Posts Tagged 'bestuur'

Bestuurder laat je zien

“Onderwijsbestuurders gaan gesprek uit de weg” luidde de kop boven een ingezonden artikel in het Parool van afgelopen donderdag (22-10). In het stuk schrijft Rik Seveke, programmamaker onderwijs van De Balie, over zijn activiteiten in dit debetcentrum waar het vaak over onderwijs gaat. Bij die gesprekken zijn velen betrokken als deelnemer en/of toeschouwer. Maar, zo constateert Seveke, “de enigen die zich hieraan onttrekken en daarmee onderwijsontwikkeling belemmeren zijn de bestuurders”. Even verder over diezelfde bestuurders: “Zelden komen zij in de school of in de klas. Door permanent het gesprek met onderwijsprofessionals uit de weg te gaan ontbreekt er een cruciale schakel in de ontwikkeling van onderwijs in Nederland.”
“Als onderwijsbestuurder kom ik bijna dagelijks op scholen en spreek ik veel ouders”, zo luidde een deel van de herkenbare, maar ok voorspelbare reactie in dezelfde krant vandaag. Daarin dient Herbert de Bruijne, CvB-voorzitter in het primair onderwijs, Seveke van repliek. Eerlijk is eerlijk, zo luidde ook mijn eerste, impulsieve reactie. Gewoon omdat het zo is. Als CvB kiezen wij er bewust voor om ruimtes te gebruiken die midden in het onderwijsgebied liggen. Naast onze meest gebruikte overlegruimte zit een gewoon klaslokaal. De gangen waar we doorlopen worden vooral gevuld door studenten en docenten op weg van en naar onderwijsruimten.

Maar wat helpt het als ik tegen de stelling van Seveke inbreng dat hij, wat mij betreft, ongelijk heeft. Moeten we discussie laten gaan over het deel van de onderwijsbestuurders dat wel of niet beantwoordt aan het beeld dat Seveke ons voorspiegelt? Van mij mag de Bruijne o die manier reageren, maar ik doe er niet aan mee. Het heeft namelijk geen enkele zin. Iedereen weet dat er betere en minder goede voorbeelden zijn. Wat dat betreft zijn onderwijsbestuurders net mensen … je hebt ze in vele soorten en maten.

Wat wel telt is dat Seveke ons een beeld voorspiegelt dat we, helaas, maar al te vaak tegenkomen. Dat van (onderwijs)bestuurders in een ivoren toren, ver weg van de plaats waar het echte werk uitgevoerd wordt. Ik kan me in dat beeld niet herkennen, maar het is natuurlijk niet zomaar ontstaan. En zoals altijd, zo’n imago komt te paard, maar gaat te voet. Alleen door gedurende lange tijd, steeds weer herhalend, een andere werkelijkheid neer te zetten, kunnen we hopen dat er een nieuw beeld ontstaat.
En dat moet niet op de eerste plaats gebeuren omdat we als bestuurders last hebben van die negatieve beeldvorming. Het is pure noodzaak omdat het aangaan van het gesprek een belangrijke kern van ons werk is. Daarover iets meer …

Belangrijk deel van je werk als bestuurder is kijken naar de koers die je als instelling op lange termijn wilt volgen. Dat bepaal je niet zomaar. De koers van het onderwijs zal altijd een reactie zijn op datgene wat in de omgeving van scholen gebeurt en de vragen die dat oplevert. De enige manier om dat goed in beeld te krijgen is het tegenovergestelde van de stelling van Seveke. Niet het gesprek uit de weg gaan, maar juist het gesprek gaan voeren.
Begin dit kalenderjaar startten wij op school aan de afronding van een zogenaamde “koersplanperiode”. Een periode van drie jaar die gedekt werd door een koersplan dat we voor die jaren geschreven hadden. Daarin beschreven we wat we zagen als belangrijkste uitdagingen voor die periode en wat we bij het omgaan met die uitdagingen voor elkaar wilden krijgen.
Nou geloven wij niet zou in SMART-doelstellingen waarvan je met behulp van een checklist aan het einde van de reis controleert of ze bereikt zijn. Een koersplan is geen projectplan… het is een reisplan dat weliswaar een richting en ambities definieert, maar tegelijk voortdurend verandert onder invloed van wat zich in de school en in de omgeving van de school afspeelt. De periode van zo’n plan kan op een gegeven moment aflopen, maar daarmee is de reis nog niet beëindigt. Wat we wilden was dus vooral antwoord vinden op de vraag of ons reisdoel nog steeds hetzelfde was en of we in de afgelopen jaren wat dichterbij gekomen waren.
Om daar achter te komen bestaat maar één manier: de vraag stellen! En dat deden we. Bij de verschillende opleidingen werden gesprekken georganiseerd waaraan docenten, studenten en mensen uit het bedrijfsleven deelnamen. En uiteraard deed het CvB mee, graag zelfs! We kozen wel voor een bepaalde rol, die vooral bestond uit luisteren en vragen stellen. We waren namelijk erg nieuwsgierig naar de gesprekken die gevoerd werden. Waren de verschillende groepen het snel met elkaar eens? Of hadden ze juist heel verschillende belevingen van de afgelopen periode? En bestonden er grote verschillen tussen verschillende (groepen van) opleidingen? Of kwamen dezelfde problemen steeds weer terug?

Op grond van wat we hoorden tijdens deze gesprekken, trokken we als CvB voorzichtige eerste conclusies. Om daarmee ook weer het gesprek aan te gaan… hadden we het goed begrepen? Waren dit inderdaad de cruciale kwesties waar we in de komende jaren mee aan de slag moesten gaan? Waren dat ook de zaken waar docenten warm voor liepen? Zou het bedrijfsleven meewerken om hier oplossingen voor te bedenken? Voelden studenten zich geholpen als we deze zaken aan zouden gaan pakken?

Het is een simpel voorbeeld. Ik ben ervan overtuigd dat er zo veel meer te vinden zijn. En ze geven volgens mij de kern van ons werk aan: het gesprek op gang brengen, de juiste zaken ter discussie stellen, luisteren en aan de slag met de reacties en antwoorden. Maar ook: zorgen dat de vensters van de school open blijven staan, zodat we alles doen met het oog op hetgeen zich in de buitenwereld afspeelt.
En om dat te doen moeten we dat gesprek niet alleen in de school voeren, maar juist ook daarbuiten. Ouders, bedrijven, overheden, andere spelers in de omgeving voeden ons om onderwijs mee vorm te geven, om medewerkers te inspireren maar ook te confronteren, om met elkaar te bouwen aan (nog) beter onderwijs dat klaar is voor de toekomst.Bestuurder laat je horen

Gedachten tijdens de terugreis

Op terugweg na bezoek aan Tweede Kamer. Kamercommissie besprak daar actieplan MBO van minister van Onderwijs. Het plan heeft de titel “Focus op vakmanschap”. Ik gaf al in eerder blog een samenvatting en commentaar. Dat hoeft geen tweede keer. Maar wat ik meemaakte blijft wel rondspoken in mijn hoofd, dus daarover probeer ik wat op een rijtje te zetten.

In het algmeen is iedereen, ook de sector zelf, wel te porren voor de ambities die in het plan verwoord worden. In het kort gaat het dan om verhoging van de kwaliteit, verbetering van de organisatie en realiseren van meer doelmatigheid (beetje kort door de bocht, maar voor nu voldoende). Mij lijken dit ook goede en terechte ambities:
1. Teveel studenten op ROC’s zijn ontevreden en hebben daar reden toe. Het onderwijs moet spannender, veeleisender, duidelijker. Daar wordt al hard aan gewerkt, maar logisch dat dat nog eens benadrukt wordt.
2. Er gaat in onze organisaties nog te veel mis. Op Twitter lees ik hoe studenten zich vervelen, veel tijd kwijt zijn aan uitzoeken hoe het zit qua rooster en planning, geconfronteerd worden met lesuitval, etcetera.
3. De huidige inrichting van ROC-land betekent dat te veel overheidsgeld beter besteed had kunnen (en dus moeten) worden. Vrij kleine opleidingen worden soms op meerdere plaatsen in een stad aangeboden, nieuwe opleidingen worden soms te makkelijk gestart. Uiteindelijk komt het er hierbij op neer dat concurrentieoverwegingen nog te vaak een te grote rol spelen. Gelukkig nemen we langzamerhand afscheid van het idee dat concurrentie altijd een positief effect heeft op ons onderwijsaanbod.

Mijn commentaar op de voorstellen heb ik dus al gegeven. Hier gaat het me om de teneur van de reactie van de politieke partijen. Die zou ik als volgt samenvatten:
1. Iedereen onderschrijft belang van goed MBO.
2. Velen zien dat het de goede kant opgaat.
3. Sommigen vrezen dat het nooit goed komt.
4. Enkelen wijten dat simplistisch aan grote instellingen en slechte bestuurders

Het wantrouwen tegen bestuurders zit bij enkele partijen inmiddels behoorlijk in de genen. Het lijkt wel onmogelijk dat mensen deze rol nog op zich nemen om een bijdrage aan goed onderwijs voor onze jongeren te leveren. Terwijl ik ze bijna dagelijks spreek, de bevlogen mensen die het echt doen voor die jongeren. En je komt ze op alle lagen tegen: bestuur, management, docenten, overige medewerkers.

Gaat het nou helpen als we alles dicht proberen te regelen? Of alle macht weer centraliseren naar het ministerie? Volgens mij niet dus. Heldere afspraken, kristalheldere resultaten definieren, stevig verantwoorden, ingrijpen als het mis gaat, allemaal zaken die met de huidige wetgeving mogelijk zijn. Ga dan gebruiken wat er is in plaats van bedenken wat erbij zou kunnen! Alsof meer altijd beter is!

Als de sector van het MBO zich achter de ambities van het ministerie stelt, zou je toch ruimte moeten bieden om die ambities waar te maken? Als de sector dat dan graag wil doen in samenwerking met het bedrijfsleven, dan ga je toch juichend overeind komen? Als beroepsonderwijs en bedrijfsleven dat willen doen in afstemming met de regionale situatie op de arbeidsmarkt, dan wordt het applaus toch oorverdovend?
Nee hoor, de minister moet het doen. Een oekaze uit Den Haag werkt beter. Bestuurders denken enkel en alleen aan eigenbelang. Als je uitwassen blijft zien als representanten van de gewone gang van zaken, dan blijf je inderdaad zo denken. Maar mag ik van onze volksvertegenwoordigers niet iets meer nuance en diepgang verwachten?


Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën