Posts Tagged 'diploma'

Diploma’s, niet de sleutel maar het slot

In het laatste nummer van Socialisme & Democratie pleit Marijke Linthorst voor een forse investering in het beroepsonderwijs. Ze heeft het daarbij overigens met name over het vmbo. Die gewenste investering bestaat uit twee elementen:
• Moderne inrichting van en apparatuur in de gebouwen
• Extra ruimte voor ondersteuning van leerlingen, naast de cognitieve begeleiding die scholen al bieden
Het zijn pleidooien waar weinig tegen in te brengen is. Het vmbo is al te lang en te vaak de vergeten restpost in ons onderwijs. En daarmee bevestig je de beleving dat een gang naar het vmbo geen keuze maar een noodzaak is. “Je gaat niet naar het vmbo omdat je iets goed kunt, maar omdat je ‘niet goed genoeg’ bent voor havo of vwo”, aldus Linthorst. Herkenbaar voor iedereen die bij het onderwijs betrokken is.
Waarom dan deze reactie? Het is onwaarschijnlijk dat dat slechts gaat om het ondersteunen van het pleidooi dat hier gehouden wordt. Dat klopt. Hoe goed bedoeld ook, het artikel van Linthorst slaat qua analyse op een aantal punten de plank mis. En dat leidt tot oplossingen die mijns inziens onvoldoende ingaan op de fundamentele problematiek waar ons onderwijs mee worstelt. Dus daar probeer ik hier een steentje aan bij te dragen.

Waar gaat het mis bij Marijke? Op enkele punten doet zij uitspraken die leiden tot een verkeerd beeld van de huidige situatie. Daarmee voorkomen zij echte oplossingen.
1. In het artikel worden theoretisch onderwijs en een hoger niveau op een hoop gegooid. Zo wordt er makkelijk gesproken over “zo hoog mogelijk theoretisch onderwijs”. De tweedeling tussen theoretisch en praktisch onderwijs staat daarmee gelijk aan een indeling in twee niveaus.
2. Het mbo krijgt het adjectief “theoretisch”. Dat wordt nergens onderbouwd en mag volgens mij niet waar zijn.
3. Over de middenschool wordt gezegd dat “alle leerlingen tot hun vijftiende hetzelfde onderwijs zouden krijgen”. Dat is volgens mij nooit de bedoeling geweest.
4. Op meerdere plaatsen wordt gewezen op overschatting van leerlingen als het gaat om hun zelfstandigheid. Zij zouden “regisseur moeten zijn van (zijn) eigen leerproces”. En even later: “er wordt van leerlingen een veel grotere zelfstandigheid verwacht dan zij feitelijk aankunnen”. Alhoewel dit in de praktijk allebei het geval kan zijn, is dit niet wat we met ontwikkelingen in het onderwijs (moeten) beogen. Het gaat er om dat leerlingen zich wel in deze richting ontwikkelen, maar dat doen we niet door ze zonder meer in het diepe te gooien. De rol van leerkrachten is daarbij cruciaal en meer dan “deze moet geen kennis meer overdragen, maar zich opstellen als coach, …”.

Wat is er dan wél aan de hand?
Hierboven blijkt al wel dat er veel fundamentelere problemen spelen dan de materiële voorzieningen in het vmbo en de omvang van de ondersteuning. Ons onderwijs is van een behoorlijk niveau, maar niet in staat om antwoorden te formuleren die passen bij de huidige omgeving. Daarvoor zijn een paar oorzaken aan te wijzen:
• Het selectieve karakter van ons onderwijs, gestuurd door de overgangsmomenten tussen schoolsectoren waarop steeds weer stevige keuzes gemaakt moeten worden.
• Het systeem van toetsen en diplomeren wat steeds leidt tot keuzes voor datgene waar iemand het minst goed in is. De onderkant van iemands potentieel is bepalend voor de keuzemogelijkheden. De bovenkant en het groeipotentieel zijn niet van doorslaggevend belang.
• Verschillende leerstijlen worden zeer verschillend gewaardeerd en te makkelijk vertaald in verschillende niveaus van leren. Een praktische leerstijl krijgt daarbij al snel het etiket van een lager niveau dan een meer theoretische leerstijl. Hieraan gekoppeld is de overwaardering van theoretische, cognitieve vaardigheden terwijl we weten dat praktische en niet-cognitieve vaardigheden minstens zo belangrijk zijn voor een succesvolle (levens)loopbaan.

En wat moeten we dan doen?
Er moet en kan natuurlijk een hoop gebeuren om zaken te veranderen en verbeteren. De vraag is of we een ingreep kunnen bedenken die een échte verandering teweeg kan brengen, een omslag in ons hele systeem van leren en opleiden.
In mijn zoektocht naar zo’n ingreep kwam ik op het volgende:
LATEN WE DE DIPLOMA’S AFSCHAFFEN

Diploma’s zijn de symbolen van de gescheiden scholen in het vo. Zij verbeelden het onderscheid tussen sectoren van mbo, hbo en wo. Maar bovenal: zij zorgen dat we altijd bezig zijn met waar we niet zo goed in zijn. Het is immers belangrijker om van een 4 een 5 te maken dan van een 7 een 8 te maken.
Als we afscheid nemen van diploma’s kan iedereen zich op alle terreinen ontwikkelen tot het hoogst haalbare niveau. En kan daar ook op gewaardeerd worden! Die waardering kan blijken uit een portfolio, al dan niet (deels) gevuld met (erkende) certificaten per onderdeel/vak(gebied). Door- en opstromen kan gestuurd worden door heldere eisen t.a.v. niveaus voor verschillende relevante onderdelen. Er kan per vervolgopleiding gekeken worden naar die onderdelen die echt van belang zijn om succesvol te studeren (en later aan het werk te gaan).
De leerling die (op onderdelen) een hoger niveau aan kan, kan dat realiseren zonder van school te veranderen. In tegenstelling tot de invulling die Linthorst geeft aan de middenschool kunnen leerlingen dan wel langer op dezelfde school zitten, maar ze krijgen beslist niet hetzelfde onderwijs. Een losser systeem met iets van modulering en certificering biedt ruimte om maatwerkafspraken te maken met betrekking tot doorstroom naar hoger onderwijs en instroom op de arbeidsmarkt.
Voor jongeren betekent dit meer duidelijkheid omtrent de vraag wat nog van hen gevraagd wordt om bepaalde ambities te realiseren. Werkgevers kunnen op die manier duidelijk maken wat ze qua instapniveau van belang vinden voor nieuwe werknemers.
Maar ook een leven lang leren wordt hiermee een geïntegreerd onderdeel van het opleidingssysteem. Je weet immers wat op diverse plekken gevraagd wordt en dus ook wat jij nog moet doen om jezelf daarvoor te kwalificeren.
Een laatste voordeel hierbij …. We weten allemaal dat de omgeving tegenwoordig sneller verandert dan we gewend zijn. Dat betekent ook iets voor opleidingen. Een gedifferentieerd systeem van losse, maar wel samenhangende, onderdelen kan veel sneller reageren op die veranderingen. Daarmee kunnen we afscheid nemen van het logge systeem van vastgeroeste opleidingen en daarbijbehorende eisen.

Als je niet alles kunt wat je wilt, …. (over onhaalbare eisen en oplossingen)

Afbeelding

Het MBO heeft in de wet een drievoudige opdracht meegekregen:

  • opleiden voor een beroep (vakopleiding)
  • toerusten voor de maatschappij (burgerschap)
  • voorbereiden op een leven lang leren (leerhouding)

Twee van de drie doelen die ik hier benoem lijken me niet exclusief voor het MBO. Het hele onderwijs zou leerlingen en studenten moeten toerusten voor actieve participatie in de maatschappij. En een leven lang leren is ook niet voorbehouden aan MBO-studenten.

Als MBO-instelling hebben we overigens nog een andere “dubbele”opdracht. Naast het toeleiden naar de arbeidsmarkt (vakopleiding) leiden we ongeveer 50% van onze niveau 4 studenten op voor een vervolgopleiding aan het HBO (vooropleiding).

Bij het combineren van al deze verschillende doelstellingen ervaar ik momenteel enkele problemen. En ik denk over een oplossing daarvoor. Dit laatste ter geruststelling. Dit blog gaat niet over een probleem, maar over een mogelijke oplossing!

Het hele onderwijs wordt momenteel gevraagd om na te denken over een aanpak die moet leiden tot een betere beheersing van de basisvakken, zoals we die momenteel zien: Nederlandse taal, rekenen (en Engels). Dat lijkt me terecht. Als onderdeel van de algemene ontwikkeling die moet leiden tot een invulling van burgerschap en tot een actieve leerhouding zijn dit onmisbare vaardigheden.

Het lijkt inmiddels ook niet meer echt ter discussie te staan dat het niveau op deze gebieden in de afgelopen jaren te zeer omlaag gegaan is. Ik accepteer dat standpunt nu, zonder dat ik echt weet of het waar is. Overigens denk ik wel dat er ook de nodige kennis en vaardigheden in de plaats gekomen is voor deze niveauverlaging.

Het terugbrengen van kennis en vaardigheden om het gewenste niveau is een kwestie van lange adem en moet op jonge leeftijd beginnen. Dat neemt niet weg dat we, om een verloren generatie te voorkomen, breed in moeten zetten om “te redden wat er te redden valt”.

Het is dan ook terecht dat het MBO de opdracht krijgt om fors in te zetten op deze vakken. De vraag is echter of het reëel is om de gevraagde resultaten daadwerkelijk te verwachten. Onlangs hoorde ik weer dat 60% van de instromende MBO-studenten bij binnenkomst een rekenniveau bleek te hebben dat onder het eindniveau basisschool ligt. Hoe verwacht men dat dit vervolgens in 2-4 jaar hersteld kan worden?

De inspanningen van primair en voortgezet onderwijs leiden binnen enkele jaren hopelijk tot een verhoging van het beginniveau in het MBO. Maar de vraag is nu wat we in de tussenperiode doen.

Nogmaals: op de eerste plaats werken we ook in het MBO met man en macht aan een verhoging van het niveau op de drie genoemde gebieden. Docenten worden daartoe geprofessionaliseerd en in het rooster wordt er tijd voor vrijgemaakt. Wat we verder ook doen om zaken aan te passen en/of op te lossen … deze inspanning moet blijvend geleverd worden!

De exameneisen zoals die nu echter voor het MBO geformuleerd zijn, lijken mij, ondanks alle inspanningen, onhaalbaar. Als we niets doen, betekent dat de komende jaren een forse verhoging van de ongediplomeerde uitstroom of een forse verlaging van het uitstroomniveau.

Dat betekent een forse aderlating op het gebied van die andere doelstelling van het MBO: het bieden van een vakopleiding. Het valt niet te ontkennen dat beheersing van (alledrie) deze basisvaardigheden niet voor alle MBO-studenten even relevant is, als je kijkt wat ze nodig hebben voor hun toekomstig beroep. Ook werkgevers bevestigen dit. ZIj pleiten steeds weer voor meer aandacht in de opleiding voor de vakvaardigheden. Dit mag van hen best ten koste van Nederlands, rekenen en Engels gaan. Uiteraard moeten we hier wel onderscheid maken met beroepen waarvoor deze vakken (ook) tot de beroepsvaardigheden horen.

Voor degenen die doorstromen naar het HBO is dat natuurlijk heel anders. Daar zien we dat een goede beheersing van deze vakken van groot belang is als het gaat om de kans op succes. Het loslaten van de gestelde eisen leidt wellicht direct tot een verdere verlaging van de succeskansen van MBO-studenten op het HBO.

Wat te doen?

Zoals gezegd hoop ik dat we hier met een tijdelijk probleem te maken hebben. De structurele aandacht voor deze vakken vanaf jonge leeftijd in combinatie met de eisen die gesteld worden in het kader van diplomering zouden binnen een aantal jaren tot een niveauverhoging moeten leiden.

In de tussenliggende periode pleit ik voor een dubbel systeem van diplomering in het MBO. Dat betekent dat voor opleidingen twee soorten diploma’s uitgereikt gaan worden: diploma’s met en zonder doorstroomrecht.

Kort gezegd: wie door wil studeren op een hoger MBO-niveau of een HBO-instelling moet op de gebieden Nederlands, rekenen en Engels voldoen aan de exameneisen zoals deze momenteel gesteld zijn. Wie daar niet aan kan voldoen, maar wel beschikt over alle kennis, vaardigheden en overige eisen die de arbeidsmarkt stelt, kan een diploma ontvangen zónder doorstroomrecht.

Voor de korte termijn voorkomen we daarmee een aantal problemen:

  • een tekort aan werknemers doordat te weinig MBO-studenten aan de diploma-eisen kunnen voldoen, terwijl zij wel in staat zijn om het desbetreffende beroep adequaat uit te oefenen
  • een verlaging van de motivatie van studenten, omdat zij het behalen van een diploma ervaren als een hopeloze missie, want er worden onhaalbare eisen gesteld op terreinen die voor uitoefening van het gewenste beroep niet noodzakelijk zijn
  • een verhoging van het succes van MBO-studenten op het HBO omdat hun instroomniveau beter aansluit bij eisen en verwachtingen van die sector

Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën