Posts Tagged 'onderwijs-arbeidsmarkt'

De arbeidsmarkt … misschien meer markt dan je denkt

Een collega vroeg me om even mee te denken ter voorbereiding op een presentatie. Hier het resultaat … veel vragen … wie heeft antwoorden?

Als ik je goed begrijp komt de vraag neer op het volgende:
– Werk een casus uit rondom de volgende vraagstelling: “vind de arbeidsmarkt en vertaal leerdoelen”
– Daarbij gaat het om een verkenning van factoren die groei en innovatie tegengaan
– Het moet uitmonden in drie werkvragen, gericht op (ik citeer:) “tegen welke problemen loopt u aan binnen het onderwijs en waarom houden deze problemen innovatie of groei tegen?”

Een eerste brainstorm roept onderstaande vragen en gedachten bij me op:
– Wie moet de arbeidsmarkt vinden (school, gemeente/overheid, student)
– Welke leerdoelen? Wiens leerdoelen? Waartoe leert de student?
– Kun je spreken van DE arbeidsmarkt? is duidelijk wat DE arbeidsmarkt wil?
– Een markt is een plaats waar vraag en aanbod bij elkaar komen. Is de arbeidsmarkt te vergelijken met een zaterdagmarkt, waar veel verschillende soorten vraag en aanbod elkaar proberen te vinden? Of is het een automarkt, met een vooraf redelijk bekend aanbod en dus ook een meer omschreven doelgroep?
– Op een markt zijn vraag en aanbod actief op zoek naar elkaar. Denk maar aan de marktkoopman die zijn waar luidkeels aanprijst voor de zoekende klant. Op de markt koopt een klant, juist door dat aanprijzen, wel eens iets waarvoor hij niet de deur uitging. Het is dus niet alleen zaak dat onderwijs/student de arbeidsmarkt vindt, maar ook andersom “vindt het talent dat je zoekt” is een opdracht voor ondernemers.
– In de vraagstelling is sprake van groei en/of innovatie. Zijn dat twee begrippen die we door elkaar gebruiken? Wie moet er eigenlijk groeien? Groei van het bedrijf, van onze studenten, van de medewerkers van het bedrijf? Is een einde aan de groei, van wie of wat dan ook, denkbaar?

Waar lopen wij als beroepsopleiding tegenaan:
– Zeer uiteenlopende vragen vanuit ondernemers, gesimplificeerd in de tegenstelling tussen breed en smal opleiden, waarover ondernemers het niet eens zijn
– We weten allemaal dat de beroepen over vijf jaar anders zijn dan nu. We weten niet hoe ze er dan WEL uitzien. Dat maakt specifiek opleiden nagenoeg onmogelijk. Onderzoek wijst uit: voor korte termijn biedt specifiek opleiden meeste kans op werk, maar voor duurzame inzetbaarheid (en dus voor werk op lange termijn) zijn bredere opleidingen meer geschikt.
– Ondernemers die nu een acute vraag hebben naar werknemers (in opleiding) bedienen, betekent de vraag van vandaag beantwoorden. Maar bereiden we onze studenten dan voor op de vraag van morgen?
– In alle sectoren zien we banen uit het middensegment verdwijnen t.g.v. automatisering en outsourcing. Wat het middensegment is, qua opleidingsniveau, verschilt per sector. In grote lijnen gaat het om niveau 2 en 3. Naast de opdracht om toe te leiden naar de arbeidsmarkt, hebben wij de opdracht om de groep studenten uit dat middensegment op te leiden en toe te leiden naar een perspectiefrijke toekomst. Kunnen we die nog bieden aan degenenen die met dit niveau “aan hun plafond” zitten? Moeten zij straks onder hun niveau gaan werken omdat werk op hun niveau niet beschikbaar is en omdat ze niet op een hoger niveau kunnen komen? Wat betekent dat voor hun motivatie op langere termijn? En betekent dat dat zij anderen verdringen voor wie dat niveau wel passend is bij hun capaciteiten?
– Betekent groei/innovatie in bedrijven ook dat zij veranderen om op deze maatschappelijke ontwikkelingen een antwoord te geven? Zijn bedrijven bereid om processen anders in te richten ten behoeve van een betere aansluiting tussen vraag en aanbod?

Tja, zoals gezegd, vragen genoeg …

OCW spant paard achter de wagen: doelmatigheid en arbeidsmarkt niet gediend met nieuwe voorstellen

Jet Bussemaker voert momenteel een internetconsultatie uit rondom arbeidsmarktrelevantie en doelmatigheid van het MBO. Ik heb het voorstel zojuist nog eens goed gelezen. En, alhoewel je het met de intenties volgens mij nauwelijks oneens kunt zijn, kan ik niet anders dan concluderen dat met deze aanpak de beoogde resultaten niet bereikt kunnen worden.
Daarvoor zijn twee hoofdargumenten:
1. Het voorstel benoemt wel de onvoorspelbaarheid van arbeidsmarkt- en andere ontwikkelingen, maar houdt er feitelijk te weinig rekening mee.
2. Het voorstel laat de huidige kwalificatiestructuur ongemoeid, terwijl daar m.i. een fundamentele oorzaak van de beschreven problematiek ligt.

Daarnaast geeft het uitbrengen van dit voorstel twee verkeerde signalen af:
1. Als het zoveel aandacht krijgt zal het met die arbeidsmarktrelevantie en doelmatighied wel niet best gesteld zijn.
2. De doelstelling van opleiden voor de arbeidsmarkt wordt uitgetild boven de drievoudige kwalificatie die het MBO volgens de wet geacht wordt na te streven:
– arbeidscompetenties
– burgerschapsvorming
– levenlang (loopbaan)leren
Ik probeer bovenstaande beweringen hieronder te staven, eindigend met een pleidooi om het MBO écht anders in te richten.

In een brief aan de vaste Kamercommissie van OCW gaat de MBO-raad in op bezwaren tegen het voorstel van de minister. De MBO-raad redeneert jamemr genoeg vanuit hetzelfde vertrekpunt: de bestaande kwalificatiestructuur wordt in haar fundamenten niet aangetast. Sterker nog, de MBO-raad vindt hierin de argumentatie voor haar bezwaren tegen de ministeriële plannen. Juist die kwalificatiestructuur zou de arbeidsmarktrelevantie van opleidingen waarborgen. Daartoe hanteert zij onderstaande redenering:

“Aan alle mbo-opleidingen liggen door het bedrijfsleven (werkgevers en werknemers) opgestelde beroepscompetentieprofielen ten grondslag. Zo’n profiel wordt alleen opgesteld als er behoefte op de arbeidsmarkt aan zo’n opleiding is en brancheorganisaties een voorstel doen. Op basis van een beroepscompetentieprofiel stellen het mbo en het bedrijfsleven via de kenniscentra beroepsonderwijs en bedrijfsleven samen kwalificatiedossiers op. De minister stelt de kwalificatiedossiers vast. Criteria als de behoefte en capaciteit van de (regionale) arbeidsmarkt, de aanwezigheid van erkende leerbedrijven en stageplekken, beschikbare middelen en mensen (personeel) en organiseerbaarheid binnen de scholen worden bij de concrete vormgeving aan het opleidingsportfolio op basis van de landelijk vastgestelde kwalificatiedossiers toegepast. Als scholen overwegen een opleiding te starten of te stoppen, doen ze dat dus in goede afstemming met het omringende bedrijfsleven. Dat is in het mbo fundamenteel anders dan bijvoorbeeld in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs.”

Als deze redenering klopt, zou er van een gebrekkige aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt geen sprake kunnen zijn. Maar feitelijk heeft het tot een andere situatie geleid. Bovenstaande aanpak leidde in de afgelopen jaren tot het ontstaan van honderden kwalificatiedossiers, ofwel honderden aparte opleidingen. Dit versterkt het beeld van een eendimensionale relatie tussen opleiding en beroep: het streefbeeld bestaat uit een 1-op-1 relatie tussen beiden, waarbij het ideaal is dat je exact dat beroep uit gaat voeren waarvoor je opgeleid bent.

Maar, zowel mens als arbeidsmarkt zitten daarvoor te complex in elkaar. Beiden zijn bovendien te veranderlijk. En dat vraagt om een hele andere aanpak. Steeds vaker hoor ik pleidooien voor een bredere onderbouw in het MBO, gevolgd door specialisatie in de laatste periode van de opleiding. Dat betekent afscheid nemen van al die honderden opleidingen. Dat betekent dat het MBO op twee of drie niveaus opleidingen aanbiedt in acht á tien domeinen. Daarmee kom ik op een totaal van zestien tot dertig brede beroepsopleidingen. Deze kunnen voor langere tijd ingevuld worden, omdat ze zich vooral richten op algemenere arbeids- en burgerschapscompetenties. Deze veranderen veel minder snel dan de beroepsvaardigheden, die direct samenhangen met de praktijk in het bedrijf. Het aanleren daarvan, kan prima gebeuren in stages en op leerwerkplekken. Omdat die praktijk zo snel verandert, zal dat vaker moeten gebeuren. Daarmee is het aanleren van beroepsvaardigheden, tijdens de MBO-opleiding, feitelijk niet meer dan een eerste stap op het lange pad van een leven lang leren. Dat stopt niet bij het behalen van een diploma. Dat vraagt om regelmatige opfrissing en updates. Niet van kwalificatiedossiers of -profielen, maar van werknemers!

Overigens, mijn voorstel van bredere opleidingen, lost meteen dat andere probleem op … die kleine opleidingen verdwijnen als zelfstandige opleiding en worden onderdeel van een (grotere) bredere opleiding. Ook goed voor de employability van MBO-gediplomeerden.


Mijn laatste tweets

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Archief

Categorieën