Posts Tagged 'stemgedrag'

Vernieuwing in een moderne jas

Gisteren was ik op een van de bijeenkomsten die onder de noemer “linkse vernieuwing” georganiseerd zijn door een aantal PvdA-afdelingen. Dus nu moet ik daar iets van vinden …
Eén ding is me duidelijk. Als de partij weer kenmerken van een beweging wil krijgen, hebben we behoefte aan meer van dit soort initiatieven. Het is van belang om meer mensen tegen te komen die, zoals jij, nadenken over de manier waarop we het weer wat eerlijker en rechtvaardiger kunnen maken. Ik neem geïnteresseerde vrienden liever mee naar een bijeenkomst als gisteren, dan naar een ledenvergadering. Dus wat dat betreft alle lof voor de initiatiefnemers. Jullie hebben laten zien dat het kan en dat het goed is.
Tegelijk zitten er (natuurlijk) een aantal schaduwkanten aan het verhaal.
Als het de bedoeling is om op deze manier de partij weer omhoog te krijgen in de peilingen dan gaat dat een lange weg worden.
Als het de bedoeling is om op deze manier weer beter over het voetlicht te krijgen waar de PvdA voor staat, dan vrees ik het ergste.
En als het de bedoeling is om op deze manier zelf weer te ontdekken waar de PvdA voor staat (of moet staan), dan kunnen we direct stoppen.

Toen ik zelf laatst aan iemand vroeg waar de PvdA voor staat (of zou moeten staan), was het antwoord kort. “Dat staat helder omschreven in het beginselprogramma”. Toen ik dat las, begreep ik ook niet meer waarom we over die vraag zoveel werkgroepen en bijeenkomsten nodig zouden hebben.
Vandaag kwam ik het nog helder tegen in een blogpost via de volgende link: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/beschikbaar_maar_geen_kandidaat/

Ik jat er een citaat uit met dank aan Robbert Baruch, de auteur:
“In plaats van praten over mensen, moeten we praten over ideeën. In plaats van afzetten, moeten we binden. We hebben er alle aanleiding voor in onze uitgangspunten:
• Het collectief pakt aan wat het individu niet kan.
• Iedereen moet mee kunnen doen.
• De verantwoordelijkheid voor het organiseren daarvan ligt in gelijke mate bij de overheid en samenleving.
• De samenleving moet gebaseerd zijn op vertrouwen waar dat kan, op aanpakken waar dat moet.
Er is een aantal terreinen waar zekerheid voor mensen het belangrijkst is. Daar moeten overheid en samenleving zich met voorrang op richten:
• Inkomen
• Veiligheid
• Onderwijs
• Zorg
• Internationale positie”

Lijkt me niets mis mee. Ook in de bijeenkomst van gisteren zou dit weinig discussie oproepen. Wat me wel opviel was dat velen op de vragen naar stellingname kwamen met antwoorden uit het verleden. En daar zit mijn grote vraag:
Hoe maken we van de PvdA een moderne linkse partij? En dan moet je natuurlijk direct nadenken over wat dat is “een moderne linkse partij”.

Een aanzet daartoe:

  • een partij die ondubbelzinnig kiest voor haar traditionele waarden
  • een partij die onderzoek waar in de huidige samenleving deze waarden onder druk staan
  • een partij die nieuwe antwoorden formuleert zonder de traditie te verloochenen
  • een partij die die discussie en antwoorden vormgeeft op een nieuwe, aansprekende manier
  • een partij die erop gericht is om de verantwoordelijkheid te nemen die nodig is om deze antwoorden te realiseren

En wat is daar nou anders aan?
In grote lijnen niets! Daarom is het nog steeds “mijn” partij.
Maar om te wortelen in deze tijd is het van belang om ook verandering te accepteren. Naar mijn idee moeten we in onze uitgangspunten de eigen verantwoordelijkheid van mensen meer op de voorgrond zetten.
En om ons van liberale partijen te onderscheiden moeten we onontkoombaar maken dat mensen die, om wat voor reden dan ook, (tijdelijk) niet in staat zijn om die eigen verantwoordelijkheid te nemen, altijd op een sterke overheid kunnen rekenen.
De inspanning van die overheid is er dan wel op de eerste plaats op gericht om diezelfde eigen verantwoordelijkheid weer op te kunnen pakken. Het accepteren van oneindige afhankelijkheid gebeurt pas als we zeker weten dat het echt niet anders kan.

Hoezo normaal …?

De botsing in de Tweede Kamer met de titel “Doe eens normaal, man” blijft de media (en blijkbaar ook mij) bezighouden. Vaak gaat het dan om vragen van wellevendheid. Kan dit soort taal wel gebruikt worden? Geven we hiermee niet het verkeerde voorbeeld? Ik laat dat even voor wat het is.

Ik neem aan dat het hier niet gaat om een “slip of the tongue” maar om een doordachte interventie ten behoeve van politiek gewin. Als we iets van Geert Wilders kunnen leren dan is het hoe hij door zijn toon in het debat mensen voor zich weet te winnen. De vraag is of we ons die lessen ter harte moeten nemen.

Dat denk ik niet! De lessen die Geert ons leert zijn de lessen van populisme. Dat begrip vat ik samen in onderstaande punten:

  • Emotie is belangrijker dan inhoud.
  • Korte termijn is belangrijker dan lange termijn.
  • Groter worden is belangrijker dan beter worden.
  • Wij zijn belangrijker dan zij.
Ik zie kenmerken van populisme terug in het debat over onderwijs. Naast bovenstaande kenmerkende prioriteitstelling is populisme zeer incidentgestuurd. Beweringen worden bovendien zelden onderzocht. Dat laatste benoem ik als “werken op basis van wat je denkt te weten” i.p.v. “werken op basis van wat je echt weet”.
Wat zien we in het kader van deze redenering terug in het debat over onderwijs?
  • versimpeling van de werkelijkheid tot een overzichtelijk aantal kengetallen
  • kritiek op vernieuwing vertalen in een pleidooi voor restauratie
  • het geluid van enkelen behandelen als het resultaat van onderzoek
Als laatste element dat ik hier wil belichten, sta ik stil bij de relatie tussen media en politiek.
Onlangs las ik dat het grootste deel van de kamervragen gesteld wordt n.a.v. berichtgeving in de media. Maar die berichtgeving gaat op haar beurt natuurlijk voor het grootste deel over incidenten. Omdat deze berichtgeving tot kamervragen leidt, betekent dat extra publiciteit. Dat is wat de media willen. Dat is wat politici willen. Want uiteindelijk kennen we maar één motto:
“het maakt niet uit wat er over je gezegd wordt, als er maar iets over je gezegd wordt”

De onherkenbaarheid van de politiek

Met velen volg ik de ontwikkelingen rondom de kabinetsformatie. Het ziet er naar uit dat we afstevenen op een rechts kabinet. Volgens mij is dat slecht voor het land en met name voor bepaalde groepen in het land. Maar daar gaat dit blog niet over.
Ik wil even stilstaan bij de manier waarop ee in ons land omgaan met kabinetsformaties. Als we de peilingen een beetje serieus nemen zijn de kiezers alleen maar meer op drift geraakt in deze periode na de verkiezingen. Dat kan niet komen door beleid, want dat wordt momenteel niet gemaakt.
Dus ook nu bepalen andere zaken het stemgedrag van mensen. Het lijkt meer te gaan om de manier waarop politieke leiders hun formatiegedrag weten te verkopen dan om inhoudelijke keuzes die gemaakt worden.
Integendeel, standpunten worden ingewisseld en dat is niet meer dan een tussenkopje in de krant waard. Zouden kiezers straks bijvoorbeeld het onderstaande accepteren:
– PVV accepteert verhoging AOW-leeftijd
– CDA accepteert bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking
Willen kiezers zo graag dat hun partij gaat regeren? Zijn zij ook zo machtsgeil als de politici zelf?
Ik ben wel blij dat de PvdA een aantal zaken als onacceptabel heeft benoemd tijdens de paarsplus onderhandelingen. Je moet als partij immers ook op inhoud een akkoord kunnen verkopen.

Gedachten over sociaal-democratie

Het grote verhaal ontbreekt bij de debatten. Het gaat over de korte termijn en de invloed op stemgedrag lijkt zeer beperkt.
Welk geluid zou vertrouwen in de sociaal-democratie doen groeien?
Dan vraag je je eerst af wat mensen weerhoudt van sociaal-democratisch stemmen. Daar hoort ook bij dat je luistert naar redenen die mensen aangeven om op andere partijen te stemmen.

Een paar van dergelijke geluiden:

  • VVD waardeert ondernemend gedrag het meest.
  • PvdA maakt ondernemen weinig aantrekkelijk.
  • PvdA daagt mensen onvoldoende uit om in beweging te komen.
  • PvdA brengt te veel overheidsbemoeienis met zich mee

Wat zou de kern van sociaal-democratie moeten zijn:

  • een sociaal vangnet waarvan de mazen zo klein zijn dat niemand er doorheen valt
  • een sociaal vangnet dat zo elastisch is dat het tegelijk als trampoline dient om ieder die dat kan weer te helpen bij het innemen van een onafhankelijke positie
  • een cultuur waarin iedereen meetelt, maar waarin ook alle talenten gewaardeerd worden
  • naast het bestrijden van achterstanden veel aandacht besteden aan het voorkomen van achterstanden, maar ook aan het ontwikkelen van hoogbegaafdheid, ondernemerschap, creativiteit, innovatie
  • een overheid die doet wat ze moet doen, niet meer en niet minder
  • een cultuur die gebaseeerd is op transparantie en vertrouwen

Wat we vast moeten houden is solidariteit als onderliggende waarde. In de sociaal-democratie telt iedereen mee en iedereen is ervoor verantwoordelijk om dat te realiseren. Daar past een progressief belastingstelsel bij. Daar passen regelingen bij waarbij naar draagkracht een bijdrage gevraagd wordt.

Ons land heeft ondernemerschap nodig. Ondernemerschap mag niet het domein van liberale en conservatieve partijen zijn. Het is nodig dat we kijken wat de sociaal-democratie te bieden heeft om ondernemerschap te stimuleren.

De sociaal-democratie accepteert niet dat mensen buiten de boot vallen. Als dat dreigt te gebeuren is er sprake van een vangnet. Het vangnet heeft een activerende werking zodat iedereen naar vermogen in staat gesteld wordt om er weer onafhankelijk van te worden.

Op zoek naar begrip …

Als de uitslag van de verkiezingen aanstaande woensdag lijkt op de huidige peilingen, begrijp ik het niet. De kranten staan vol met peilingen en analyses. Misschien kunnen die me helpen om te begrijpen waarom het is, zoals het is.

Maar … als je het leest wordt het onbegrip alleen maar groter, samen met de hopeloosheid. Ga ik het ooit begrijpen?

Laten we eens aannemen dat de economische situatie bepalend is voor een groot deel van het debat en ook voor het stemgedrag van veel landgenoten. Dan zou je hopen dat het duidelijk is wat de beste remedie is voor de huidige situatie. MIS! De Harvard-econoom Alesina pleit, volgens de Volkskrant van 5 juni, voor forse bezuinigingen als remedie om de economie weer gezond te krijgen. Lijkt me iemand die er verstand van heeft. Maar dan …! “Nobelprijswinnar Krugman zegt: open die kraan, stimuleren.” En gaat daarmee recht tegen de eerder genoemde Alesina in. Hoe kunnen we van de gemiddelde burger verwachten dat hij een verstandige keuze maakt, als dit soort deskundigen elkaar zo tegenspreken? Waarom mag ik, als relatieve leek, niet vertrouwen op degenen die “ervoor doorgeleerd hebben”?

Deze onduidelijkheid kan hoogstens een verklaring zijn voor de grote mate van versplintering van het politieke landschap die ons wellicht te wachten staat. Als hulp bij het kiezen lijken elkaar tegensprekende deskundigen me van weinig waarde.

Ook eenvoudig eigenbelang lijkt geen verklaring voor stemgedrag. De dalende koopkracht ten gevolge van het VVD-programma weerhoudt grote groepen er niet van om over te stappen op die partij. Daaronder ook forse groepen onder de laagstbetaalden, die bij enkele andere partijen toch echt beter af zijn.

Volgende ankerpunt: de doorberekeningen van het CPB. Die zouden de kiezer toch kunnen helpen bij een rationele afweging om tot een keuze te komen. Eenvoudig voorbeeld: de bestrijding van files. Het lijkt me niet dat er groepen bestaan die liever hebben dat de files in hun huidige omvang blijven bestaan. Dus moet de grootste filebestrijder daar toch enigszins de vruchten van kunnen plukken. Maar partijen die volgens het CPB die titel verdienen, leverende laatste weken vooral zetels in. De meesten lijken te denken dat de bestrijding van files het beste in handen is bij de VVD, in tegenstelling tot het CPB-geluid.

Tot nu toe lijkt stemgedrag meer gebaseerd op geloof en (al dan niet blind) vertrouwen, dan op afwegingen en ratio. Daarbij spelen waarschijunlijk enkele stevige overtuigingen een doorslaggevende rol:

  • De economie is bij de VVD per definitie in betere handen.
  • De PvdA is per definitie bezig met het betuttelen en afhankelijk houden van mensen.

Tja, valt daar tegen te vechten? Vechten tegen imago’s lijkt veel op Don Quichotte en zijn windmolens. Toch kan het denken over deze verschijnselen helpen bij het bepalen van een al dan niet vernieuwde koers van een partij. Ik kom daar op terug naar aanleiding van een titel uit de Volkskrant:

“De verzorgingsstaat als vangnet of als trampoline, dat is de vraag.”


Mijn laatste tweets

Archief

Categorieën