Archive for the 'verkiezingen' Category

Opstaan, nadenken en doorgaan … reflectie op een (te) verwachte(n) nederlaag

Na de verkiezingsnederlaag van afgelopen week, kwam ik met een aantal mensen in gesprek over oorzaken en aanpak. Dat gesprek is nog niet afgelopen. Maar een van de mails die daarbij in mijn postvak kwam, hielp me om wat gedachten te ordenen. Hieronder de reactie die ik op die mail schreef.

Beste X,

In je mail ga je in op enkele (mogelijke) oorzaken van het verlies van de PvdA, ónze partij, bij de gemeenteraadsverkiezingen afgelopen week.
Je adresseert drie landelijke elementen. Ik benoem ze kort:
Landelijk:
– de samenwerking met de VVD
– een gebrek aan aansprekende politici
– het kabinetsbeleid van de afgelopen 1,5 jaar
Ik hou niet van navelstaren, maar de verkiezingen van afgelopen week eisen dat we nadenken en met elkaar het gesprek aangaan. Dat moeten we vooral met een kop koffie erbij doen terwijl we met elkaar aan tafel zitten. Maar even de boel voor jezelf ordenen kan ook geen kwaad. Jouw mail helpt mij om dat (enigszins) te doen.
Die ordening breng ik aan met behulp van jouw punten.

Samenwerking VVD
Dat onze partij koos voor samenwerking met de VVD was, zeker met het oog op de verkiezingsuitslag, onontkoombaar en wenselijk. Ondanks de grote verschillen moet het mogelijk zijn om met elkaar beleid te ontwikkelen dat effectief is voor het land en herkenbaar voor de achterban van beide partijen.
Het idee om elkaar wat dat betreft wat te gunnen in het regeerakkoord, spreekt mij nog steeds aan. Het is de enige manier om daadwerkelijk beweging te genereren in een compromis. Het alternatief is negatief uitruilen en dat leidt tot stilstand, wel het laatste wat we moeten willen.
Toch zijn er een paar vraagtekens te plaatsen:
– was het draagvlak voor het uiteindelijke akkoord echt groot genoeg binnen de partijen?
– was de kwaliteit van de keuzes in het akkoord wel op orde? was er voldoende draagvlak onder woordvoerders en andere inhoudsdeskundigen van beide partijen?
Gezien de vele aanpassingen en twijfels in de afgelopen 1,5 jaar, zowel intern als extern, was het waarschijnlijk beter geweest om iets meer tijd voor de formatie te nemen. Dat had in grote lijnen niet tot heel ander beleid geleid, maar wel tot een betere uitwerking en meer draagvlak.
Tenslotte is het een misser dat draagvlak bij een meerderheid van de Eerste Kamer niet als relevant gezien is. Het was te verwachten geweest dat partijen, indien zich de mogelijkheid voor zou doen, de Eerste Kamer als politiek instrument van handelen zouden gaan gebruiken in geval het beleid niet naar de zin zou zijn.

Gebrek aan aansprekende politici
Op landelijk niveau heeft onze partij een aantal kanjers. Ik doe er sommigen tekort mee, maar kijk eens naar de waardering voor Lodewijk Asscher, Jeroen Dijsselbloem en, denk eens aan de periode rondom de verkiezingen, ook Diederik Samsom.
Deze mensen zijn echter bezig om het kabinetsbeleid vorm te geven en te verkopen. Van ministers mag je niet anders verachten. De keuze om de politiek leider in de kamer te laten zitten, zou moeten borgen dat het eigen geluid voldoende hoorbaar blijft. Daar is (te) weinig van terecht gekomen. Diederik moest steeds weer het kabinet redden, steeds weer pal staan voor het compromis, in plaats van de eigen lijn. Daarmee ging het imago dat hij tijdens de verkiezingscampagne zorgvuldig en in hoog tempo opbouwde in sneltreinvaart verloren.
De oorzaak daarvoor heb ik hiervoor aangegeven. Die ligt niet in de samenwerking met de VVD op zich, maar in het gebrek aan kwaliteit van en draagvlak voor het regeerakkoord.

Kabinetsbeleid tot nu toe
Jij geeft aan dat het kabinetsbeleid door onze kiezers als negatief ervaren wordt. Ik weet het niet. Wat ik wel zie is dat het beleid heel moeizaam tot stand komt. Er zijn echt een paar successen geboekt binnen de diverse akkoorden die afgelopen jaar gesloten zijn. Tijdens ledenraden en congressen laten bewindslieden niet na om die te benoemen. De oorspronkelijke daverende ovaties zijn daarbij echter langzaam maar zeker een plichtmatig applaus geworden.
We zijn volgens mij ons verhaal kwijtgeraakt tijdens het sluiten van al die akkoorden. Omdat ze zo moeizaam tot stand komen, kan er niet meer kritisch naar gekeken worden. In theorie zet je na zo’n akkoord de volgende stappen:
– wat is mijn verhaal?
– wat komt daarvan terug in het akkoord?
– welke onderdelen van het akkoord passen niet in mijn verhaal?
– hoe ziet dan de balans eruit?
– wat vind ik er dan van?
Die afwegingen zijn ongetwijfeld gemaakt, maar daar heeft het publiek niets van gemerkt. Dat zou de taak van de kamerfractie moeten zijn, maar daar merken we (te) weinig van.

Conclusie
Jouw analyse brengt bij mij bovenstaande reactie teweeg. Als ik die teruglees kom ik tot de conclusie:
– dat we doormoeten met de huidige samenwerking, maar daarin wel de kwaliteit van voorstellen en keuzes moeten verbeteren
– dat de helderheid van ons eigen verhaal weer terug moet komen en dat we duidelijk uit moeten stralen wat daarvan overeind blijft in het beleid
– dat daarvoor een onafhankelijkere opstelling van de kamerfractie, inclusief de politiek leider, nodig is.
En tenslotte hoop ik dat de gesprekken over deze zaken door de hele partij heen op een constructieve manier gevoerd worden. Hierboven staat niet dé waarheid, maar een aantal gedachten. Hopelijk leiden die tot het goede gesprek en daarmee tot stappen voorwaarts “voor partij en vaderland”.

Advies aan de (in)formateurs omtrent de toekomst van het MBO

Het actieplan van minister van Bijsterveldt biedt een goede basis om op door te bouwen. Het spreekt aan in de sector omdat het een hoog ambitieniveau kent en omdat het MBO als stevig alternatief gezien wordt voor de HAVO als opstap naar het HBO.

Het is dan ook verstandig om door te gaan op de ingeslagen weg als het gaat om een van de belangrijkste onderdelen uit het actieplan: intensivering van onderwijs. Dit wordt vertaald in:

  • Meer onderwijstijd per leerjaar, waarbij begeleide onderwijstijd en BPV (lees: stage) afzonderlijk benoemd en gewaardeerd worden.
  • Daar waar mogelijk inkorten van vierjarige opleidingen op niveau vier. Door intensivering moet het lukken om deze opleidingen grotendeels terug te brengen naar drie jaar. Dat maakt ook het “tijdsverlies” dat optreedt t.o.v. een leerroute via de HAVO minder groot. Naar mijn idee zal dit voor het grootste deel van de studenten aan het MBO ook motiverend werken. Te vaak horen we nu nog dat onze studenten zich in de school(banken) zitten te vervelen.

Een valkuil hierbij is de inmiddels vaak genoemde AVO-isering van het beroepsonderwijs. Jongeren kiezen niet voor niets voor een beroepsopleiding. Dat zegt iets over wát zij willen leren, maar ook over hóe zij dat willen doen. Om dat vorm te geven kies ik voor de term “modern beroepsonderwijs”. Dat vindt niet plaats in de “traditionele” setting van het klaslokaal, maar juist voor een belangrijk deel in praktijksituaties. Van belang daarbij is dat er voldoende omvang en kwaliteit van begeleiding gewaarborgd wordt. Dus:

  • Moet er ruimte bestaan voor onderwijs in praktijksituaties dat niet als stage, maar als volwaardig begeleide onderwijstijd geldt.
  • Moet onderwijs met behulp van IT, op adequate manier begeleid, meetellen als onderwijstijd.

Toch zou het goed zijn om op dit moment de ingeslagen weg op een aantal punten aan te passen. Wat mij betreft gaat het dan in elk geval om het volgende:

Hef de dreigende beperking van de verblijfsduur op. Een aantal jongeren, met name uit sociaal zwakkere milieus, blijkt baat te hebben bij de mogelijkheid om (langzaam) op te klimmen. Zij beginnen vaak met een opleiding op een niveau dat lager blijkt dan hun ambitie en potentie. Geef hen de kans door te gaan! Zeker met de huidige oplopende jeugdwerkloosheid is beperking van de verblijfsduur contraproductief. Enkele jaren geleden was Nederland succesvol in het voorkomen van jeugdwerkloosheid door maatregelen uit het actieplan jeugdwerkloosheid. Een belangrijk onderdeel van dat actieplan was het stimuleren van jongeren om langer op school te blijven en uiteindelijk op een hoger niveau uit te stromen naar de arbeidsmarkt. Op die manier werd voorkomen dat zij te snel in de bakken van het UWV terecht zouden komen. Bovendien werden ze, door het bereiken van een hoger niveau,  beter inzetbaar op de arbeidsmarkt.

Zorg voor betaalbaarheid van duurdere opleidingen. Dit geldt met name in de sector techniek. Het is terecht dat gekeken wordt naar manieren om de financiering van  het MBO te vereenvoudigen. Dat kan door het aantal verschillende bekostigingsfactoren, zoals momenteel gehanteerd, te verkleinen. Maar dit dreigt door te schieten als we alles over één kam gaan scheren. Los van directe financiële gevolgen hiervan dreigt het op deze manier zeer onaantrekkelijk te worden om juist de opleidingen die we zo hard nodig hebben in de lucht te houden.

Houd rekening met regionale verschillen. Stimuleer samenwerking/afstemming scholen, bedrijven en overheid juist ín de regio. Daar moet gekeken worden of en hoe opleiding en (toekomstige) arbeidsmarkt bij elkaar passen. Centrale, landelijke regie op dit onderwerp leidt al snel tot maatregelen die in een bepaalde context een averechts effect hebben.

Voorkom té smalle vakopleidingen. Om de algemene vorming én de duurzame inzetbaarheid van de toekomstige werknemers te waarborgen is het van belang dat het MBO een brede basis biedt. In overleg met het regionale bedrijfsleven zou deze basis aangevuld moeten worden met relevante specialisaties. De betaalbaarheid van ons onderwijs wordt bevorderd als die specialisaties aangeboden worden in en/of met het bedrijfsleven. Op die manier wordt zowel de afstemming tussen onderiwjs en arbeidsmarkt bevorderd, als het streven naar een leven lang leren in de lucht gehouden.

PvdA, ook als het om onderwijs gaat

Het kon niet uitblijven: de vraag waarom ik PvdA kies, met het oog op de plannen van die partij voor het onderwijs. Ik probeer er hier iets over te zeggen, met de kanttekening dat ik niet op een partij stem vanwege één onderwerp. Ik ben PvdA-er vanwege de koers, het kompas, zoals Diederik Samsom dat gisteren noemde. En die koers vat ik samen met de woorden solidair, duurzaam, eerlijk, … (lijkt me een helder rijtje dat je altijd aan kunt vullen).

Maar wat wil die PvdA nou met het onderwijs? En zie ik die plannen zitten. Tijdens een feestelijke verkiezingsavond zei Samsom gisteren dat het gaat om drie dingen: “onderwijs, onderwijs en onderwijs”.  Dat klinkt mooi, maar wat betekent dat. Hopelijk gaat de PvdA deze vraag niet verengen tot een financiële kwestie. D’66 schermt met miljarden die in het onderwijs geïnvesteerd worden, maar we weten dat dat op zich niet betekent dat het onderwijs (lees: de leerling./student) er beter van wordt. De SP gaat bezuinigen op onderwijs, maar rechtvaardigt dat met de uitspraak dat het niet ten kosten van leraar en leerling gaat. Die miljard wordt gehaald bij de bestuurders/managers, waar we blijkbaar wel met wat minder kunnen. Ik betwijfel sterk of daar zoveel te halen valt en ga niet meedoen met de retoriek dat het allemaal de schuld is van die “duurbetaalde bovenlaag”, al was het maar omdat ik er zelf deel van uitmaak. Het gros van de leidinggevenden zit volgens mij in het onderwijs met de ambitie om goed onderwijs voor alle leerlingen en studenten mogelijk te maken. Daarvoor wil je een goede werkgever zijn voor de docenten die dat onderwijs verzorgen en je wilt een goede partner zijn voor andere scholen en overige bedrijven/instellingen waar je met die ambitie in het achterhoofd mee samenwerkt.

Terug naar de PvdA. Daar is onderwijs een van de zeven onderwerpen die in het voorjaar een plek innamen in het document waarmee de partij haar koers presenteerde. Samengevat maakt de PvdA de volgende keuzes voor wat betreft onderwijs:

De PvdA investeert in het onderwijs zodat meer tijd van beter opgeleide docenten ten goede komt aan leerlingen die daardoor verder komen in hun ontwikkeling en Nederland sterker maken voor de toekomst.

  • De uniforme norm van 1040 uur gaat van tafel. Er komt ruimte voor maatwerk.
  • Meer inzet op taal- en rekenonderwijs.
  • Meer ruimte en middelen voor initiatieven als de werkschool en Vakscholen.
  • Grenzen stellen aan de omvang van klassen, locaties en besturen.
  • Een sociaal leenstelsel in het Hoger Onderwijs tbv investeringen in het onderwijs.

Ik vul het aan met enkele citaten uit de uitwerking die mij in elk geval aanspreken:

“Veel leerlingen zijn gebaat bij structuur, regelmaat en stevige begeleiding in het onderwijs. Ook hier geldt weer: geen eenvormige oplossingen. Afhankelijk van leeftijd en schooltype moet een kritische evaluatie van de huidige pedagogiek en didactiek worden gemaakt.”

”Het verlagen van onze verwachtingen voor kinderen op basis van hun afkomst is funest voor hun kansen. Daarnaast moeten we zorgen dat de effectiviteit van het ingezette extra onderwijsgeld fors omhoog gaat.”

Verder noem ik enkele punten die me aanspreken in de PvdA-plannen voor onderwijs:

  • Geen marktwerking en daarbij passende concurrentie, maar een verstandige afweging per regio over de vraag wat een gewenst opleidingenaanbod is.
  • Herwaardering van het (middelbaar) beroepsonderwijs, de sector die zorgt voor de opleiding van 60% van de Nederlandse bevolking en daarmee voor de kurk waarop de economie drijft.
  • Een pleidooi voor een verstandige maatvoering als het gaat om schaalgrootte op het niveau van klas, school(locatie) en bestuur. Hierover worden enkele voorzichtige uitspraken gedaan, maar het gaat er vooral om dat we met elkaar die discussie gaan voeren.

 Tenslotte sta ik stil bij twee onderwerpen die, bijvoorbeeld via Twitter, steeds weer boven komen drijven in de discussies over onderwijs(politiek):

  • De positie van docenten
  • De omvang van instellingen

Bij beide zaken lopen we het risico om te simplificeren. Dat eindigt bij volledige autonomie van docenten in kleine scholen. Alsof docenten en kleine scholen persé goed zijn.

 Wat mij betreft zijn de docenten de professionals in een school waar de kwaliteit van de school voor het grootste deel door bepaald wordt. Ook uit onderzoek komt dat steeds weer naar voren: op een goede school lopen goede docenten rond.

Binnen het MBO werken we sinds enige tijd met een professioneel statuut waarin beschreven staat op welke manier docenten in de gelegenheid gesteld worden die professionaliteit in te zetten in het vormgeven van goed onderwijs. Daarin staat ook dat zij daarbij, als team, de nodige autonomie hebben. Wat mij betreft een voorbeeld dat navolging verdient.

Uiteraard plaats ik daar een paar kanttekeningen bij:

  • Het is niet zo dat binnen de scholen leiding en docenten zo sterk tegenover elkaar staan als sommigen beweren. Het lijkt soms alsof binnen die scholen de klassenstrijd weer opnieuw vorm krijgt. Volgens mij gaat het juist om het zoeken van goede vormen van samenwerking waarbij allen binnen de school betrokken zijn op basis van eigen positie en kwaliteiten.
  • Bij professionele ruimte en autonomie hoort ook professionele verantwoording. Dat kan bijvoorbeeld uitgewerkt worden door de instelling van een lerarenregister waarin docenten aantonen dat zij (blijven) voldoen aan de eisen die gesteld worden aan die professionaliteit.
  • Het uitwerken van een professioneel statuut moet wat mij betreft gebeuren op basis van vertrouwen over en weer. Als dat vertrouwen ontbreekt zal het leiden tot allerlei regeltjes en bureaucratie die slechts de indruk wekken dat iedereen voldoet aan verplichtingen.

 Er is al lange tijd veel te doen over de omvang van onderwijsinstellingen. Ik gaf al eerder aan dat het een goede zaak is om die discussie met elkaar te voeren. Kern is daarbij volgens mij dat leerlingen/studenten en docenten zich thuis moeten voelen binnen hun school. Kennen en gekend worden zijn daarbij essentiële zaken. Ik blijf van mening dat dat prima binnen een wat grotere constellatie gerealiseerd kan worden.

Als ik naar mijn eigen (middelgrote) school kijk, zie ik nog enkele voordelen in het hebben van enige omvang als organisatie:

  • Het brede aanbod van opleidingen maakt het mogelijk om soepel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Zo zie je in het MBO een toenemende aandacht voor zaken als:
    • ICT-toepassingen in de zorg
    • Procestechniek in de voedingstechniek

Doordat de ene opleiding deskundigheid kan halen bij een andere opleiding is dit relatief snel om te zetten in modern beroepsonderwijs dat aansluit bij ontwikkelingen in het werkveld.

  • Het lukt ons om op het gebied van (extra) zorg en begeleiding de nodige voorzieningen in te richten en overeind te houden, juist ook doordat we wat groter zijn. Dat biedt ruimte om mensen in staat te stellen zich daarop te specialiseren of om afspraken te maken met instanties die hierop meerwaarde bieden.

Op een aantal onderwerpen is er soms sprake van enige spanning tussen mijn denken en de lijn van de PvdA. En dat hoort ook zo, want de waarheid heeft niemand in pacht. Gelukkig vind ik binnen de partij voldoende plek om over deze zaken van gedachten te wisselen. Dat hoort ook bij mijn keuze: dialoog en (soms) debat!

De onherkenbaarheid van de politiek

Met velen volg ik de ontwikkelingen rondom de kabinetsformatie. Het ziet er naar uit dat we afstevenen op een rechts kabinet. Volgens mij is dat slecht voor het land en met name voor bepaalde groepen in het land. Maar daar gaat dit blog niet over.
Ik wil even stilstaan bij de manier waarop ee in ons land omgaan met kabinetsformaties. Als we de peilingen een beetje serieus nemen zijn de kiezers alleen maar meer op drift geraakt in deze periode na de verkiezingen. Dat kan niet komen door beleid, want dat wordt momenteel niet gemaakt.
Dus ook nu bepalen andere zaken het stemgedrag van mensen. Het lijkt meer te gaan om de manier waarop politieke leiders hun formatiegedrag weten te verkopen dan om inhoudelijke keuzes die gemaakt worden.
Integendeel, standpunten worden ingewisseld en dat is niet meer dan een tussenkopje in de krant waard. Zouden kiezers straks bijvoorbeeld het onderstaande accepteren:
– PVV accepteert verhoging AOW-leeftijd
– CDA accepteert bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking
Willen kiezers zo graag dat hun partij gaat regeren? Zijn zij ook zo machtsgeil als de politici zelf?
Ik ben wel blij dat de PvdA een aantal zaken als onacceptabel heeft benoemd tijdens de paarsplus onderhandelingen. Je moet als partij immers ook op inhoud een akkoord kunnen verkopen.

De leraar als professional?

Zoals ik eerder schreef, ben ik aan het lezen in een boek over onderwijsinnovatie (Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer, redactie Dolf van den Berg).

Zojuist las ik een bijdrage waarin gepleit wordt voor versterking van de beroepsgroep van leraren. Het denken is gebaseerd op het uitgangspunt dat de leraar een professional is, vergelijkbaar met accountants en advocaten. ik heb met alledrie die beroepen te maken en zie een essentieel verschil: als klant/opdrachtgever kan ik vrij makkelijk een andere advocaat of accountant kiezen als ik ontevreden ben. Als vader van een zoon in havo3 heb ik geen keuze: ik moet het doen met de leraren die, om wat voor reden dan ook, ingeroosterd worden voor zijn klas. Dit betekent dat de leraren zich feitelijk niet hoeven te verantwoorden tegenover hun klanten. Een typisch voorbeeld van gedwongen winkelnering.

En daarmee verdwijnt een essentieel kenmerk van professionals naar de achtergrond: kwaliteitsbewustzijn en -verbetering. Ik wil al die goede docenten niet tekort doen, maar laten we ook de ogen niet sluiten voor het feit dat hetgeen zich in klaslokalen afspeelt zeker niet altijd de toets der kritiek kan doorstaan.

Ik sluit af met een citaat uit het genoemde nboek. Hierin staat op een mooie manier omschreven hoe het in scholen zou moeten gaan:

In organisaties is er behoefte aan een heldere verdeling van verantwoordelijkheden tussen bestuur, management en professionals, gebaseerd op een constructieve dialoog tussen genoemde partijen. Op dit moment is de dialoog noch helder, noch constructief en is de verdeling van verantwoordelijklheden binnen scholen vaak niet in balans. Bestuurders en managers van organisaties zijn mijns inziens eerst verantwoordelijk voor het herstel van de kwaliteit van de dialoog en van de balans in verantwoordelijkheden. Voor leraren geldt dat ze de nieuw geboden ruimte dan wel moeten willen invullen en dat wantrouwen, zuurheid en tijdsdruk geen belemmering mogen vormen. Hier geldt wat mij betreft de wijsheid Adel Verplicht: als peofessionals een gezagsvolle positie willen bekleden dan moeten ze geëngageerd zijn en kwaliteit als uitgangspunt kiezen. een belangrijk startpunt is de principiële bereidheid om je te willen verantwoorden over de kwaliteit van je handelen en anderen daarin een rol te gunnen en zonder hen als pottenkijkers te bestempelen.


Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën