Posts Tagged 'samenwerking'

Samenwerken is meer … gedeelde ambitie

Samenwerking wordt vaak gemotiveerd vanuit het zogenaamde win-win principe. Daarmee bedoelen we dat ieder van de betrokken samenwerkingspartners op een of andere manier voordeel heeft van de samenwerking.
Volgens mij is dat niet genoeg. Dit gaat namelijk nog uit van het idee dat ieder de eigen ambities heeft en een deel van die ambities via de samenwerking kan realiseren. De samenwerking stopt zodra die ambitie ook zonder samenwerking of in samenwerking met een ander werkelijkheid kan worden.
Er is dan ook meer nodig voor duurzame samenwerking en dat noem ik: gedeelde ambitie. Met andere woorden er moet geen sprake zijn van (uitsluitend) win-win, maar van winnen: één ambitie die beide samenwerkingspartners nastreven. Daarnaast kan ieder natuurlijk ook nog verdere eigen ambities in ere houden, anders zou er waarschijnlijk een fusie volgen.
Het formuleren van die gedeelde ambitie is een belangrijke stap in de samenwerking. Een gedeelde ambitie is meer dan een te realiseren doelstelling. Doelstellingen en resultaten zijn min of meer instrumenten en meetpunten om aan die ambitie te werken.
De managementdenker Gary Hamel geeft in een college op Youtube drie kenmerken van organisaties die klaar zijn voor de toekomst. Die kenmerken zijn volgens mij ook van toepassing op ambities die passen bij duurzame samenwerking tussen school en bedrijf:
– flexibel: makkelijk aan te passen aan (steeds sneller) veranderende omstandigheden
– innovatief: in staat om steeds weer nieuwe oplossingen te verzinnen voor uitdagingen die zich voordoen in (de omgeving van) de samenwerking
– betrokken: medewerkers van de samenwerkende partijen moeten zich actief onderdeel weten van de samenwerking, hun mening moet relevant zijn en dat moeten zij terugzien in ambities, aanpak en activiteiten.
Als organisaties vanuit deze invalshoek een gedeelde ambitie formuleren die ze willen realiseren, dan ontstaan kansen die zonder samenwerking onhaalbaar zijn.

Het delen van visie en ambitie vormen belangrijke voorwaarden voor duurzame samenwerking. Als school voor beroepsonderwijs is het in dat kader van belang om op zoek te gaan naar partners met wie een gedeelde visie en ambitie te ontwikkelen zijn.
Als je die gevonden hebt, probeer je visie en ambitie om te zetten in concrete activiteiten. Het lijkt logisch dat daarbij de organisaties (op onderdelen) daadwerkelijk in elkaar schuiven. Daarover het volgende blog: “samenwerking bloeit bij integratie van aanpak en activiteiten”.

Samenwerken is meer … gedeelde visie (2)

Het is natuurlijk geen nieuws dat samenwerking alleen lukt als je er allebei iets mee “wint”. Volgens mij gaat het meer dan om “allebei winnen”, want dat kun je ook nog wel eens zonder elkaar voor elkaar krijgen. Het gaat er ook om dat je een werkelijk gedeelde ambitie hebt. Met andere woorden, je moet ook iets hetzelfde willen bereiken. De verschillende ambities moeten elkaar dus, tenminste deels, overlappen.

Maar over die gedeelde ambitie, gekoppeld aan gemeenschappelijke doelstellingen, kom ik pas in een volgend blog te spreken. Hier wil ik het hebben over een voorwaarde daarvoor: een gedeelde visie op de toekomst. De ambitie van een organisatie wordt immers ontwikkeld op basis van de verwachtingen die men heeft over relevante toekomstige ontwikkelingen. Een gedeelde ambitie vraagt dan wel om een gemeenschappelijk beeld van die ontwikkelingen waarop die ambitie een antwoord is.

Wat zijn nou belangrijke ontwikkelingen die gedeelde ambities van school en bedrijf beïnvloeden? Ik schets het in een aantal citaten/parafrases:

“dat mensen steeds meer eisen gaan stellen aan hun woon-, werk- en leefomgeving, dat wonen en werken steeds meer in elkaar gaan overlopen en er een steeds grotere vraag ontstaat naar nieuwe ingevingen die dit accommoderen.”

“Zoals u ongetwijfeld hebt gemerkt ,is de scheiding tussen wonen, werken en recreëren langzaam maar zeker aan het verdwijnen.”

Er is steeds meer aandacht voor duurzaamheid en het cradle-to-cradle principe.

Een paar andere belangrijke ontwikkelingen waar je in je samenwerking niet alleen rekening mee moet houden, maar ook gebruik van moet maken. Het zijn namelijk de uitdagingen waar onderwijs en bedrijf samen een antwoord op moeten formuleren:

Vergrijzing en ontgroening leiden tot veranderende vragen van de samenleving. Daarnaast leiden deze demografische veranderingen tot een ander aanbod van arbeid(skrachten).

De samenleving ontwikkelt zich tot een steeds verdergaande vorm van vraagsturing. Mensen verwachten als client, patiënt, klant, of in welke rol dan ook steeds meer dat aanbieders van producten en diensten rekening houden met hun wensen en verwachtingen.
Het adagium van Henry Ford “we geven ze iedere kleur die ze willen, zolang het maar zwart is” gaat niet meer op. Mensen weten maar al te goed dat alle kleuren van de regenboog te krijgen zijn.

Technologie dringt in allerlei vormen steeds dieper door in al onze activiteiten, of het nou wonen, werken of vrije tijd betreft. Waar technologie eerst vooral een rol speelde in technische beroepsopleidingen, zullen we het steeds meer terugzien in beroepsopleidingen in alle branches.

Samenwerken is meer …

Vakantietijd is natuurlijk ook nadenktijd. Iets meer rust dan gebruikelijk geeft je de kans om eens te bedenken hoe het beter zou kunnen. Voor mij blijft dat draaien om de zoektocht naar modern beroepsonderwijs.

Ik heb daar een aantal globale gedachten over die ik in de komende weken probeer uit te werken. of het een consistent en steekhoudend verhaal wordt, kan ik niet voorspellen. Hopelijk zijn er wat mensen die ondanks (of dankzij) de vakantie wat tijd nemen om te lezen en te reageren. Daar wordt het alleen maar sterken van.

Modern beroepsonderwijs vereist een verregaande samenwerking tussen scholen en bedrijven of andere organisaties waar de afgestudeerde vakmensen aan het werk willen/moeten kunnen komen. Alleen échte samenwerking voorkomt dat we naar elkaar kijken en denken dat de ánder het verkeerd aanpakt. Dat is immers het kenmerk van alle (volgens mij goeddeels mislukte) aansluitingsprojecten die we de afgelopen twintig jaar gezien hebben.

Maar echt samenwerken doe je niet zomaar! Dan moet je echt wat met elkaar willen delen. Ik heb het nu in drie delen benoemd:

  • gedeelde visie
  • gedeelde ambitie
  • verregaande integratie

Een korte uitwerking per onderdeel:

Gedeelde visie
Samenwerken is ook gewoon “werken”. En je manier van werken ontstaat niet zomaar. Die kun je ook niet zomaar even aanpassen, want dan wordt de kunst van het werken een “kunstje”.
In organisaties wordt op een bepaalde manier gewerkt. Die werkwijze wordt bepaald door de visie die men heeft op relevante aspecten. In het kader van beroepsonderwijs en samenwerking tussen school en bedrijven denk ik daarbij aan:

  • de visie op mensen (vanuit welk mensbeeld geef je het werk van de organisatie vorm)
  • de visie op bestuur en management (hoe geef je je organisatie vorm, welke functies zet je daarbij in en welke stijl van leidinggeven hanteer je?)
  • de visie op leren en werken (hoe leren mensen, hoe werken mensen in een bepaalde bedrijfstak, hoe verwacht men dat leren en werken zich in de toekomst ontwikkelen?)

Gedeelde ambitie
Samenwerken doe je niet zo maar. Je doet het (hopelijk) wel mét plezier, maar niet vóór je plezier. Je doet het om iets te bereiken en in die ambitie moet iets gemeenschappelijks zitten.
Dat vraagt om een gemeenschappelijke beantwoording van vragen als:

  • wat voor organisatie willen we zijn?
  • hoe zien we de relatie tussen de betrokken organisaties onderling?
  • hoe zien we de relatie tussen de betrokken organisaties en hun omgeving?
  • wat willen we betekenen? en voor wie?

Verregaande integratie
Samenwerken lijkt wel wat op samengaan. Met andere woorden, als je echt met elkaar aan het werk gaat, kun je maar beter een paar zaken met elkaar laten versmelten:

  • opleiding, na- en bijscholing
  • backoffice
  • HRM
  • huisvesting

Hoe dit er precies uit kan zien probeer ik nader onder woorden te brengen in volgende blogposts. Of het allemaal kan, moeten we meemaken door het te proberen. Wat mij betreft is het in elk geval een uitdaging die de moeite waard is. Voor onze studenten en natuurlijk voor de bedrijven en instellingen waar zij aan het werk gaan.

Kiezen voor beter

Vandaag had ik een paar gesprekken over onderwijs in relatie tot de omgeving. Die omgeving was verschillend: een sportbond, een werkconcept, enkele collegascholen. En weer is de conclusie: door samenwerking kan ons onderwijs beter worden, motiverender, spannender, betekenisvoller voor alle betrokkenen.

Maar dan moeten we wel durven te kiezen! Als we blijven doen wat we deden blijven veranderingen beperkt tot de marges. Het onderzoek van het SCP dat deze week bekend werd, maakt dat ook duidelijk. De conclusie daarvan was dat het vele extra geld dat in onderwijs gestoken werd niet tot daadwerkelijk betere resultaten geleid heeft. Als voorbeeld daarbij werd de verkleining van klassen genoemd. Maar het was al lang duidelijk dat de marginale verkleining als geïsoleerde maatregel nooit zou werken. Daar horen maatregelen omheen, zoals beter toegeruste docenten. Maar bovenal moet je dan écht kiezen voor verkleining. Halvering bijvoorbeeld! De laatste tijd worden er steeds weer vergelijkingen gemaakt met het onderwijssysteem in Finland. Dat soort vergelijkingen gaat altijd mank omat er spake is van een hele andere geschiedenis en een heel andere cultuur. Maar echt profijt van die vergelijking hebben we pas als we radicale keuzes durven maken. Docenten moeten dan niet een uurtje meer of minder gaan werken, maar echt een andere weekinvulling krijgen.

Voor het beroepsonderwijs zie ik een aantal keuzes als manieren om tot fundamentele verbetering te komen. Die verbetering moet zich wat mij betreft richten op een beperkt aantal zaken:
– Studenten die met motivatie en passie aan de slag zijn.
– Een school die voortdurend meerwaarde levert voor haar omgeving en stakeholders
– Onderwijs dat ontwikkeld én uitgevoerd wordt in volledige samenwerking tussen school en omgeving (overheid, bedrijven, instellingen, zelfstandige professionals, …)

Als we dat willen realiseren moeten we definitief afscheid nemen van de hokjesgeest die ons onderwijs gemaakt heeft tot wat het is. De wereld van arbeidsdeling, zoals die door mensen als Ford en Taylor bedacht werd, laten we steeds meer achter ons. Maar in de wereld van school zien we die nog helemaal terug in onze opleidingen, onze gebouwen en ons personeelsbeleid.
In de “echte” wereld werken mensen maar zeer beperkt samen met mensen die hetzelfde beroep uitoefenen. De kwaliteit van een receptioniste wordt vooral bepaald door de kwaliteit die zij levert in het samenwerken met gasten en de mensen voor wie die gasten zich melden bij de receptie. Daar bevinden in het algemeen weinig receptionistes onder! Maar in je opleiding werk je vooral samen met receptionistes in spé.
En ook degenen die verantwoordelijk zijn voor die opleiding werken voortdurend samen met “vakbroeders”. Dat eiland houdt zich op die manier keurig in stand!
Dat moet toch anders kunnen.

Ambitie? Moet je doen!

De afdeling communicatie van onze school heeft het woord “uitdaging” omhelsd als de kern van de boodschap die we uit willen stralen. Zo richting jaarwisseling brengt dat al snel de vraag met zich mee wat mijn uitdaging komend jaar is.
Hoe makkelijk is het om dan te denken aan alle lastige zaken die we het hoofd moeten bieden. Bezuinigingen en bureaucratie strijden om voorrang. Maar ze krijgen het niet. Dé uitdaging is namelijk om, terwijl die 2 B’s natuurlijk alom aanwezig zijn, te blijven werken aan je ambitie.
Werken aan ambitie vraagt om ruimte:
– Ruimte voor samenwerking
– Ruimte voor innovatie
– Ruimte voor passie

SAMENWERKING
– tussen deelnemers
– tussen docenten
– tussen opleidingen
– tussen scholen
– tussen school en omgeving
Ik ben er van overtuigd dat samenwerking leidt tot betere resultaten. Van onze deelnemers wordt steeds weer gevraagd dat ze kunnen samenwerken. Zo zit de wereld van werk tegnewoordig in elkaar.
Samenwerking is ook noodzakelijk omdat het tijdperk van verregaande taakdifferentiatie en individualisering van werk op zijn retour is. Dat paste in een tijd van industrialisatie. Maar meer en meer zien we dat, ook in de “harde, industriële sector”, dienstverlening een centrale plaats inneemt in de uitvoering van werkzaamheden.
Die dienstverlening mag uiteraard niet ten koste gaan van vakmanschap, maar dat laatste wordt meer en meer een commodity. We zijn niet tevreden omdat de kraan niet meer lekt als de loodgieter weggaat. Dat is een vanzelfsprekendheid. Uiteraard zijn we wel ontevreden als die kraan nog steeds blijkt te lekken!
Die veranderingen in de buitenwereld moeten zich weerspiegelen in de manier waarop we op school aan het werk zijn. Ook wij moeten toe naar een meer hybride werkwijze waarbij strakke grenzen vervagen:
– minder afbakening tussen verschillende opleidingen
– meer crossovers, meer kruisbestuiving
– meer ruimte voor samen ontwikkelen en voor leren van, met en aan elkaar

INNOVATIE
– inzet van deskundigen uit het werkveld
– inzet van nieuwe (digitale) middelen
– inspelen op wensen en mogelijkheden van deelnemers
Geen innovatie om de innovatie, maar omdat het beter kan én moet. Vernieuwing in het onderwijs loopt, deels noodgedwongen, altijd achter op vernieuwing in de wereld eromheen. Juist beroepsonderwijs zou meer om zich heen moeten kijken. Wat verandert in de wereld van werk door de toenemende digitalisering? Welke invloed hebben social media? Hoe kunnen we dat terug laten komen in ons onderwijs? Waarom zouden we het allemaal zelf willen doen als het voor mensen uit het bedrijfsleven al dagelijkse praktijk is?

PASSIE
– werken omdat je wilt i.p.v. omdat je moet
– werken vanuit je hart i.p.v. op basis van protocollen
We regelen alles kapot. Voor alles stellen we een overeenkomst op, inclusief de regels die gelden als we ons niet aan een afspraak houden. Deze juridificering haalt het leven uit ons onderwijs. Laten we minder kijken naar arbeidsovereenkomst en COA. Laten we kijken naar wat nodig is. Als jongeren kiezen voor een opleiding zijn ze daarvoor gemotiveerd. Ze leven een droom na. De belangrijkste taak voor het onderwijs is toch om die droom levend te houden? We moeten jongeren begeleiden bij het realiseren van die droom. Dat kan alleen gebeuren door mensen die zelf ook bezig zijn met de realisatie van een droom.


Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën