Posts Tagged 'educatie'

Voor tweede keer stoten aan dezelfde steen? Geloof in marktwerking onderwijs blijft bestaan

Op 29 januari nam ik deel aan een rondetafelgesprek van de kamercommissie van OCW. Onderwerp was de ontwikkelingen rondom volwasseneneducatie. Een onderwerp waar verkeerde dingen gebeuren terwijl veel te weinig mensen zich er druk om maken. Hier mijn tekst:
Bijdrage Ronde Tafel Gesprek Volwasseneducatie (29-1-2014)

Problemen/uitdagingen
In de afgelopen jaren is de focus van VE steeds scherper geworden. Daarmee is ook veel verloren gegaan aan opleidingen en cursussen die zich in de volle breedte richtten op het optimaliseren van participatiemogelijkheden van desbetreffende doelgroepen.
In de afgelopen jaren was sprake van een forse terugloop van beschikbare middelen. OP macroniveau van 350M naar 50M; op de instelling waar ik werk van ongeveer 5,7M naar 1,5M (VAVO isnin beide bedragen niet meegenomen!).
De beperkte middelen noodzaakten tot het maken van keuzes en daarmee tot het aanscherpen van de focus. Nu is die focus met name gericht op het thema “laaggeletterdheid”.

Aanpak laaggeletterdheid
Wij hechten grote waarde aan de professionaliteit van de uitvoering als we spreken over laaggeletterdheid. Het gaat hier om een vak dat niet eenvoudig overgenomen kan worden door vrijwilligers, ook niet nadat zij een beperkte mate van scholing ontvangen hebben. Misschien moeten we die bijzondere term “educatie” wel heroverwegen. Daarmee wordt voortdurend een onderscheid gemaakt met al het overige “onderwijs”. Maar dit is gewoon een vorm van onderwijs, zoals voortgezet, hoger, universitair …
Let wel, we spreken hier niet (meer) over het aanleren van dagelijkse taalvaardigheden, zoals we dat begin jaren tachtig kenden bij het lesgeven aan zogenaamde Nieuwe Nederlanders. Als vrijwilliger kun je iemand prima het verschil tussen een tafel en een stoel aanleren. Maar het taalniveau waarop iemand in Nederland volwaardig kan participeren gaat over andere dingen. Over abstracte begrippen, over juiste toepassing van grammaticale regels, over semantische nuances, over het adequaat omgaan met een steeds verder gedigitaliseerde (taal)omgeving.
Het is niet voor niets dat in het onderwijs zoveel aandacht aan taal- en rekenniveau besteed wordt. Voor volwaardige kansen op participatie, en zeker voor een reële kans op werk, worden op dit vlak forse eisen gesteld. Dat kan slechts waargemaakt worden als ook de begeleiding aan hoge professionele eisen voldoet.
Op de basisschool krijgen jongeren acht jaar de tijd om zich, onder professionele begeleiding, deze vaardigheden eigen te maken. Volwassenen krijgen minder tijd en ook aan de kwaliteit van de begeleiding dreigt geknabbeld te worden,
Onze afdeling voor volwasseneneducatie heeft in de afgelopen jaren, samen met gemeenten, gewerkt aan de ontwikkeling van een stevige infrastructuur. Daarbij werden lessen gegeven op plaatsen die zich zo dicht mogelijk bij de doelgroep bevonden. Daarbij ging het niet per definitie om schoolgebouwen, maar in principe om locaties die door de doelgroep als laagdrempelig beschouwd worden. Denk aan buurthuizen, verenigingsgebouwen, bibliotheken, basisscholen, etc.
Met name op het platteland dreigt de verlaging van het beschikbare budget te leiden tot een afbraak van deze dringend gewenste fijnmazige infrastructuur.

Effecten bekostiging
Al eerder wees ik op de forse terugloop van het beschikbare budget voor volwasseneneducatie. Het is niet meer dan logisch dat het aanbod daardoor verschraalt. Wij zijn blij met het gegeven dat in elk geval de VAVO-middelen zijn veiliggesteld voor de komende periode. Daarmee kan deze voorziening, die een belangrijke rol speelt in het toeleiden naar een hoger kwalificatieniveau van bepaalde groepen, in stand blijven.
Het resterende, beperkte budget voor educatie blijft nu bij de gemeente. Zijn zijn vrij in het kiezen van de uitvoerder. Daarmee komt het budget op de vrije markt, vergelijkbaar aan de ontwikkelingen rondom inburgeringsmiddelen in de periode rond 2007-2008. Blijkbaar hebben we daar weinig van geleerd. Naast het mogelijke principiële standpunt dat een dergelijke publieke voorziening niet onderhevig moet worden aan de vrije marktwerking, hebben we ook gezien dat deze beweging een nadelig effect heeft op de kwaliteit en het voorzieningenniveau.
Veel tijd (en geld!) gaat zitten in omslachtige aanbestedingsprocedures. Veel gemeenten dachten goedkoper uit te zijn, maar bleken een kat in de zak gekocht te hebben. Naast publieke instellingen en kwalitatief hoogwaardige private opleiders, vonden ook de zogenaamde “vrije jongens” deze doelgroep. Met personeel dat gebukt ging onder zeer matige arbeidsvoorwaarden konden zij trajecten aanbieden waar, zeker met de onderwijs-cao, niet tegen te concurreren viel.
Het gefaseerd toebrengen van de middelen naar de vrije markt is voor scholen een welkome maatregel. Zowel met het oog op zorgvuldig omgaan met personeel als op het inspelen op de nieuwe situatie biedt dit meer mogelijkheden. Het blijft echter een uitsmeren van de pijn. De pijn wordt er in totaal nauwelijks minder van.
De beperkte middelen die gemeenten krijgen betekenen ook, zeker in combinatie met andere bezuinigingsopdrachten die zij moeten realiseren, dat kansen voor jongeren en ouderen die niet als vanzelf mee kunnen in het scholingssysteem dat we in Nederland kennen, steeds kleiner worden. Scholen komen steeds meer buiten spel te staan als het deze groep betreft. Gemeenten hebben steeds minder middelen beschikbaar om alternatieven te ontwikkelen en te financieren waarmee deze doelgroepen alsnog de draad van “leven en leren” op kunnen pakken.

“Waar voor je geld” of “Kat in de zak”? … over marktwerking in het onderwijs

In de tweede helft van het vorige decennium werd besloten om het verzorgen van inburgeringscursussen over te dragen van de gedwongen winkelnering bij bekostigd volwassenenonderwijs naar de vrije markt.
Ondanks de desastreuze gevolgen die dat had, lijken er geen lessen geleerd te zijn nu de minister ook educatie-activiteiten rondom Nederlands (al dan niet als tweede taal) en rekenen vrij wil geven aan de markt. Dit voornemen maakte zij 16 mei jl. bekend in een brief aan de Tweede Kamer.

Wat is de huidige situatie?
Gemeenten krijgen jaarlijks middelen t.b.v. de educatie van hun inwoners. Het gaat daarbij om onderwerpen als basisvaardigheden, taal, rekenen en Nederlands als tweede taal.
Gemeenten zijn verplicht om deze middelen te besteden bij een ROC, maar zij zijn vrij in de keuze van een ROC voor zover deze activiteiten in het aanbod van dat ROC zitten. De praktijk is dat gemeenten, voor zover mij bekend, nagenoeg altijd besteden bij het ROC in de regio. Het voordeel van deze (zij het beperkte) gedwongen winkelnering is dat er een historie van samenwerking kon ontstaan. Er is sprake van wederzijdse afhankelijkheid, die partijen dwingt om met elkaar een partnerschap te ontwikkelen dat leidt tot optimale kwaliteit.

En nu?
In haar brief kondigt de minister aan deze vorm van verplichte winkelnering los te laten. Passend bij de trend van decentralisatie houden gemeenten wel het budget, maar zij zijn vanaf 1-1-2015 vrij om te bepalen waar besteding plaatsvindt.
Klinkt logisch. Zo heb je een maximale kans op “waar voor je geld”. Maar de geschiedenis leert ons andere lessen. In plaats van “waar voor je geld” koop je op deze manier waarschijnlijk een “kat in de zak”.

Wat is het probleem?
Marktwerking is niet altijd een verstandige strategie. Zeker in de publieke sector is het zaak er voorzichtig mee om te gaan. Waarom geldt dat ook hier?
Divers onderzoek heeft uitgewezen dat de kwaliteit van het onderwijs niet toenam ten gevolge van marktwerking. Dat is te verklaren. Bij de aanbesteding van educatie-activiteiten ging het al snel niet meer om de kwaliteit, maar om de kosten. Gemeenten wilden, al dan niet gedwongen door openbare aanbestedingstrajecten, “voor een dubbeltje op de eerste rang zitten”.
Daar kwam bij dat de druk op het gemeentelijk apparaat fors toenam ten gevolge van de aanbesteding van onderwijs. Veel gemeenten kregen het niet voor elkaar, waardoor het aantal deelnemers fors achterbleef bij de verwachtingen.
Verder is er bij marktwerking in het onderwijs geen sprake van een “level playing field”. Door hun gebondenheid aan bekostigingsvoorwaarden en CAO-afspraken, zijn ROC’s niet in staat tot een gelijke concurrentie met andere aanbieders. Opgebouwde expertise ging daardoor verloren en de rechtspositie van docenten kwam onder druk te staan.

Conclusie
De minister lijkt hier niet te willen leren van het verleden. Zij toont daarmee aan geen ezel te zijn … die stoot zich immers geen twee keer aan dezelfde steen.


Mijn laatste tweets

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Archief

Categorieën