. Daarom eindigt de beste niet bovenaan.

Uitstel en afstel als reactie op crisis

Een paar lokale berichten van deze week:

  • een aantal plekken in het centrum wordt niet opgeknapt, waardoor de kern uit het plan om het centrum van Heerenveen levendig en leefbaar te maken wegvalt
  • woningen voor zorgbehoevenden bij een zopas gerealiseerd multi-functioneel centrum worden niet gebouwd omdat de betrokken woningbouwvereniging zich terugtrekt
  • de keuze voor verbouw of nieuwbouw van Thialf is een jaar uitgesteld

Het is logisch dat je niet alles kunt als er een crisis bestaat. Gemeenten moeten het met minder doen en dat betekent ook dat ze minder moeten doen.

Maar maken we hier wel goede keuzes? Zijn we niet te voorzichtig? Om door de crisis te komen is meer nodig dan beheersing. Volgens mij heb je ook lef nodig. Lef om te kiezen voor doorontwikkelen. Lef om gebruik te maken van het feit dat zaken nu goedkoper en sneller te realiseren zijn dan in de situatie van een overspannen opdrachtenmarkt waarin we de afgelopen jaren gezeten hebben.

Het is mijn expertise niet, maar het lijkt me allemaal onlogisch en onverstandig. In ieder geval wordt het er allemaal niet mooier op in ons dorp (en dat blijft het dus).

Mensenwerk

Zojuist het boek van Ruud Koole met deze titel uitgelezen. Kijkje in de keuken van de PvdA tussen 2001 en 2007. Vlot geschreven en dus ook vlot gelezen. De titel wordt meer dan waargemaakt: politiek is overduidelijk mensenwerk. Mensen met al hun kwaliteiten, onhebbelijkheden, valkuilen, drijfveren.
Het boek sluit af met een deel van de tweede afscheidsspeech van Koole na zijn korte interimperiode als partijvoorzitter. Daarin gaat hij in op het gebrek aan (ruimte voor) nuance in de hedendaagse politiek. Hij geeft aan dat dat vooral voor de PvdA lastig is omdat die bij uitstek op zoek is naar balans/evenwicht.
Kun je die begrippen zo makkelijk door elkaar gebruiken, nuance, balans, evenwicht?
Het pleidooi spreekt me aan omdat ik me herken in:
  • het zoeken naar nuance, ook in het gepolitiseerde debat
  • het voorkomen van bipolair denken, waarbij je steeds weer moet kiezen tussen A of B (Koole noemt dit digitaal denken)
Over beide zaken schreef ik al eerder. Hoe helpt Koole me verder in het denken en schrijven hierover?
Koole vertaalt de uitdaging voor de PvdA in het benoemen van een aantal zaken waarin naar evenwicht geziocht moet worden:
  • emancipatie van het individu en solidariteit tussen individuen
  • arbeidersklasse en middenklasse
  • recht op geloofsafval en respect voor geloofsvrijheid
  • oude en nieuwe Nederlanders
  • beginselen uitdragen en verantwoordelijkheid nemen
Ik kan er nog wel wat voorbeelden aan toevoegen, maar dat helpt het denken niet vooruit. Nogmaals, ik ben blij met het pleidooi van Koole. Jammer genoeg blijft hij wel denken in bipolariteit. De opdracht voor de PvdA is volgens hem het creëren van een verbinding tussen beide polen.
Naar mijn gevoel probeer ik een stap verder te gaan. Moeten we wel bipolair blijven denken? Doet het denken in termen van arbeiders- en middenklasse wel recht aan de diversiteit van 2010? Het denken in klassen brengt met zich mee dat er sprake zou zijn van een belangentegenstelling tussen beiden. Het zou er dan om gaan beide belangen voldoende tot hun recht te laten komen. Maar bestaat die tegenstelling nog wel?
Is het juist niet de individuele vrijheid en de solidariteit tussen individuen die niet zonder elkaar kunnen? Zonder solidariteit komt vrijheid in gevaar; zonder vrijheid is er geen ruimte voor solidariteit?
Individuele vrijheid past bij denken in diversiteit. Diversiteit is iets om trots op te zijn. Laten we verschillen waarderen als basis voor solidariteit. Dat betekent ook stoppen met denken in termen van oude en nieuwe Nederlanders. Er zijn 16 miljoen verschillende Nederlanders. En als die zich aan onze afspraken houden dan mogen ze er allemaal zijn!
De opdracht voor de PvdA concetreert zich dan op de vraag wat er nodig is om te zorgen dat ze er ook allemaal kunnen zijn. De slogan ” Iedereen telt mee”  is me daarom ook uit het hart gegrepen. Het betekent de opdracht dat iedereen die niet volledig mee kan doen (en dat wel wil; en daar wel z’n best voor doet) op de PvdA moet kunnen rekenen.
Het mag niet zo zijn dat mensen door de plaats waar, het gezin of de buurt waarin ze geboren worden, bij voorbaat kansloos zijn. De ergste achterstandswijken blijken weinig profijt te hebben van het beleid van de afgelopen jaren. Dat is geen diskwalificatie van het beleid, want anderen (niet de allerergsten) hadden er wel baat bij en die hadden het ook nodig.
Maar we kunnen het er niet bij laten zitten. IEDEREEN telt mee!

Iedereen telt mee … einde aan tweedeling

Het bestrijden van tweedeling zie ik als een continu aanwezige drijfveer in mjn doen en laten. Dat is inmiddels wel wat complexer dan de eenvoudige tweedeling tussen bazen en arbeiders, waar Marx het in de negentiende eeuw nog mee kon redden. De moderne tijd kenmerkt zich (onder andere) door een groeiend aantal (dreigende) tweedelingen. Ik noem er een paar:

  • tweedeling tussen arme en rijke landen
  • tweedeling tussen arme en rijke mensen (in hetzelfde land, dezelfde stad)
  • tweedeling tussen informatierijken en informatie-armen
  • tweedeling tussen afhankelijken en onafhankelijken

Nou, zo nog een paar en het probleem is duidelijk. Juist om iets te doen tegen tweedeling ben ik lid van de PvdA. Daar zitten een mensbeeld en een wereldbeeld achter. “Iedereen telt mee’ is meer dan een leuze waar je verkiezingen mee wint. Het is een opdracht waar je vanuit allerlei invalshoeken, rollen en functies aan moet werken.

De Volkskrant van 27 februari presenteerde een top tien met de meest kindonvriendelijke wijken van Nederland. Twee van die wijken liggen in Leeuwarden. Als je in zo’n wijk geboren wordt loop je een levensgroot risico om “niet mee te doen”. Sociale problematiek, matig onderwijs, slechte arbeidsmarkt, het komt hier allemaal samen. En alle verbeterprogramma’s vand e afgelopen jaren hebben, juist in de meest achtergestelde wijken, niet echt tot verbetering geleid. Blijkbaar is de problematiek hier te hardnekkig.

We kunnen niet accepteren dat kansloosheid een gegeven is. Juist sociaal-democraten moeten met elkaar de keuze maken om bij het bestrijden vand eze uitzichtloosheid de hoogste prioriteit te leggen. En dat mag niet iets zijn wat op het bord van een ander gelegd wordt, welke ander dat ook zou zijn.

Gisteren heb ik in een bijeenkomst van de PvdA Leeuwarden gepleit voor het bundelen van krachten om te komen tot een aanvalsplan waarmee juist de kinderen in deze wijken kansen krijgen. Ik heb de antwoorden niet, maar wel de vragen:

  • Hoe krijgen we het voor elkaar?
  • Wie hebbenwe daarvoor nodig?
  • Hoe krijgen we die mensen bij elkaar?

Ik ga ervoor!


Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën