Posts Tagged 'economie'

Het mbo heeft het weer gedaan…

Twee weken geleden las ik in het Financieel Dagblad een opiniestuk van Barbara Baarsma onder de spannende titel “Instellingen en studenten in het mbo moeten arbeidsmarkt serieuzer nemen” (zie https://fd.nl/opinie/1215672/instellingen-en-studenten-in-het-mbo-moeten-arbeidsmarkt-serieuzer-nemen )

Blijkbaar doet het mbo het (weer) niet goed genoeg, dus maar eens kijken wat we van professor Baarsma kunnen leren…

Op de eerste plaats kent zij mbo-instellingen een belangrijke rol toe bij het omgaan met de snel veranderende arbeidsmarkt. Maar helaas “Nu doen zij dat onvoldoende. Het opleidingsaanbod van mbo-instellingen is niet responsief genoeg”.

Het gaat dus om het aanbod dat onvoldoende inspeelt op wat het bedrijfsleven vraagt. Deze stelling onderbouwt Baarsma met de constatering dat er “opvallend veel opleidingen (zijn) met de kwalificatie geringe of matige baankans”. Het gaat daarbij om de baankansen, zoals deze periodiek gepubliceerd worden door de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.

Dit zou beter worden, aldus Baarsma, via twee ingrepen:

  • Grootschaliger invoeren van numerus fixus bij beroepsopleidingen
  • Financiële prikkels in de bekostiging van opleidingen

Het is duidelijk dat Baarsma inzet op vergroting van de responsiviteit door in te grijpen in het aanbod aan opleidingen. Opleidingen met een lage baankans zouden minder studenten op gaan nemen dankzij een numerus fixus. Het aanbieden van die opleidingen wordt ook onaantrekkelijk als ze minder goed bekostigd worden dan opleidingen die die baankans wel bieden. Van bestuurders verwacht ze blijkbaar dat ze als een boekhouder gaan zitten rekenen welk opleidingsaanbod financieel het meest gunstig is om in de markt te zetten. Volgens mij is dat juist de mentaliteit die we bij het besturen van publieke instellingen minder willen zien…

Ook bij het via een numerus fixus dwingen van aspirant-studenten tot andere keuzes plaats ik grote vraagtekens. Ik zie de techniekopleidingen al volstromen met jongens en meiden die eigenlijk hun heil wilden zoeken in de zakelijke dienstverlening. Of (erger nog…) in iets met kunst en cultuur. De uitvalpercentages zullen beslist oplopen, docenten lopen tegen een muur van gebrek aan motivatie, studenten voelen zich niet thuis in de opleiding en op hun stageplek vraagt men zich af “wat er nou weer van dat mbo afkomt”.

Naar mijn idee moeten we het vergroten van de responsiviteit maar voor een zeer beperkt deel zoeken in de vraag welke opleidingen we wel of niet aanbieden. Responsiviteit moet een kenmerk van de opleidingen zelf worden. Daarin moet men meebewegen met wat de bedrijven vragen aan nieuwe kennis en vaardigheden. Als je dat doet kunnen we jongeren voldoende keuzes blijven bieden waarmee zij aan kunnen sluiten bij hun interesse en passie. Dan zijn zij ook in de gelegenheid om die interesse te vertalen in gedrag en leerhouding waarmee zij hun kansen op die snel veranderende arbeidsmarkt zo groot mogelijk maken.

Dat kan door als opleiding intensief samen te werken met bedrijven in de omgeving, door studenten daadwerkelijk te laten ervaren wat er op de werkvloer aan het veranderen is, en door docenten op diezelfde werkvloer aan het werk te zetten met hun studenten. Op die manier zijn de veranderingen een “gewoon” onderdeel van de dagelijkse werkelijkheid. Alleen zo leren bedrijven, docenten en studenten daarmee omgaan.

Naast deze kritiek op het aanbod aan opleidingen legt Baarsma de bal overigens en-passant ook bij docenten (verouderde kennis, onvoldoende geprikkeld tot omscholing) en studenten (informeren zich slecht over werkkansen en kiezen alleen wat leuk is).

Stellingen die volstrekt niet onderbouwd worden in het artikel. Waarom dit in het mbo allemaal beroerder zou zijn dan in andere onderwijssectoren wordt al helemaal niet besproken.

Voor de duidelijkheid: de responsiviteit van het beroepsonderwijs is een belangrijk thema als het gaat om de toekomst van die sector. Dat kan en moet beter, daar doe ik niets aan af. Helaas helpt de opinie van Barbara Baarsma ons daarbij niet verder. Denken over financiële prikkels leidt juist af van het zoeken naar echte verbeteringen: inhoudelijke modernisering van het onderwijs in verbinding met de praktijk van bedrijven en aansluitend bij de passie van studenten.

Een nota van en voor miljoenen

Iets eerder dan gepland lag afgelopen week de miljoenennota op straat. Wat een heerlijke verrassing! Zowel journalisten als politici moesten plotseling aan de bak en werden daarmee gedwongen om hun vakmanschap te tonen. Geen voorbereide verhalen, antwoorden tijdens het lezen, vragen bedenken over wat je nog niet begrijpt. Ik vond het prachtig, dus wat mij betreft mag die miljoenennota vaker op een onverwacht moment verschijnen.

De boodschap van de miljoenennota is geen fijne. Iedereen krijgt last van de crisis, die voorlopig nog niet voorbij lijkt te zijn. Het beleid doet me sterk denken aan een presentatie die ik afgelopen week zag op TED. Daarop sprak Tim Harford over de meest succesvolle manier om innovaties te realiseren: “trial and error”: http://www.ted.com/talks/tim_harford.html?awesm=on.ted.com_9ecC

De kern van zijn boodschap probeer ik samen te vatten in enkele uitspraken:

  • De wereld is te complex om daadwerkelijk te begrijpen
  • In veel situaties spelen mensen de hoofdrol die pretenderen deze complexiteit wél te begrijpen
  • De enige manier om die pretentie waar te maken is door de complexiteit te ontkennen en een simplistische voorstelling te maken van de werkelijkheid
  • Alleen vanuit dat simplisme kunnen voorstellen gedaan worden in de verwachting dat ze de problemen zeker op zullen lossen
  • Erkenning van de complexiteit betekent dat oplossingen alleen via trial and error onderzocht en uitgeprobeerd kunnen worden

Hoe heerlijk zou het zijn als Mark Rutte de koningin dinsdag laat zeggen “We weten het niet!. We doen ons uiterste best en hebben ook wel wat ideeën om uit dit dal te komen, maar of onze voorstellen gaan werken … daar durven we onze handen niet voor in het vuur te steken!”

Kansen en uitdagingen voor het bedreigde ROC

Ik las vanochtend de nieuwe editie van de Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning (2010-2011).  Daarin kom je verschillende uitspraken tegen die ROC’s zich ter harte zouden moeten nemen om te overleven in deze tijd van bedreigeingen. Hieronder heb ik er een aantal op een rijtje gezet:

  • Uitspraken over toekomstige ontwikkelingen zijn met grotere onzekerheiden omgeven dan we gewend waren.
  • De bandbreedte tussen de meest gunstige en de meest ongunstige vooruitzichten voor 2015 is behoorlijk groot.
  • De overheid trekt zich terug. Maatschappelijke organisaties zoals ROC’s, woningbouwcorporaties en zorginstellingen zullen vaker het voortouw (moeten) nemen bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven en activiteiten.
  • Oplossingsrichtingen zitten in het bevorderen van mobiliteit van de groep ouderen (45+) op de arbeidsmarkt. Denk daarbij aan scholing en aan het oplossen van institutionele blokkades om scholing voor deze groep in te zetten.
  • De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt kan flexibeler gemaakt worden, met behulp van een onderwijsmodel waarin leerlingen breed beginnen en later specialiseren. De oplossing ligt in nieuwe, flexibele vormen van samenwerking tussen het MBO en het bedrijfsleven. De school kan nog meer het bedrijfsleven in.
  • ROC’s moeten meer maatwerk leveren, via verschillende instapmomenten en nieuwe vormen van publiek-private samenwerking en werkgeverschap. Al met al is er behoefte aan meer flexibiliteit bij de ROC’s.
  • Vanuit de techniek/zorg wordt op de langere termijn (ook of juist in krimpgebieden) een toenemende vraag naar arbeid verwacht. Dit is vooral vervangingsvraag. Hier ligt een belangrijke taak voor de ROC’s. Deze pakken het nog onvoldoende op.

Nou, de handschoen ligt er. Waarom zouden we hem niet oppakken?

Op zoek naar begrip …

Als de uitslag van de verkiezingen aanstaande woensdag lijkt op de huidige peilingen, begrijp ik het niet. De kranten staan vol met peilingen en analyses. Misschien kunnen die me helpen om te begrijpen waarom het is, zoals het is.

Maar … als je het leest wordt het onbegrip alleen maar groter, samen met de hopeloosheid. Ga ik het ooit begrijpen?

Laten we eens aannemen dat de economische situatie bepalend is voor een groot deel van het debat en ook voor het stemgedrag van veel landgenoten. Dan zou je hopen dat het duidelijk is wat de beste remedie is voor de huidige situatie. MIS! De Harvard-econoom Alesina pleit, volgens de Volkskrant van 5 juni, voor forse bezuinigingen als remedie om de economie weer gezond te krijgen. Lijkt me iemand die er verstand van heeft. Maar dan …! “Nobelprijswinnar Krugman zegt: open die kraan, stimuleren.” En gaat daarmee recht tegen de eerder genoemde Alesina in. Hoe kunnen we van de gemiddelde burger verwachten dat hij een verstandige keuze maakt, als dit soort deskundigen elkaar zo tegenspreken? Waarom mag ik, als relatieve leek, niet vertrouwen op degenen die “ervoor doorgeleerd hebben”?

Deze onduidelijkheid kan hoogstens een verklaring zijn voor de grote mate van versplintering van het politieke landschap die ons wellicht te wachten staat. Als hulp bij het kiezen lijken elkaar tegensprekende deskundigen me van weinig waarde.

Ook eenvoudig eigenbelang lijkt geen verklaring voor stemgedrag. De dalende koopkracht ten gevolge van het VVD-programma weerhoudt grote groepen er niet van om over te stappen op die partij. Daaronder ook forse groepen onder de laagstbetaalden, die bij enkele andere partijen toch echt beter af zijn.

Volgende ankerpunt: de doorberekeningen van het CPB. Die zouden de kiezer toch kunnen helpen bij een rationele afweging om tot een keuze te komen. Eenvoudig voorbeeld: de bestrijding van files. Het lijkt me niet dat er groepen bestaan die liever hebben dat de files in hun huidige omvang blijven bestaan. Dus moet de grootste filebestrijder daar toch enigszins de vruchten van kunnen plukken. Maar partijen die volgens het CPB die titel verdienen, leverende laatste weken vooral zetels in. De meesten lijken te denken dat de bestrijding van files het beste in handen is bij de VVD, in tegenstelling tot het CPB-geluid.

Tot nu toe lijkt stemgedrag meer gebaseerd op geloof en (al dan niet blind) vertrouwen, dan op afwegingen en ratio. Daarbij spelen waarschijunlijk enkele stevige overtuigingen een doorslaggevende rol:

  • De economie is bij de VVD per definitie in betere handen.
  • De PvdA is per definitie bezig met het betuttelen en afhankelijk houden van mensen.

Tja, valt daar tegen te vechten? Vechten tegen imago’s lijkt veel op Don Quichotte en zijn windmolens. Toch kan het denken over deze verschijnselen helpen bij het bepalen van een al dan niet vernieuwde koers van een partij. Ik kom daar op terug naar aanleiding van een titel uit de Volkskrant:

“De verzorgingsstaat als vangnet of als trampoline, dat is de vraag.”

Heroverwegingen mbo gewogen

We zullen de tering naar de nering moeten zetten. Maar wel op een verstandige manier. Het lijkt dan ook goed als veel betrokkenen eens kijken naar de resultaten  van de commissies heroverwegingen. Niet om ze naar de prullenbak te verwijzen , maar om ze op haalbaarheid en wenselijkheid te beoordelen.
Volgens mij moeten we niet bezuinigen op het MBO. Dat neemt niet weg dat we, zeker in de huidige financiële krapte, goed moeten kijken of we middelen vrij kunnen maken om te besteden aan verdere kwaliteitsverbetering. Hieronder per maatregel mijn eerste reacties.
1. Samenvoegen Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven
Lijkt in eerste instantie haalbaar. Past in streven naar vereenvoudiging kwalificatiestructuur.
ROC’s zorgen nu al vaak zelf voor stageplaatsen.
2. Verminderen aantal opleidingen
Lijkt goede optie.
Betreft vermindering van het aantal BOL-opleidingen door verbreding van het programma. Specialisering gebeurt in latere leerjaren (uitstroomdifferentiaties), dan wel middels BBL-opleiding.
Overheid bepaalt maximaal aantal opleidingen en uitstroomdifferentiaties.
Vermindering kwalificatiedossiers zorgt voor vereenvoudiging organisatie en vermindering (administratieve) lastendruk.
Van belang is om breder opleiden af te stemmen met branches.
3. Verbeteren transparantie middelbaar beroepsonderwijs
Deze maatregel is niet relevant als het gaat om het realiseren van bezuinigingen/ombuigingen.
Enkele aanvullende opmerkingen:
・ In principe is meer transparantie een wenselijke ontwikkeling
・ Het behoort bij het publieke karakter van het MBO dat verantwoording wordt afgelegd over bereikte resultaten.
・ Het verbreden van resultaatdenken van rendement naar leerwinst past bij de steeds groter wordende diversiteit van doelgroepen en aanbod van ROC’s.
・ De vraag is of centrale examens het gewenste middel daartoe zijn. Het versterkt de trend om meer en meer vakken in het MBO te gaan beschouwen zoals in het VO gebeurt. De verbinding van theoretische vakken (in het rapport wordt economie genoemd) en het beroep waarvoor opgeleid wordt, zal gaan ontbreken.
・ Het is de vraag of meer openheid over resultaten daadwerkelijk zal leiden tot “stemmen met de voeten”. Voor veel opleidingen is in de nabije omgeving geen alternatief. Dat kan op twee manieren wellicht versterkt worden:
・ bredere opleidingen zijn eerder betaalbaar aan te bieden
・ een OV-jaarkaart voor MBO-cursisten vergroot hun mobiliteit
4. Afschaffen drempelloze toegang mbo-2
Deze maatregel is niet relevant als het gaat om het realiseren van bezuinigingen/ombuigingen.
Voorstel gaat er vanuit dat voor instroom in mbo-2 aan een van de volgende voorwaarden voldaan moet worden:
・ vo-diploma
・ mbo-1 diploma
・ overgangsbewijs havo 3 naar havo 4
・ toelatingsonderzoek niveau 2
Voor wie niet aan een van deze toelatingsvoorwaarden voldoet, is mbo-1 beschikbaar.
Hiermee lijken bepaalde problemen binnen mbo-2 te verminderen.
Mbo-1 krijgt twee doelstellingen: doorstroom naar mbo-2 en toeleiding naar arbeidsmarkt. Afrekenen lijkt echter alleen te gebeuren op de tweede doelstelling: toeleiding naar arbeidsmarkt. Dit staat op gespannen voet met het feit dat daarmee geen startkwalificatie behaald wordt (en er dus sprake zal zijn van een zwakke positie op de arbeidsmarkt).
In de afwegingen wordt hiernaast aangegeven dat diverse doelgroepen binnen mbo-2 niet langer bij elkaar in de klas zullen zitten. Dat lijkt maar de vraag, gezien bovenstaande schets van vier wegen die naar instroom in mbo-2 leiden.
5. Aparte Vsv-gelden via een prestatiebox integreren in de bekostiging
Dit betreft een pure bezuiniging op wat in het algemeen gezien wordt als een van de prioriteiten waar in het onderwijs aan gewerkt moet worden. Bezuinigingen zullen de tot nu toe bereikte resultaten weer teniet doen, mede gezien het feit dat met het afnemen van het aantal vsv-ers scholen steeds dichter bij de harde kern komen waarvoor meer inspanning nodig zal zijn om het schoolverlaten succesvol te bestrijden.
Toekenning van de middelen aan reguliere bekostiging met nadere afspraken omtrent verrantwoording is m.i. geen probleem en kan leiden tot vermindering adfminsitratieve lasten.
6. Tegengaan studievertraging in het mbo
Bij deze maatregel worden scholen bekostigd voor een totale opleiding. Dit zou het aantrekkelijk moeten maken om opleidingen te bekorten. Daar moeten we echter niet naar streven. Het is namelijk in tegenspraak met het streven naar verhoging van niveau en kwaliteit van het mbo. En dat moet prioriteit hebben.
In het rapport staan enkele overige risico’s al aangegeven: afstroom, selectie aan de poort. Daar komt nog bij dat het aantekkelijk kan worden om makkelijker diploma’s af te geven.
Verder wordt aangegeven dat de maatregel zal samengaan met extra uitvoeringslasten. Als deze niet tot verhoging van het macro-budget mogen leiden, zullen deze middelen ten koste gaan van beschikbare middelen voor het primaire proces.
7. Vmbo-bl en mbo-2 tot startkwalificatie in 5 jaar (VM2)
Vooraf even de opmerking dat deze maatregel pas in 2018 een, vrij beperkt, financieel effect heeft.
Bij deze maatregel halen jongeren geen vmbo-diploma. Daarmee lijkt de maatregel in tegenspraak met de maatregel waarmee drempelloze instroom in mbo-2 beëindigd wordt. Wat gebeurt er met een leerling die uit het traject stapt? Die heeft geen instroomrechten meer. Daarmee wordt een zware keuze voorgelegd op zeer jeugdige leeftijd, terwijl we steeds beter weten dat keuzeprocessen dan bij de meeste jongeren juist nog niet afgerond zijn.
Hoe wordt deze maatregel afgestemd op het idee van bredere opleidingen?
Besluitvorming omtrent deze maatregel zou niet eerder plaats moeten vinden dan na beëindiging van de lopende VM2-experimenten.
De vraag is ook hier in hoeverre verkorting van de opleidingsduur nagestreefd moet worden in plaats van verhoging van (uitstroom)niveau en kwaliteit.
8. Mbo niveau 3 en 4 opleidingen intensiveren en verkorten
Maatregel lijkt ongewenst omdat het leidt tot verschraling van de opleidingsprogramma’s. Hoe kan dit gecombineerd worden met toenemende vraag om meer algemeen vormende elementen in programma’s op te nemen (llb, nederlands, engels, rekenen/wiskunde)? Hoe kan dit gecombineerd worden met verhoging van de kwaliteit van het onderwijs. Dat vraagt wel om intensiveren, maar niet om verkorten.
Mogelijke tijdswinst door samenwerking vmbo-mbo-hbo kan wel een optie zijn, maar is van een andere orde.
Er zijn inderdaad signalen dat intesivering mogelijk en zelfs wenselijk is. Maar de vraag is of met deze maatregel niet het verkeerde effect bereikt wordt.
9. Invoeren leeftijdsgrens mbo
Maatregel lijkt in strijd met streven naar leven lang leren.
Vergelijking publiek – privaat kan niet alleen op dit element gemaakt worden, maar moet dan breder gebeuren (arbeidsvoorwaarden, verantwoordingsverplichtingen, bekostigingsvoorwaarden, …).
Het tegengaan van oneigenlijk gebruik van publieke bekostiging moet gebeuren, maar niet via deze maatregel. Dat zou betekenen dat “goeden onder slechten lijden”. Daarnaast is oneigenlijk gebruik niet per definitie gebonden aan leeftijd van deelnemers.

Herstelalfabet

In beschouwingen over de economische crisis worden diverse scenario’s vaak aangeduid met een letter uit het alfabet. Een korte uitleg:
– V-vormig: het herstel gaat even snel als het inzakken
– W-vormig: na enig herstel een nieuwe terugval en daarna pas krachtig herstel
– U-vormig: een meerjarige kwakkelperiode en daarna pas herstel
– L-vormig: een langjarige recessie
Misschien bestaan er nog meer, maar hier kan ik wel even mee vooruit.
De vraag waar ik hier bij stil wil staan is of we hiermee ook de situatie van onze school kunnen duiden. We hebben een aantal jaren achter de rug waarin het, als we naar een aantal koude cijfers kijken, niet voor de wind ging. Het aantal cursisten nam af en daarmee de opbrengsten. Tegelijk stonden we in de belangstelling vanwege kritiek op onderwijskwaliteit en rendement.
Inmiddels lijkt het herstel ingezet. Cursistenaantallen groeien, met name vanwege een stijgend rendement en een vermindering van het voortijdig schoolverlaten. Dat leidt vervolgens tot een groei van de opbrengsten, maar hopelijk ook tot een verdere verbetering van ons imago bij externe stakeholders.
Belangrijk is dat je kiest voor een beleid dat past bij de wijze waarop het herstel zich ontwikkelt. Dat is moeilijk te voorspellen. Dat vraagt dus om een voortdurend in beeld hebben van relevante ontwikkelingen zodat je daarop in kunt blijven spelen.Verbetering van de activiteiten in het kader van planning en control en frequente, heldere managementrapportages moeten ons daar de komende tijd toe in staat stellen. Alleen dan kunnen we inspelen op mee- en tegenvallers.
Voor het herstel zoals zich dat nu lijkt af te tekenen kan ik moeilijk een letter vinden. Het zit tussen de V en de L in, waarbij ik een korte terugval niet uit wil sluiten. En dat alles na een forse terugval in de jaren 2006-2008.
We zullen hoe dan ook tijd nodig hebben om er uit te komen. Die tijd moeten we onszelf en elkaar gunnen. We moeten ervoor zorgen dat onze omgeving ons die tijd gunt. En we moeten ons niet in slaap laten sussen: verslappen betekent terugvallen en daarvoor ontbreekt het aan reserves.
En in die tijd moeten we balanceren tussen ruimte voor verdere kwaliteitsverbetering en strengheid voor verbetering van onze financiële positie.


Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën