Posts Tagged 'Friesland College'

Keep the dream alive

Ooit bezocht ik enkele Community Colleges in Birmingham. Samen met Nederlandse collega’s bekeek ik hoe daar aan alle leden van de gemeenschap opleidingen en cursussen gegeven werden. Ik zag hoe met die omgeving bekeken werd aan welk aanbod behoefte bestond, vanuit de mensen én vanuit bedrijven en instellingen.
Dat beeld heeft me nooit losgelaten en was voor mij een drijfveer om bij een ROC te gaan werken. Daar bestaat immers de ruimte om dit beeld ook hier te realiseren.
Als ik naar ons ROC kijk, vind ik dat we een aantal aspecten van deze “droom” aardig benaderen:

  • We gaan ervoor om goed aanbod voor ALLE doelgroepen te ontwikkelen.
  • We gaan ervoor om een intense samenwerking te ontwikkelen met de omgeving: gemeenten, bedrijven, instellingen

Tegelijk erken ik dat er nog veel moet gebeuren:

  • Onze organisatie verbetert, maar daar zijn we nog niet klaar mee.
  • Ons rendement gaat omhoog, maar onze ambitie van 85% is nog een hele weg.
  • We hebben veel tevreden cursisten en medewerkers, maar het moeten er nog meer worden.
  • We krijgen niet giga veel klachten, maar iedere klacht is er één te veel
  • … zo kan ik nog even doorgaan

Reden genoeg, zou je zeggen, voor al die kritiek die de afgelopen periode steeds weer over ROC’s wordt heengestort. Reden genoeg dus ook om de schouders er heel stevig onder te zetten, om te luisteren naar cursisten, medewerkers, omgeving, zodat we met elkaar doorgaan met beter worden.

Maar, in plaats van met elkaar bedenken hoe het beter kan, wordt er steeds meer gedacht hoe het minder kan. De breedte van ROC’s dreigt vervangen te worden door de smalheid van vakcolleges, werkscholen, bedrijfsopleidingen, etcetera. Een goed voorbeeld van “met het kind het badwater weggooien” als je bedenkt dat:

  • Wij op de laagste niveaus in veel opleidingen inmiddels resultaten van zo’n 70% halen en deze stijgen nog steeds.
  • Wij, in overleg met andere MBO-aanbieders, inmiddels een succesvolle reboundvoorziening voor MBO-deelnemers draaien.
  • Het VSV-percentage, zoals in een convenant afgesproken, sinds drie jaar jaarlijks zo’n 10% (of meer) daalt.
  • Jongeren die van opleiding willen veranderen inmiddels op het moment dat het past steeds beter begeleid de overstap kunnen maken, zonder naar een geheel andere instelling te hoeven.
  • Jongeren die (nog) niet goed weten wat ze willen, toch hun opleiding kunnen starten en oriëntatie en opleiding prima kunnen combineren.

Zoals gezegd, er is nog veel te verbeteren, maar toch … laten we onze ogen niet sluiten voor wat bereikt is

Vechten tegen de bierkaai?

Afgelopen week bezocht ik een ouderavond van de vierde klas van een vmbo-school. Gewoon, omdat een van mijn kinderen daar zit. Even een bloemlezing van wat ik daar hoorde, zowel van personeel van de school, als van ouders:

  • een derde van de MBO-scholen is slecht
  • op het ROC is het een chaos
  • waarom is het zo moeilijk om naar de HAVO te gaan? Dat is toch beter voor een kind.
  • de havo biedt meer structuur en bescherming

Ik ga het niet nuanceren en ook niet weerleggen. Natuurlijk moet er veel beter in het MBO dan nu het geval is. Maar kunnen we alstublieft eens op onderzoek uitgaan?

Wij gaan komend jaar ongeveer 25%  van onze MBO-cursisten ondervragen. Dat onderzoek wordt uitgevoerd door cursisten, in samenwerknig met HBO-studenten. We willen weten wat ze van de school vinden. We willen onvrede aanpakken en daadwerkelijke verbeteringen realiseren. Daarvoor zijn cursisten een belangrijke informatiebron, naast medewerkers en het bedrijfsleven in onze omgeving.

Als er onvrede bestaat die we niet weg kunnen nemen, trekken we daaruit duidelijke consequenties. Onvoldoende kwaliteit mag niet voortbestaan. We hebben geen inspectie nodig om dat te verordonneren.

Intussen is er de afgelopen jaren sprake van een forse afname van het voortijdig schoolverlaten. Ons rendement stijgt jaarlijks. Beiden moeten de komende jaren verder verbeteren, voordat we de vlag uitsteken.

Maar mogen we alstublieft binnenkort rekenen op iets eerlijker vergelijkingsmateriaal. Wijs ons op fouten, maar merk ook het goede op.

Vakcolleges: toch geen oude wijn in nieuwe zakken?

In Heerenveen zijn we bezig om een vakcollege techniek te ontwikkelen. Toen ik daarover vandaag iets op Twitter zette, kreeg ik gelijk een waarschuwing. Rondom het Vakcollege heersen nogal wat sentimenten die lijken op terugverlangen naar de oude ambachtsschool/LTS. Dat leidde via Twitter tot het advies “bezint eer gij …”.
Verstandig advies natuurlijk. Altijd eerst goed nadenken, voordat je aan iets nieuws begint. Bovendien herken ik het sentiment en het risico dat het Vakcollege geen verbetering maar een restauratie van beroepsonderwijs inhoudt.
Toch moeten we iets met het (v)mbo, zeker voor bepaalde groepen jongeren. Met name in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo gaat het niet lekker: weinig leerlingen en een moeizame leerroute die te vaak tot ongekwalificeerde uitval leidt.
Als we daar via het Vakcollege iets aan kunnen doen, moeten we dat natuurlijk niet laten. Het lijkt me zeker mogelijk om bepaalde leerlingen beter gemotiveerd te houden door een meer praktische aanpak van het onderwijs en aandacht voor beroepsvorming die dichter bij de interesse van de leerlingen ligt.
Maar het moet dus geen terugtocht naar de ambachtsschool worden. Een succesvolle invoering van de formule van het Vakcollege vraagt volgens mij om een aantal voorwaarden:

  • vanaf het begin intensieve samenwerking tussen vmbo, mbo en bedrijfsleven
  • een brede opleiding, waarin veel aandacht voor oriëntatie bestaat
  • modern onderwijs met gebruik van moderne media en passend bij nieuwe inzichten over leren, didactiek, hersenwerking, etc.
  • leerkrachten die niet alleen gaan voor hun eigen vak, maar voor een brede invulling van het leergebied techniek

De leider besproken …

Onder redactie van Dolf van den Berg verscheen onlangs een nieuw boek over onderwijsinnovatie: “Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer”. Ik ontdekte het via een recensie. Die had ook een fijne titel: “Onderwijsbestuurders maken er een potje van”.
Na lezing van de eerste bijdrage blijft bij mij het beeld hangen dat het, zoals de titel van de recensie al doet vermoeden, de bestuurders, managers en beleidsmakers zijn die er van langs krijgen. Wellicht zelfs (tenminste voor een deel) terecht: er is de afgelopen jaren teveel niet goed gegaan.
Tegelijk lees ik hoe de autonome docent, zijn  capaciteiten, motivatie en intenties boven alle twijfel verheven zijn. Ik heb al eerder aangegeven dit beeld te simpel te vinden.
Toch staan er natuurlijk ook behartenswaardige zaken in. Zo kwam ik in diezelfde eerste bijdrage (verder ben ik nog niet) een overzicht tegen dat me erg aanspreekt. Het overzicht geeft kenmerken van schoolleiders die als voorspeller gelden voor de effectiviteit van het schoolteam. Vanaf het eerste memoment van lezen vind ik ze, alhoewel niet hemelbestormend, inspirerend. Ik geef ze hier dan ook onverkort weer:
  1. Leiders in deze school tonen respect voor interactie met hun leerlingen.
  2. Leiders in deze school zijn bereid hun eigen werkwijzen te veranderen in het licht van de  nieuwe voorstellen.
  3. Leiders in deze school tonen probleemoplossende werkwijzen die ik voor mijn werk goed kan gebruiken.
  4. Leiders in deze school creëren een klimaat en sfeer van zorg voor elkaar en onderling vertrouwen.
  5. Leiders in deze school hebben succes en resultaat binnen ons beroep hoog in het vaandel staan.
  6. Leiders in deze school zijn zich goed bewust van mijn unieke behoeften en deskundigheid.
  7. Leiders in deze school zorgen voor morele ondersteuning doordat ik me gewaardeerd voel voor mijn bijdrage.
  8. Leiders in deze school stimuleren mij na te denken over wat ik voor mijn leerlingen moet doen.
  9. Leiders in deze school moedigen mij aan om mijn eigen doelen voor professioneel leren te volgen.
  10. Leiders in deze school moedigen ons aan om onze werkwijzen te evalueren en deze zo nodig te verfijnen.
  11. Leiders in deze school moedigen  mij aan om nieuwe werkwijzen uit te proberen in overeenstemming met mijn eigen interesses.
  12. Leiders in deze school hebben hoge verwachtingen van ons als professionals.

Toch ontbreekt hier ook iets. Twee zaken worden in dit overzicht (en wellicht in de hele discussie over onderwijsmanagers en -bestuurders)  onderbelicht:

  • Deze kenmerken kunnen zeker leiden tot een effectief team. Ze zullen ook leiden tot tevreden docenten. In ons ROC zijn we niet tevreden met tevreden docenten alleen. Wij zoeken tevredenheid in de driehoek: cursisten – bedrijven – medewerkers. En dat is lastiger want niet altijd stroken deze drie met elkaar. Een goede bestuurder weet met die spanning om te gaan.
  • Daarnaast ontbreekt in dit overzicht volgens mij de externe dimensie van verantwoording waar we in de nederlandse scholen bij voortduring mee te maken hebben. De criteria waarmee die verantwoording geschiedt stroken ook niet altijd met het bovenstaande. Terwijl dit overzicht sterk gebaseerd lijkt op trust en support van medewerkers, zien we bij de verticale verantwoording een hang naar control, vaak gebaseerd op wantrouwen jegens de school en haar medewerkers (docenten, management én bestuurders).

De wijk als leerbedrijf

In de Leeuwarder Courant van zaterdag 27 maart stond een artikel over de situatie in de Leeuwarder wijk Wielenpolle. Voor de Liwwarders een bekender begrip dan voor mij.
Toch ken ik de naam van de wijk al even. Enkele weken geleden stond in Volkskrant of Trouw een artikel over de meest kindonvriendelijke wijken in Nederland. Daar stonden twee wijken uit Leeuwarden in de top tien. Naast Wielenpolle gaat het dan om de Schepenbuurt.
Tijdens een bijeenkomst een tijd geleden werd ik gevraagd of ik mee wilde denken over de vraag of onze school, het Friesland College, iets zou kunnen betekenen bij het bestrijden van de achterstand waarmee kinderen uit die wijk geboren en getogen worden. Omdat ik sowieso het laten voortbestaan van dit soort ongelijkheid niet te verteren vind, zei ik “ja”.
Afgelopen week heb ik daarover een gesprek gehad bij de verantwoordelijke wethouder van de gemeente Leeuwarden. Tijdens dat gesprek heb ik aangegeven met een aantal mensen binnen de school te gaan bespreken of we iets kunnen bedenken. Alhoewel het precieze natuurlijk nog bedacht moet worden, vormen zich in mijn hoofd de eerste ideeën:

  • Kunnen we iets met de jongeren uit de wijk die bij ons op school zitten? Kunnen we hen extra begeleiding bieden? Leeuwarden kent een mentorpgrogramma waar wellicht mensen aan meedoen die juist voor deze jongeren van betekenis kunnen zijn. Hoe gaat het eigenlijk met deze jongeren bij ons op school, ook in vergelijking met anderen?
  • Kunnen we de wijk “adopteren” als een soort leerbedrijf? Onderwijsassistenten in de basisschool van de wijk? Opknappen van woningen en andere voorzieningen i.s.m. de woningbouwvereniging? Iets rondom wijkzorg/-verpleging? (ICT-)cursussen voor volwassenen? Creatieve workshops onder of na schooltijd? Bewegingsactiviteiten in de wijk?
    Het lijkt mij een geweldige uitdaging om op deze manier als school van betekenis te zijn voor onze omgeving. En een kans om cursisten een bijzondere leerervaring te bieden. Natuurlijk zitten er veel haken en ogen aan.

Natuurlijk kunnen we dit niet allemaal zomaar even. Natuurlijk kan het zijn dat we ergens extra middelen voor nodig hebben. Allemaal open eindjes.
Maar toch … durven we zo´n uitdaging aan? Over twee weken praat ik weer met de wethouder. Intussen hoop ik zoveel mogleijk collega’s warm te krijgen voor het idee.

Eigen vlees keuren

“Friesland College stopt met zwakke opleidingen” zo luidde de kop op de voorpagina van de Leeuwarder Courant vandaag.
Het artikel was voornamelijk gebaseerd op een interview met Liesbeth Vos die aangaf dat we zelf het heft in handen willen nemen. We willen als school zelf kritisch kijken naar onze opleidingen. ZIjn ze goed? Kunnen we ze verbeteren? Of zijn we alleen maar bezig om iedere keer net goed genoeg te zijn voor de inspectie?
Ik ben er blij mee dat we deze weg inslaan. Te vaak hopen we alleen maar dat anderen ons goed genoeg vinden en gaan we met dichtgeknepen billen naar het bezoek van de inspectie toe. Laten we dat omdraaien. Laten we zorgen dat we voor onszelf de overtuiging hebben dat wat we doen de toets der kritiek kan doorstaan.
Om dat voor elkaar te krijgen moeten we wel met elkaar afspreken wat we onder een minimum kwaliteitsniveau verstaan. In de afgelopen periode zijn we daarom aan de slag gegaan om te komen tot een definitie van de ondergrens waar een unit aan moet voldoen.
In ieder geval betekent dat dat cursisten, bedrijven en betrokken scholen tevreden moeten zijn. Momenteel zijn we met name bezig met de vraag waar we naar moeten kijken vanuit het perspectief van de cursisten.
Die moeten tenminste weten wat ze wanneer voor wie moeten doen. Kortom, helderheid over het programma en de gestelde eisen. We willen een format ontwikkelen voor een studiegids die moet zorgen dat we dit voor elkaar kunnen krijgen. Maar, een format is snel ontwikkeld. De grote vraag is of we de ambitie van kwalitatief goed onderwijs met elkaar kunnen delen.
Gaan we het met elkaar aan om alles op alles te zetten om kwaliteit te leveren? Durven we met elkaar ook de consequenties te accepteren als we het bij een opleiding niet voor elkaar krijgen? Daadwerkelijk tot de conclusie komen dat het niet lukt om de kwlaiteit op een acceptabel niveau te krijgen zal niet vaak het geval zijn. Bij veel van de huidige, door de inspectie zwak genoemde, opleidingen zien we dat er sprake is van stevige verbtering.
Zo werken we aan een Friesland College dat vol trots de deur openzet voor de buitenwereld die ons bezoekt. Eén voorwaarde daarvoor heb ik nog niet genoemd en daar sluit ik mee af. We krijgen dit alleen voor elkaar als we elkaar aanspreken als we vraagtekens plaatsen bij elkaars kwaliteit?
Wat mij betreft gaat het hier om een enorme uitdaging, maar ook om een inspirerende manier om naar ons onderwijs te kijken.
Ik ben zo nieuwsgierig naar reacties.

trots en bescheiden

Bjzondere belevenissen de afgelopen dagen.
Afgelopen vrijdag in en rond Amuse een culinaire manifestatie onder de titel Waddengoud.
Gisterochtend was ik bij de millenniummarkt in Heerenveen. Het Friesland College presenteerde zich daar als millenniumschool. Op de markt waren leerbedrijven en projecten van onze school rijk vertegenwoordigd.
En ’s middags bezocht ik in de Blokhuispoort de mbo manifestatie Xperience MBO, bedoeld om deze sector in een positief daglicht te stellen. Sommigen vonden het qua aantallen bezoekers tegenvallen. Ik vond het op de meeste plaatsen gezellig druk.

En al die dingen brengen me tot de titel van deze blog: trots en bescheiden.
Trots op al die mooie dingen, waarvoor ook veel erkenning bestaat. Zo ontvingen we veel complimenten afgelopen vrijdag, wat terugkwam in de berichten over Waddengoud in de Leeuwarder Courant. Van de gemeente Heerenveen ontvingen we de Sinnestriel, een jaarlijkse prijs die uitgereikt wordt aan organisaties die werk maken van zaken als duurzaamheid en internationale samenwerking.
Maar vooral trots door de gesprekken die ik voerde met een aantal cursisten en docenten. De betekenis van internationale projecten dringt pas echt door als je praat met de mensen die er actief in zijn. De ontwikkeling die cursisten doormaken dankzij hun betrokkenheid bij een leerbedrijf is geweldig om over te horen. Glimmende oogjes bij cursisten en docenten, daar kun je niet genoeg van krijgen.

En tegelijk wil ik graag bescheiden blijven. Bescheiden omdat er nog een wereld te winnen valt op en rond dit soort zaken. Sommige zaken kunnen we volgens mij veel beter benutten. Laten we gebeurtenissen als Waddengoud en Millenniummarkt ook gaan gebruiken om als organisatie nog steviger op de kaart te komen. Laten we breed kijken naar mogelijkheden om relaties te betrekken en om zoveel mogelijk mensen van verschillende units in te zetten. Breed denken dus als antwoord op bescheidenheid.
Ook bescheiden omdat een thema als internationalisering, al aangekondigd in het koersplan, nog een forse weg te gaan heeft als we streven naar echte profilering op dit thema. Gelukkig is de benoeming van een coördinator op gang gekomen. Hopelijk liedt dat op korte termijn tot versteviging van onze acties, zodat ze minder afhankelijk worden van het enthousiasme van enkelen.
En tenslotte blijf ik bescheiden omdat we ons wel kunnen manifesteren in de Blokhuispoort, maar ook onder ogen moeten blijven zien dat we moeten blijven werken aan de kwlaiteit van ons onderwijs. Voor wie het nog niet gelezen heeft: uit een onderzoek komt naar voren dat 60% van MBO-cursisten zich met enige regelmaat verveelt op school. Dat mogen we als sector niet laten gebeuren. Dat moet iedere medewerker zichzelf ookaantrekken. Niet als persoonlijk falen, maar wel als individuele én teamopdracht: zorgen dat iedere cursist moe van het leren en enthousaist over het leren naar huis gaat aan het einde van de dag. Dan heb je iets om jezelf voor op de borst te slaan.


Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën